• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Account aanmaken
    Historisch Nieuwsblad 3/2021

    De plundering van Lombok

    Door: Philip Dröge

    Tweehonderd kilo goud, 7000 kilo zilver en een overvloed aan edelstenen, waaronder een enorme diamant van 75 karaat. Dat was de buit na een van de laatste grote koloniale veldslagen in 1894. Ruim een eeuw later zit Nederland nog altijd met deze Lombok-schat in zijn maag.

    Ampenan is een slaperig stadje. Letterlijk. Op een paar bankjes in een parkje aan zee liggen acht mannen te soezen in de middaghitte; hun roestige brommers staan futloos op de standaard. Ze hoeven nergens heen, er is niks te doen. De branding zit in het complot en beukt slaapverwekkend tegen een paar verticale houten staken, de resten van wat ooit een behoorlijke pier moet zijn geweest. Nu dobbert er alleen een eenzaam vissersbootje. De enige actie vindt plaats in een houten keet waar een mevrouw instant-mie uit portieverpakkingen aanmaakt met heet water uit een thermosfles. Zelfs de Ampenanse horeca heeft geen ambities.
    Het is moeilijk voor te stellen dat dit met kranten dichtgeplakte kustplaatsje ooit de belangrijkste haven van Lombok was. De drukke toegangspoort naar het zeer welvarende koninkrijkje Mataram, een kilometer of vijf het binnenland in. Daar stond het symbool van al die kracht en dynamiek: een prachtig paleis van steen en tropisch hardhout, de residentie van koning Ngurah Karangasem. Maar van de grootsheid van toen is niets meer over, Ampenan heeft de afslag naar de toekomst gemist.
    Dat begon op 6 juli 1894, uitgerekend hier bij dit bamitentje. Waar nu de resten van een pier staan, kwamen zwaarbewapende Nederlands-Indische troepen aan land, klaar om Lombok voorgoed te veranderen. Wat zou volgen was een van de laatste grote koloniale veldslagen van de Nederlanders tot de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog.
    Mijn mie is klaar. De man op een van de bankjes begint hoorbaar te snurken.

    Opiumhandel

    Die invasie van de koloniale troepen heeft een lange en complexe voorgeschiedenis. Lombok was voor Nederland lange tijd weinig meer dan een buiteneiland. Het grote geld was voor de VOC te verdienen op Java, Sumatra en de Molukken; omvangrijke en woeste eilanden als Bali, Lombok en Soembawa waren hooguit interessant als bron van slaven. Daar kwam in de negentiende eeuw verandering in. Nieuwe producten kwamen op, zoals koffie, indigo en opium - ruimte daarvoor op Java werd schaars. Nederland ontwikkelde zich bovendien tot een klassieke kolonisator; de overheid wilde het hele eilandenrijk beheersen – geen uitzonderingen.
    Er waren aanvankelijk alleen te weinig mensen om 5000 kilometer smaragd de westerse wil op te leggen. Dus kwam het tot verdragen met plaatselijke heersers, de standaardtruc van de Nederlanders. Zo ook met de vorst van Lombok. Hij erkende officieel het Nederlandse gezag over zijn eiland en hij beloofde niets tegen de belangen van de kolonisator te ondernemen. In ruil daarvoor liet Batavia hem met rust en mocht hij het eiland naar eigen goeddunken besturen en handeldrijven.
    De situatie op Lombok was complex. De meerderheid van het eiland was moslim, maar de vorsten waren hindoe en hadden sterke banden met het nabijgelegen Bali. Hun paleizen stonden in hindoeïstische enclaves aan de westkust, waaronder Ampenan. Het waren machtige en zeer kapitaalkrachtige heersers, ver verwijderd van het volk. Koning Ngurah Karangasem, die in 1872 aan de macht kwam, had schatkamers vol goud en zilver. Een fortuin dat onder andere afkomstig was van de handel in opium.
    Het is datzelfde opium dat hem uiteindelijk ten val zal brengen. Nederland heeft de drug ontdekt als nieuw gat in de markt en duldt geen concurrenten. Dus heeft Den Haag een excuus nodig om het verdrag met Ngurah op te zeggen en zijn handel over te nemen. Dat krijgen ze als de koning, maar vooral zijn oudste zoon, de kroonprins, zich bemoeit met een oorlogje op het nabijgelegen Bali. Hij stuurt daar moslimsoldaten heen, die hij wanneer ze gewond raken aan hun lot overlaat. Schande, vindt Batavia. Ook voert de prins een bloedige strijd tegen een opstandige provincie op het eigen eiland. Het is reden genoeg om de koning de wacht aan te zeggen.
    Nederland stelt een ultimatum. De oude vorst en zijn kroonprins moeten aftreden en in ballingschap. Een van zijn andere zoons, Ketut, mag op de troon plaatsnemen als Nederlandse marionet. De koning moet bovendien betalen voor de aanstaande bezetting door Nederland van het eiland.
    Hij weigert.

    Wilt u meer geschiedenisverhalen lezen?

    Ontdek de duizenden verhalen die we voor onze abonnees beschikbaar stellen, lees de nieuwste artikelen uit Historisch Nieuwsblad en ontvang iedere week leestips van de redactie in uw mailbox. Met Historisch Nieuwsblad Online krijgt u altijd de juiste historische context om het nieuws van nu te begrijpen.
    Registreer nu en lees de eerste maand voor slechts 1 euro!

    Al abonnee? Log dan in en lees direct alle geschiedenisverhalen online. Heeft u nog geen account of is uw emailadres niet bij ons geregistreerd? Lees dan hier hoe u verder kunt lezen.

    Word lidInloggen