In het British Museum wordt momenteel het Tapijt van Bayeux tentoongesteld. Het is een van de belangrijkste bronnen over de Slag bij Hastings (1066), die op zijn beurt een sleutelmoment is in de verovering van Engeland en de Engelse troon door Willem van Normandië. Volgens de tentoonstellingscatalogus zijn er twee mogelijke opdrachtgevers voor het borduurwerk. De eerste is Odo, de bisschop van Bayeux en halfbroer van Willem. Als alternatief noemt de catalogus Edith van Wessex. Zij was de weduwe van koning Eduard de Belijder, die begin 1066 overleed, en de zus van zijn opvolger Harold, die bij Hastings sneuvelde. Maar er is een interessante derde optie.
Op het tapijt is een scène van bijzonder belang afgebeeld. Onder de nogal versleten letters E…TIUS is een vooraanstaande vaandeldrager te zien. Het lijkt te verwijzen naar graaf Eustatius II van Boulogne als vaandeldrager van hertog Willem van Normandië. Dit is op zich al verrassend, want bij een hertog van Normandië zou een Normandische ridder als vaandeldrager logisch zijn, en niet de graaf van een vorstendom buiten Normandië.
Dit artikel is exclusief voor abonnees

De vraag rijst waarom uitgerekend Eustatius II van Boulogne de standaard draagt. De geschreven bronnen en de gegevens op het wandtapijt spreken elkaar tegen wat betreft de rol van deze Eustatius. Hoewel onderzoekers tegenwoordig geneigd zijn meer belang te hechten aan het wandtapijt dan aan de geschreven bronnen, is het de vraag of dit wel terecht is.
Verrader of nobele speler?
Volgens de kroniek van Willem van Poitiers, een tijdgenoot van de verovering, benaderde Eustatius II van Boulogne de hertog van Normandië op een kritiek moment in de Slag bij Hastings. Toen alles verloren leek door geruchten dat Willem gewond was geraakt, drong Eustatius er bij de hertog op aan de strijd op te geven en zich terug te trekken. Willem weigerde, vermaande Eustatius en gebood hem op zijn post te blijven, terwijl Eustatius juist op het punt stond om met vijftig ridders te vluchten.
Het wandtapijt vertelt een heel ander verhaal. Daarop staat Eustatius van Boulogne, zijn naam boven hem geborduurd, met een vaandel in zijn linkerhand. Met uitgestrekte rechterarm wijst hij naar de vastberaden hertog, die zijn helm opheft om te laten zien dat hij nog leeft, ongedeerd is en niet bang om de strijd voort te zetten. Het tapijt toont Eustatius niet als een egoïstische verrader, maar als een nobele speler in het proces, die de hertog van Normandië de weg naar de overwinning wijst.

Ook een ander belangrijk commentaar uit de tijd van de veldslag vertroebelt de betrokkenheid van Eustatius. Volgens Carmen de Hastingae Proelio (Lied op de Slag bij Hastings), een geschreven bron die de dood van koning Harold beschrijft, werd Harold neergestoken en mishandeld door hertog Willem met de hulp van Eustatius en twee andere ridders. Dat gedrag ging regelrecht in tegen de erecode van het ridderschap in die tijd. Het wandtapijt toont daarentegen boogschutters die koning Harold aanvallen en hem doden met een pijl. Experts zijn het erover eens dat koning Harold stierf door een pijl die in zijn oog werd geschoten. In dit opzicht volgen zij de opvatting van de tapijtvoorstelling waarin Willem en Eustatius bij dit moment volledig afwezig zijn. Ook hier krijgt de weergave van het tapijt dus de voorrang boven de geschreven bron.
Geschonden blazoen zuiveren
Deze tegenstrijdigheden lijken raadselachtig, maar kunnen met een alternatieve theorie worden weggenomen. In 1999 bepleitte historicus Andrew Bridgeford de rol van Eustatius II van Boulogne als opdrachtgever van het wandtapijt, een theorie die door de meeste moderne historici niet wordt onderschreven, ook niet in de catalogus van het British Museum. Bridgeford stelt dat Eustatius er belang bij had het verhaal van Hastings in zijn eigen voordeel te manipuleren, door zichzelf niet af te schilderen als degene die Willem voorstelde om zich terug te trekken vlak voordat hij de overwinning binnen had, of als medeplichtige aan onridderlijk geweld, maar als een held. Hij zou het wandtapijt hebben gebruikt als middel om zijn laakbare daden uit te wissen.
Deze interpretatie verdient ook om andere redenen serieuze overweging. Eustatius was waarschijnlijk erg boos toen de hertog van Normandië na zijn overwinning beloningen uitdeelde aan degenen die zich eervol hadden gekweten van hun taken. Eustatius had voor de Slag bij Hastings al ruzie met Willem over de Engelse domeinen die oorspronkelijk toebehoorden aan zijn eerste vrouw Godgifu, de zus van koning Eduard de Belijder. Deze waren verbeurd verklaard, en Eustatius had gehoopt ze terug te krijgen als zijn beloning. Toen dit niet gebeurde, viel hij de Engelse havenstad Dover aan, die kort na de slag aan bisschop Odo van Bayeux was geschonken. Eustatius werd al snel verjaagd; opnieuw een voorval waarbij hij in een bedenkelijk licht stond.
Als Eustatius de opdrachtgever van het tapijt is, zijn de tegenstrijdigheden tussen de afbeelding en de geschreven bronnen eenvoudig te verklaren. Eustatius had verschillende redenen om zijn geschonden blazoen te zuiveren. Volgens de geschreven bronnen was hij ofwel een koningsmoordenaar, ofwel een lafaard. In beide gevallen was hij eerloos, een verachtelijke figuur. Het tapijt veranderde hem in een held.