Home Hoge belasting op kranten moest kritische pers beteugelen

Hoge belasting op kranten moest kritische pers beteugelen

  • Gepubliceerd op: 21 mei 2024
  • Update 12 nov 2024
  • Auteur:
    Han van der Horst
Hoge belasting op kranten moest kritische pers beteugelen

De coalitiepartijen PVV, VVD, NSC en BBB willen 21 procent btw heffen op kranten, tijdschriften en boeken. Dat zou het hoogste tarief zijn in heel Europa. Het is niet de eerste keer dat ons land zich in zo’n twijfelachtige koppositie bevindt. Ook in de negentiende eeuw werden kranten en tijdschriften zwaarder belast dan waar ook ter wereld. 

Een btw-tarief van 21 procent zou ongekend zijn in Europa: zo hoog is het nergens. België en Denemarken hanteren zelfs een nultarief omdat het niet aangaat belasting te heffen op kennis. 

Meer historische context bij het nieuws? Schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.

Ontvang historische artikelen, nieuws, boekrecensies en aanbiedingen wekelijks gratis in uw inbox.

In de negentiende eeuw voerde Nederland ook een zware belasting in op kranten. Dat gebeurde door middel van het zogenoemde dagbladzegel.  Critici hadden het over de vuile vingers van de fiscus omdat kranten alleen maar gedrukt mochten worden op door de fiscus gestempelde vellen waarover eerst heffing was betaald.  Het was dus geen belasting op toegevoegde waarde, maar op het gebruikte papier. Voor elke advertentie – groot of klein – moest daarbovenop nog 35 cent worden betaald. Men berekende dat uitgevers de helft tot zestig procent van hun omzet kwijt waren aan de belastingdienst. 

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van vandaag. Je hebt al een abonnement voor €4,99 per maand.

Kranten werden luxeartikel

Je kon het aan de kranten zien. Gemiddeld telden zij twee tot vier pagina’ s op een niet al te groot formaat, anders werd het zegelrecht te hoog. De meesten verschenen een tot drie keer per week, vaak voor een paar honderd abonnees. In 1851 bestonden er nog geen tien echte dagbladen, waarvan het Algemeen Handelsblad met een oplage van 5400 verreweg de grootste was. Losse nummers kostten tien cent, een flink bedrag voor die dagen. De prijs van een abonnement bedroeg ƒ7,50 per maand in Amsterdam en ƒ8,50 daarbuiten. Wie bovendien de zondagseditie en het bijblad wilde ontvangen, betaalde anderhalve gulden extra. Dat was bij elkaar ongeveer het weekloon van een ambachtsman. In 1851 moest het Algemeen Handelsblad alleen al ƒ74,169 afdragen aan de fiscus.

Gedenkpenning dagbladzegel
Een gedenkpenning voor de afschaffing van het dagbladzegel uit 1869. Bron: Belasting & Douane Museum.

Dit maakte kranten tot een luxeartikel die alleen welgestelden zich konden veroorloven. Ze kregen bovendien weinig waar voor hun geld, want uitgevers hielden minder geld over om in redactionele kwaliteit te investeren. Ook werd het heel duur om een nieuw blad te starten. De belasting drukte immers niet op de omzet, maar op het verbruikte papier.  

Betalen per vierkante decimeter 

Dat was ook de – veelal onuitgesproken – bedoeling. Het dagbladzegel werd in 1712 door de Britse regering uitgevonden nadat koningin Anna zich beklaagde over de schaamteloosheid ‘waarmee valse en schandalige schotschriften werden uitgegeven’. De parlementariërs in het Britse Lagerhuis lieten de persvrijheid buiten schot, maar voerden wel een belasting in op het door kranten en tijdschriften gebruikte papier. Zo bleven kranten en pamfletten buiten het bereik van de grote massa.  

Napoleon nam het model over omdat ook hij een broertje dood had aan een kritische pers en een goed geïnformeerde bevolking. Hij legde het dagbladzegel naar Brits model in 1812 ook voor aan het door hem geannexeerde Nederland, waar Willem I het handhaafde.  

