• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Account aanmaken
    Historisch Nieuwsblad 2/2015

    Zonsverduistering van 1715

    De duisternis onttoverd

    Door: Geertje Dekkers

    Toen zich drie eeuwen geleden een volledige zonsverduistering aandiende, staken oude doemverhalen de kop op. De eclips zou grote ellende meebrengen of zelfs het einde der tijden inluiden. Maar deze keer werden de zwartkijkers overstemd door verlichte optimisten.


    Was de Apocalyps nabij? Moest de mensheid zich voorbereiden op de oorlogen, hongersnoden en plagen die de laatste dagen van de geschiedenis zouden kenmerken? In het voorjaar van 1715 moeten nogal wat Engelsen ’s nachts hebben liggen piekeren over de nabije toekomst. Want er was een ‘zwarte dag’ aanstaande, volgens de titel van een pamflet dat rondging: ‘een vooruitblik op het einde der tijden dat zal blijken uit de grote en verschrikkelijke eclips, die zal plaatsvinden op vrijdag de 22ste april, 1715.’

    Op die bange datum zou de zon in grote delen van Engeland – en in een klein deel van de Republiek der Nederlanden – een paar minuten volledig achter de maan verdwijnen. Een eclips was een omen, zo stond in het Bijbelboek Joël: ‘Dan zal ik tekenen geven aan de hemel en op de aarde: bloed en vuur en zuilen van rook, de zon verandert in duisternis en de maan in bloed. Dan komt de dag van de Heer, groot en onheilspellend.’ Het was tijd voor christenen om zich klaar te maken voor de jongste dag.
     
    Kometen, eclipsen en andere ‘wonderen’ aan de hemel waren tekenen van de woede van God, voorbodes van rampen en omwentelingen. Daarvan was de christenheid sinds het vroegste begin overtuigd. Het idee ging terug op de oude Babyloniërs, die de nachtelijke hemel fanatiek afspeurden op tekenen van naderend onheil.

    Licht problematisch was deze opvatting wel, want in bijbelboek Deuteronomium kon iedere goede christen lezen: ‘Er mag bij u geen plaats zijn voor mensen die hun zoon of dochter als offer verbranden, en evenmin voor waarzeggers, wolkenschouwers, wichelaars en tovenaars...’ Toekomstvoorspellingen waren heidens, zo leerde de Bijbel. Alleen God wist wat er in het verschiet lag, en zo hoorde het.

    Dat weerhield de geleerde wereld er eeuwenlang niet van zich met astrologie bezig te houden en hemelse wonderen uiterst serieus te nemen als voorteken. Intellectuelen leerden dat het boven- en het ondermaanse vervlochten waren: de banen van planeten, de stand van de sterren en opzienbarende gebeurtenissen aan het firmament hadden grote gevolgen voor het leven op aarde.

    Het is een opvatting die we nu misschien associëren met de Middeleeuwen, maar die tot ver daarna zou standhouden. Zo kondigde astroloog en arts Helisäus Röslin aan dat de wereld zou vergaan na een totale zonsverduistering in 1654. Toen die zonsverduistering daadwerkelijk plaatsvond, schijnen inwoners van Parijs hun toevlucht te hebben gezocht in kerken en in kelders. En in 1630 heerste grote consternatie onder de katholieke geestelijkheid: volgens een voorspelling zou paus Urbanus VIII snel sterven als gevolg van een eclips.
     

    'Het einde der tijden zal blijken uit de verschrikkelijke eclips vrijdag de 22ste april'


    Het oude geloof in de hemelse invloed op het aardse leven was, kortom, springlevend in de vroegmoderne tijd. Dat was opmerkelijk, want de voorspelde rampspoed bleef vaak uit. Urbanus stierf pas veertien jaar na zijn voorspelde dood, en ondanks de zonsverduistering van 1654 ging het leven gewoon door.

    Maar voor wie het graag wilde zien, was er wel degelijk bewijs voor het geloof dat hemelse wonderen rampspoed met zich meebrachten. Neem de zonsverduistering van 20 maart 1140 – de laatste die in Londen zichtbaar was vóór de eclips van 1715. Die eclips was volgens tijdgenoten een ellendig voorteken voor de heersende Engelse koning Stefanus. Velen voorspelden dat hij binnen een jaar de troon zou verliezen.

