Meer dan 1300 jaar na zijn dood leeft de naam Redbad, ook bekend als Radbod en Radboud, nog altijd voort in het collectieve geheugen van Nederland en het Duitse Noordzeekustgebied. Maar zoals vaak bij gebeurtenissen die zich zo ver in het verleden afspeelden, lopen de opvattingen over wie deze legendarische figuur precies was sterk uiteen. Zelfs de verhalen die in de decennia na zijn dood werden opgetekend, kennen hem verschillende titels toe: koning, vorst of hertog. Over drie zaken lijken de auteurs het echter eens: Redbad was een Friese leider die trouw bleef aan zijn voorchristelijke geloof.
Ook in de volle en late Middeleeuwen bleef Redbad terugkeren als personage in verhalen. Oudere bronnen vonden hun weg naar kronieken, terwijl daarnaast legendarische tradities op schrift werden gesteld. Daarin kreeg Redbad zeer uiteenlopende rollen toebedeeld. Zo werd hij voorgesteld als een Deense tiran die de Friezen onderdrukte, maar ook als een held in de traditie van het chanson de geste, die aan de zijde van Karel de Grote meevocht. Dat laatste kan niet waar zijn, want toen Karel de Grote aan de macht kwam was Redbad al decennia dood. Uit nog latere tijden zijn met name in West- en Oost-Friesland allerlei sagen rondom Redbad bewaard gebleven.
Dit artikel is exclusief voor abonnees
Ook binnen de moderne wetenschap bestaat geen overeenstemming over de status en invloed van Redbad. De afgelopen drie decennia zijn grofweg drie uiteenlopende visies te onderscheiden, elk met verschillende varianten en interpretaties. De oudste visie beschouwt Redbad als koning van een uitgestrekt ‘Groot-Friesland’ (Magna Frisia). Volgens een tweede, vooral in de afgelopen drie decennia invloedrijke opvatting, was hij een regionale heerser met een machtsbasis in de omgeving van Utrecht en/of Holland. De meest recente visie gaat nog een stap verder en betwist zelfs het bestaan van een hiërarchisch georganiseerde samenleving in deze periode.
Enkele jaren geleden ontstond in het Fries Museum het idee om een tentoonstelling aan Redbad te wijden. Juist omdat er zoveel discussie bestaat over deze historische figuur, besloot het museum er een internationaal samenwerkingsproject van te maken, waarin onderzoekers uit verschillende disciplines uit Duitsland en Nederland hun kennis bijeenbrachten.

Daarbij was het niet alleen de bedoeling om naar Redbad zelf te kijken, maar ook naar de mensen die in de vroege Middeleeuwen als Friezen werden aangeduid en naar de ontwikkeling van het koningschap. Deze drie vraagstukken zijn namelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden. Door kennis uit verschillende disciplines te combineren en daarbij bewust een noordelijk, voorchristelijk perspectief te hanteren, zijn nieuwe inzichten verkregen die de oorspronkelijke verwachtingen ver overtroffen. Voortbordurend op de drie bestaande visies heeft dit onderzoek geleid tot een vierde interpretatie van Redbad: die van een ‘overkoning’ van een verenigd koninkrijk Frisia. Dit rijk strekte zich waarschijnlijk uit van ongeveer de huidige Belgisch-Nederlandse grens tot aan de Duits-Deense grens, met inbegrip van het rivierengebied rond Utrecht.
Friezen en Frisia
Om Redbads positie te begrijpen, is het nodig enkele eeuwen terug te gaan in de tijd. Vanaf de derde eeuw waren groepen mensen in beweging, waarschijnlijk grotendeels als gevolg van de ineenstorting van het West-Romeinse Rijk. De meeste bewoners van het kustgebied van Friesland en Noord-Holland, die door de Romeinen als Friezen werden aangeduid, verlieten rond 300 n.Chr. hun leefgebied. Pas ongeveer een eeuw later arriveerden nieuwe bewoners in Noord-Nederland. Zij kwamen uit Noord-Duitsland en mogelijk ook uit Jutland. Verwanten van deze groepen trokken bovendien verder naar de Engelse Noordzeekust.
