Home Dossiers Adolf Hitler Hitler zocht steun bij moslims

Hitler zocht steun bij moslims

  • Gepubliceerd op: 25 januari 2022
  • Laatste update 28 nov 2022
  • Auteur:
    Bas Kromhout
  • 3 minuten leestijd
Hitler zocht steun bij moslims
Cover van
Dossier Adolf Hitler Bekijk dossier

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Historischnieuwsblad.nl? U bent al lid vanaf €3,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

De nazi’s hoopten tijdens de Tweede Wereldoorlog een verbond te sluiten met de ‘wereldislam’ tegen de geallieerden. Daar kwam weinig van terecht, zo laat de Britse historicus David Motadel zien in Voor Profeet en Führer.

In 2015 beweerde Benjamin Netanyahu, de toenmalige premier van Israël, dat Adolf Hitler op het idee van de Holocaust was gebracht door de grootmoefti van Jeruzalem, Haj Amin al-Hoesseini. Historici haastten zich te zeggen dat er geen enkel bewijs was voor Netanyahu’s uitspraak, die natuurlijk was bedoeld om de tegenstanders in het Israëlisch-Palestijnse conflict zwart te maken.

Het is een bekend broodjeaapverhaal, dat op dubieuze internetfora een eigen leven leidt. Veel mensen denken dat moslims tijdens de Tweede Wereldoorlog massaal kozen voor het nazikamp, vanwege een gedeeld antisemitisme. De 40-jarige historicus David Motadel schetst een veel genuanceerder beeld.

Meer lezen over Adolf Hitler? Schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.

Ontvang historische artikelen, nieuws, boekrecensies en aanbiedingen wekelijks gratis in uw inbox.

Hitler beschouwde de islam als een strijdvaardige godsdienst, die beter bij het Duitse volk paste dan het ‘weke’ christendom. Maar moslims kwamen als bondgenoten pas in beeld toen het Duitse leger gebieden in Noord-Afrika, Centraal-Azië en de Balkan bezette. Via propaganda probeerden de Duitsers de plaatselijke moslimbevolking aan te zetten tot strijd tegen hun geallieerde overheersers – Britten, Sovjets of Serviërs.

Daarbij maakten ze gebruik van enkele geestelijken die aan hun kant stonden. De belangrijkste was Hoesseini, die voor de oorlog in Palestina leiding had gegeven aan een mislukte rebellie tegen Britten en Joden, en in 1941 naar Duitsland vluchtte. Berlijn zag in hem een religieuze autoriteit die de hele islamitische wereld in brand kon zetten.

Dat bleek een grove overschatting, zowel van Hoesseini’s gezag als van de stemming binnen de oemma, de wereldwijde islamitische gemeenschap. Er bestond geen eensgezind Weltmuselmanentum dat reikhalzend uitzag naar het moment waarop het samen met de Duitsers het juk kon afwerpen.

Op plekken waar moslims woonden hadden zij uiteenlopende belangen, rivaliteiten en loyaliteiten. In het Midden-Oosten en Noord-Afrika resoneerde de propaganda nauwelijks. Het meeste effect had deze onder moslims op de Balkan en in de Kaukasus. Niet zozeer omdat ze werden verleid door het antisemitisme van de nazi’s, maar omdat ze hoopten op meer autonomie.

Enkele duizenden moslims dienden als soldaten in speciale eenheden van de Wehrmacht en de Waffen-SS. Maar daar stonden honderdduizenden tegenover die vochten aan de kant van de geallieerden. Wat de Duitsers zich ook in hun hoofd haalden, van een alliantie tussen het nationaal-socialisme en ‘de islam’ was in de verste verte geen sprake.

Voor Profeet en Führer. De islamitische wereld en het Derde Rijk

David Motadel

414 p. Prometheus, € 24,99

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 2 - 2022