    Het waren jaren van anarchie in Engeland, dus heel vreemd was de voorspelling niet. Stefanus had de kroon weggekaapt van zijn nicht Mathilde, de dochter van de vorige koning. Zij beschouwde zichzelf als de rechtmatige troonopvolgster en legde zich niet neer bij de machtsgreep van Stefanus.

    En ziedaar: binnen een jaar na de eclips werd Stefanus gevangengenomen, waardoor zijn positie aanzienlijk verzwakt raakte. Daarmee was de strijd nog niet gestreden, maar na een aantal omwentelingen van het lot zou de macht overgaan op Mathildes zoon.
     
    Zou in 1715 iets vergelijkbaars gebeuren? Toen de nieuwe eclips zich aandiende, was het politieke klimaat in Engeland opnieuw instabiel. In 1714 was koningin Anna gestorven, de laatste Stuart op de troon. Zij werd opgevolgd door de ‘vreemdeling’ George I, van het huis Hannover. George was een ver familielid dat normaal gesproken nooit in aanmerking zou zijn gekomen, ware het niet dat enkele jaren eerder wettelijk was vastgelegd dat geen katholiek de Engelse troon meer mocht bezetten. Omdat iedereen vóór George in de rij van erfopvolging katholiek was, mocht deze Duitse protestant koning worden.

    De aanhangers van de gepasseerde katholieke Stuarts vonden dat George op oneerlijke wijze op de troon was gekomen, net als Stefanus zes eeuwen eerder. En net als tijdens de heerschappij van Stefanus diende zich een eclips aan. Kon dat toeval zijn, of zou ook nu de oude orde snel worden hersteld?

    De politieke betekenis van de wonderbaarlijke verduistering hield de pennen bezig. Maar sinds 1140 was er veel veranderd in de leefwereld van de geleerden die zich opwonden over de eclips. De astrologen hadden gezelschap gekregen van sterrenkundigen, die, gewapend met wiskundige technieken, zochten naar de regelmaat in het gedrag van hemellichamen. Deze voorlopers van de huidige astronomen brachten met behulp van telescopen de kosmos nauwkeuriger in kaart dan ooit eerder was gebeurd.

    In deze nieuwe traditie stond onder meer de Hollander Symon van der Moolen. Hij was een van de eersten die een eclips van tevoren nauwkeurig in kaart brachten. Van een gedeeltelijke zonsverduistering in 1706 berekende hij waar en hoe laat die te zien zou zijn en hij tekende de route van de schaduw op een landkaart.

    In de aanloop naar de verduistering van 1715 maakte Van der Moolen de berekeningen opnieuw, zoals blijkt uit een advertentie in de Oprechte Haerlemsche Courant. De Amsterdamse boekverkoper Johannes Loots had een overzicht in de aanbieding van de aanstaande ‘grooten Son Eclips’, met daarop per plaats aangegeven wanneer het er donker zou worden. Gemaakt door Van der Moolen, ‘Leermeester in de Wiskonst’.

    Ook in Engeland was een voorspellende kaart in omloop: een accuraat exemplaar van de hand van Edmond Halley. Tegenwoordig is Halley vooral bekend vanwege ‘zijn’ komeet, die met tussenpozen van ongeveer 76 jaar vanaf aarde te zien is.
     

    Wilt u meer geschiedenisverhalen lezen?

    Ontdek de duizenden verhalen die we voor onze abonnees beschikbaar stellen, lees de nieuwste artikelen uit Historisch Nieuwsblad en ontvang iedere week leestips van de redactie in uw mailbox. Met Historisch Nieuwsblad Online krijgt u altijd de juiste historische context om het nieuws van nu te begrijpen.
    Registreer nu en lees de eerste maand voor slechts 1 euro!

    Al abonnee? Log dan in en lees direct alle geschiedenisverhalen online. Heeft u nog geen account of is uw emailadres niet bij ons geregistreerd? Lees dan hier hoe u verder kunt lezen.

    Word lidInloggen