Deze migranten, of hun voorouders, hadden tijdens hun diensttijd in het Romeinse leger kennis en ervaring opgedaan op het gebied van oorlogvoering en militaire organisatie. De Romeinen namen soldaten uit Germaanse stammen ten noorden van de rijksgrens in dienst. Deze huurlingen keerden na hun diensttijd als veteranen terug naar hun geboortegrond. Hun kennis en ervaringen vermengden zich daar met bestaande tradities en gebruiken. Zo ontstond in de vijfde eeuw een nieuw Germaans koningschap: een wereld van heer en gevolg, hallen, schatten, eden en eercultuur.
Ook in Westergo, een kustdistrict dat tegenwoordig onderdeel is van de provincie Friesland, kwam mogelijk zo’n koninkrijkje tot bloei. Hoewel tot op heden geen koninklijke residentie is gevonden, zou Wijnaldum heel goed het centrum daarvan kunnen zijn geweest. De beroemde gelijknamige mantelspeld en de door archeologen veronderstelde aanwezigheid van ambachtslieden die luxeproducten, zoals sieraden, vervaardigden, kunnen daarvoor aanwijzingen zijn. De fibula zelf is waarschijnlijk gedragen door een vrouw van koninklijke afkomst.
Mantelspelden als uiting van religie
Tussen de tweede helft van de zesde en de zevende eeuw worden in Frisia mantelspelden, ook wel fibula’s genoemd, aangetroffen met een bijzondere beeldtaal. Ze tonen een sterk gestileerd mensfiguur tussen twee vogels. Veel onderzoekers interpreteren deze voorstelling als Woden, de voorchristelijke oppergod in Frisia, met zijn twee hulpvogels. Deze beeldtaal was gangbaar onder de voorchristelijke Germaanse groepen die rond de Noordzee leefden. Voor zover bekend werden dergelijke spelden door vrouwen gedragen.

De productie en distributie van dergelijke luxevoorwerpen hielden koningen graag zelf in handen. De kostbaarheden kwamen terecht in de koninklijke schatkist en werden vervolgens weer als geschenk uitgedeeld. Het schenken van kostbare voorwerpen was een essentieel middel om macht te verwerven en te behouden, diplomatieke banden te smeden en de goden gunstig te stemmen.
Het ‘Westergo-koninkrijk’ breidde zich vermoedelijk vanaf ongeveer 550 n.Chr. uit in noordoostelijke en zuidwestelijke richting. Verschillende typen sieraden, waaronder de Domburgfibula, lijken met deze ontwikkeling verband te houden. De geografische verspreiding van deze sieraden hangt samen met de groei van het koninkrijk. Dergelijke spelden worden teruggevonden in de hele Nederlandse kustregio en in het rivierengebied rond Utrecht.
Juist in de gebieden ten zuiden en zuidwesten van Westergo schrijven niet-Friese auteurs in de loop van de zevende eeuw over Friezen. Dus ver buiten het gebied dat in de Romeinse tijd als ‘Fries’ werd aangeduid, want die naam had toen vooral betrekking op het huidige Friese kustgebied en Noord-Holland. De Friezen van de zevende eeuw waren grotendeels andere mensen dan die uit de Romeinse tijd, en ook hun geografische verspreiding was anders. Deze nieuwe groepsidentiteit hing samen met de ontwikkeling van het koningschap. Anders gezegd: Friezen waren de inwoners van het koninkrijk Frisia, hoe divers deze bevolking onderling ook was.
Redbad had een machtig leger
In het licht van deze langetermijnontwikkeling moet ook Redbad worden gezien. Hij kwam niet uit de lucht vallen, maar stond op de schouders van eerdere koningen, die er klaarblijkelijk in waren geslaagd een steeds groter Fries koninkrijk te creëren. In de loop van de zevende eeuw was zo supraregionaal koninkrijk Frisia ontstaan, opgebouwd uit verschillende deelgebieden met hun eigen netwerken.