Napoleon had een broertje dood aan een kritische pers

Toen deze koning in 1840 aftrad, liet hij een bijna bankroet land achter. Minister Floris Adriaan van Hall saneerde in 1844 de financiën, en dat kwam de pers letterlijk duur te staan. Hij hervormde ook het dagbladzegel: dat werd voortaan gebaseerd op betalingen per vierkante decimeter, waarbij de tarieven een halve, één of anderhalve cent konden bedragen. Bij het totaal moest dan nog eens 38 cent worden opgeteld. Per exemplaar liepen de kosten daardoor enorm op. Buitenlandse kranten werden door een soort invoerrecht helemaal onbetaalbaar gemaakt.  

Belasting op kennis

Van Hall stelde drukwerk van maximaal twee vierkante decimeter vrij van belasting. Dat heeft hij geweten. Er verschenen tientallen goedkope miniatuurkrantjes waarin de regering heftig werd aangevallen. Binnen een jaar sneed hij dat geitenpaadje voor handige uitgevers fiscaal af met het argument dat zij van die vrijstelling ‘geen goed gebruik gemaakt hebben’ en dat ‘daardoor onze taal en onze zeden werden verbasterd, en dat zij niet strekken om de hier te lande bestaande vrijheid van drukpers op te luisteren’. Het lijkt wel of men de gemiddelde PVV-er hoort fulmineren tegen de bevooroordeelde pers. 

Van het begin af aan doorzagen liberalen dat het de bedoeling was om met fiscale maatregelen de vrijheid van meningsuiting tot een privilege voor weinigen te maken. Thorbecke was dan ook een tegenstander van het dagbladzegel. Na de grondwetshervorming van 1848 was de meerderheid van de politiek het met hem eens, maar – zoals zo vaak in Nederland – de zaak bleef slepen. Voorstellen om het dagbladzegel te beperken of af te schaffen liepen vast omdat er elders in het budget geen dekking werd gevonden. Of de plannen sneuvelden bij de val van een kabinet.  

In goedkope miniatuurkrantjes vielen journalisten de regering aan

Steeds deden zich andere prioriteiten voor die eerst geregeld moesten worden. Dat ging zo door tot het jaar 1867, toen een groepje Rotterdamse liberalen – voor het merendeel jonge mannen van eind twintig en begin dertig – op 25 mei het Anti-Dagbladzegel-Verbond oprichtten. Ze eisten een onmiddelijke afschaffing van het dagbladzegel, zonder dat er eerst gezocht werd naar dekking elders of gewacht werd op een bredere fiscale hervorming.  De heffing was volgens hen principieel fout omdat het een belasting was op kennis.  

Een onwetende bevolking 

Dat idee sloeg aan. In heel Nederland werden afdelingen van het verbond opgericht. Het had veel succes met een brochure waarin de rede stond die de journalist Maurits Hendrik van Lee had afgestoken op het Negende Nederlandsch Letterkundig congres dat eind augustus 1866 in Gent was gehouden. Van Lee had meegewerkt aan de oprichting van een nieuwe krant: het Amsterdamsch handels- en effectenblad, en had daarbij ervaren hoe de fiscus het initiatief smoorde voor het van de grond kon komen. Nu was hij redacteur bij een van Europa’s beste kranten: de Independance Belge in Brussel, waar in 1848 al de laatste resten van het zegelrecht waren afgeschaft. Met feiten, cijfers, sarcasme en welsprekendheid zette Van Lee uiteen hoe de belasting op kennis een ondermaatse pers en een onwetende bevolking opleverde.  

Ter vergadering beloofde de heer A.W. Sijthoff, eigenaar van het Leidsch Dagblad, de rede als brochure van het Anti-Dagbladzegel-Verbond uit te geven. De impact was enorm. In 1866 was een poging om de belasting af te schaffen mislukt, maar in 1869 lukte het wel, dankzij de inspanningen van een liberaal getint deskundigenkabinet dat door Thorbecke was gevormd.  

Het Anti-Dagbladzegel-Verbond roept geestverwanten op voor een eerste vergadering. De Nieuwe Rotterdamsche Courant, 23 mei 1867.
Het Anti-Dagbladzegel-Verbond roept geestverwanten op voor een eerste vergadering. De Nieuwe Rotterdamsche Courant, 23 mei 1867.

Per 1 juli 1869 verdween het gehate dagbladzegel van het toneel. De Nederlandse pers bloeide onmiddellijk op. De gedrukte en later de elektronische media spelen sindsdien een centrale rol bij de manier waarop de democratie en de vrije samenleving worden vormgegeven. Dat had Van Lee al voorspeld. ‘Met hare duizend altijd wakende, naar alle zijden blikkende oogen vormt zij het tegenwicht voor den altijd rooskleurigen blik der overheid’. 

Die rol is opnieuw in het geding, zo blijkt uit een paginagrote advertentie die dertig hoofdredacteuren in de kranten van dinsdag 21 mei plaatsten. Misschien wordt het tijd om een Anti-Belasting-op-Media-Verbond op te richten. Maurits van der Lee wijst de weg.  

Nieuwste berichten

‘Orbáns band met Rusland wringt vanwege de Hongaarse Opstand van 1956’
‘Orbáns band met Rusland wringt vanwege de Hongaarse Opstand van 1956’
Interview

‘Orbáns band met Rusland wringt vanwege de Hongaarse Opstand van 1956’

De Hongaarse premier Viktor Orbán schurkt tegen Poetin aan, maar dat lijkt hem in eigen land nauwelijks te deren. Koesteren de Hongaren geen wrok over het neerslaan van de Hongaarse Opstand in 1956? Toen de Hongaarse bevolking zich in 1956 probeerde te ontworstelen aan het Sovjet-communisme, stuurde Jozef Stalin tanks naar Boedapest. Honderden burgers kwamen om het leven en...

Lees meer
Een Mongoolse ruiter met pijl en boog
Een Mongoolse ruiter met pijl en boog
Nieuws

Droogte versnelde de Mongoolse opmars 

Razendsnel trokken Mongoolse ruiterlegers in de dertiende eeuw over de uitgestrekte steppegraslanden van Oost-Europa. De uitzonderlijke droogte in dit gebied werkte in hun voordeel, zo blijkt uit nieuw onderzoek.  In Fundamental Research schrijven onderzoekers hoe ze aan de hand van boomringen en archeologisch hout de droge en vochtige zomers tussen 943 en 2019 in dit gebied in kaart konden brengen. Daarbij stuitten ze op een uitzonderlijke droogte...

Lees meer
Standbeeld van koning Hayam Wuruk in Mojokerto op Oost-Java
Standbeeld van koning Hayam Wuruk in Mojokerto op Oost-Java
Artikel

Indonesië droomt van een nieuwe hoofdstad: Nusantara

Tegenwoordig is Indonesië voor 90 procent islamitisch. Maar eeuwenlang was de archipel in handen van boeddhistisch-hindoeïstische vorsten, die over een nog groter gebied heersten: Nusantara. De omvang van hun rijk en hun culturele glorie inspireert Indonesiërs nog altijd.    Indonesië bouwt een nieuwe hoofdstad, Nusantara. Een naam die staat voor de gehele Indonesische archipel, een gebied dat groter is dan het huidige Indonesië. President Soekarno verklaarde...

Lees meer
Nicolaas Beets
Nicolaas Beets
Recensie

Jonge garde verwoest de faam van Nicolaas Beets

Nicolaas Beets was decennialang de populairste Nederlandse literator. Zijn verhalenbundel Camera Obscura beleefde herdruk op herdruk. Maar rond 1884 zette een nieuwe generatie dichters – de Tachtigers – de aanval op hem in. Rick Honings beschrijft hoe zijn reputatie vanaf dat moment afbrokkelde en er zelfs gesproken werd van het ‘probleem-Beets’.   Het leek lang of de Nederlandse literatuur in de negentiende eeuw pas begon bij de vermaarde Tachtigers....

Lees meer
Loginmenu afsluiten