Veel onderzoekers zien Redbad als de opvolger van koning Aldgisl, die enkele jaren eerder in de bronnen wordt genoemd. Aldgisl kan heel goed ook al overkoning zijn geweest, maar de bronnen zijn te schaars om zijn invloedssfeer te reconstrueren. Redbad hoefde overigens niet per definitie zijn oudste zoon te zijn. Waarschijnlijker is dat hij de machtigste en meest bekwame bloedverwant was. Redbads naam doet verwantschap vermoeden met andere Noordzeekoningen, zoals Rædwald in het Angelsaksische gebied. De leden van koninklijke families en de hoge adel onderhielden bovendien nauwe banden, onder meer door onderlinge huwelijken.
Als overkoning beschikte Redbad niet over absolute macht. Zijn positie was afhankelijk van de steun van die verschillende Friese netwerken, die elk hun eigen leiders hadden. Tijdens bijeenkomsten van zo’n netwerk, het ding, werden de verhoudingen tussen de koning en de dinggemeenschap besproken en bevestigd. Met de steun van deze gemeenschappen kon Redbad wel over een machtig leger beschikken. Daaraan moet hij een belangrijk deel van zijn macht hebben ontleend. Zijn leger werd door verschillende Frankische vorsten gevreesd. Redbad is zelfs de enige tegenstander van wie bekend is dat hij Karel Martel een nederlaag heeft toegebracht. Deze stamvader van het Karolingische huis is de geschiedenisboeken ingegaan als machtige en succesvolle Frankische krijgsheer die het onder andere opnam tegen de Arabieren.

Maar Redbad was meer dan een militair leider die kon rekenen op de steun van de Friese netwerken. Wie de historische bronnen nauwkeurig bestudeert, vindt ook aanwijzingen voor bestuurlijke, economische, juridische en sacrale functies die aan zijn koningschap waren verbonden. Zo zou er een koninklijke raad zijn geweest, beschermde hij heiligdommen, deelde hij straffen uit en liet hij wellicht zilveren penningen slaan, de zogenoemde sceatta’s. Dat wijst op een leider die niet alleen oorlog voerde, maar ook bestuurde, rechtsprak, economie en handel beïnvloedde en religieuze rituelen vervulde. Daarmee past Redbad goed binnen de kaders van het Germaans voorchristelijk koningschap.
Wanneer de aanwijzingen bij elkaar worden opgeteld, ontstaat een samenhangend beeld. Frisia was tijdens Redbads bewind een autonoom, supraregionaal koninkrijk met een eigen politieke en bestuurlijke structuur. Een machtsblok dat in de ‘vaderlandse’ geschiedenis grotendeels buiten beeld is gebleven.
Wie schrijft blijft
Van alle Friese koningen die in de bronnen worden genoemd, lijkt Redbad het best bewaard te zijn gebleven in het collectieve geheugen. Dat komt waarschijnlijk doordat het Friese koninkrijk onder zijn bewind zijn grootste omvang en macht bereikte.
Het nieuwe onderzoek suggereert dat Redbad waarschijnlijk niet alleen invloed uitoefende in het huidige West- en Midden-Nederland, maar ook in Oost- en Noord-Friesland (het huidige Groningen en de Noordzeekust van Duitsland) tot grofweg de Deense grens. Over de status van deze gebieden in Redbads tijd is in de vroegmiddeleeuwse geschreven bronnen vrijwel niets bewaard gebleven. Dat is niet zo vreemd: een deel ervan lag buiten de directe belangstelling van Angelsaksische en Frankische auteurs. Zij beschikten wel over het schrift en legden hun eigen geschiedenis vast, maar over de Friese gebieden en hun bewoners schreven zij nauwelijks.
Toch zijn er aanwijzingen dat ook deze gebieden binnen de invloedssfeer van Redbad vielen. De latere legendarische tradities en sagen over Redbad, maar ook ontwikkelingen op het gebied van migratie en taal, wijzen in die richting. Sterker nog, in een van die tradities wordt zelfs een residentie van Redbad in Oost-Friesland genoemd, op het inmiddels door de zee verzwolgen eiland Bant in de monding van de Eems. Het zijn kleine brokjes informatie. Maar samen lijken ze te wijzen op een vergeten geschiedenis die tot nu toe nauwelijks is meegenomen in de discussies over de invloedssfeer van Redbad.
Als Redbad inderdaad overkoning was van een supraregionaal koninkrijk, dringt zich een belangrijke vraag op: waarom is die omvangrijke invloedssfeer dan grotendeels in de vergetelheid geraakt? Daar zijn twee belangrijke verklaringen voor. Om te beginnen heeft Redbad zelf niets op schrift gesteld. Hij kreeg vooral een plaats in de geschriften van Frankische en Angelsaksische auteurs vanwege zijn verzet tegen het christendom en zijn krijgsdaden, voor zover die aansloten bij hun eigen belangen. Veel van zijn andere daden werden echter doorverteld of bezongen. Van die mondelinge geschiedenis zijn maar weinig zichtbare sporen overgebleven.

Daarmee ontstond een merkwaardige paradox. De mensen die het schrift beheersten, hadden weinig belangstelling voor de geschiedenis van de Friezen. En de mensen die die geschiedenis zelf beleefden en doorvertelden, legden die niet schriftelijk vast. Wat resteerde, was een mondelinge traditie waarin historische gebeurtenissen, herinneringen en legendes zich met elkaar vermengden. Juist daardoor kon Redbad de eeuwen overleven. Niet zozeer als de historische overkoning die hij ooit was, maar als een figuur die steeds nieuwe betekenissen kreeg. Wie schrijft, die blijft. Wie zingt, wordt legendarisch.
Lied van Woden
Eén lied heeft de tand des tijds echter doorstaan, al is het lange tijd niet als zodanig herkend. Ironisch genoeg is het juist ‘dankzij’ de christenen bewaard gebleven. Nieuw onderzoek naar de levensbeschrijving van de heilige Wulfram wijst er namelijk op dat in deze tekst waarschijnlijk een oud lied is opgenomen. Het gaat om een pro-Redbad en pro-heidens lied, waarin de koning wordt geroemd omdat hij ervoor kiest trouw te blijven aan zijn eigen god, Woden.
Zo’n pro-heidens lied paste natuurlijk slecht binnen de christelijke kersteningsmissie. De oorspronkelijke boodschap werd daarom omgekeerd. Het doel was niet langer om Redbad als held te verheerlijken, maar juist om hem af te schilderen als slachtoffer van de misleiding door Woden. In de christelijke interpretatie werd deze god vereenzelvigd met de duivel.
En daarmee gebeurde iets bijzonders: juist de missionarissen die Redbads heidense wereld wilden uitwissen, hebben mogelijk een fragment bewaard van de traditie waarin hij als held werd bezongen. Nog opmerkelijker is dat we hier de oudste vermelding vinden van het Germaanse, voorchristelijke hiernamaals dat wij tegenwoordig kennen als Walhalla.
Nederlands-Duits onderzoek
REDBAD: de legendarische koning is van 5 september 2026 tot en met 7 februari 2027 te zien in het Fries Museum en reist daarna door naar het Ostfriesisches Landesmuseum Emden. Daarnaast verschijnt er een publieksboek. De hierboven besproken inzichten zijn gebaseerd op de wetenschappelijk publicatie New Perspectives on the Early Middle Ages: Redbad, King of the Frisians die in januari 2027 bij Brepols open acces zal worden gepubliceerd.
Het REDBAD-project is een Nederlands-Duitse samenwerking tussen onder meer het Fries Museum, de Fryske Akademy, de Rijksuniversiteit Groningen, het Ostfriesisches Landesmuseum Emden en het Niedersächsisches Institut für historische Küstenforschung. Het project wordt uitgevoerd in het kader van het Interreg VI-programma Deutschland–Nederland met cofinanciering van de provincies Fryslân en Groningen en de Niedersächsische Staatskanzlei.

