• Mijn account
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Historisch Nieuwsblad 7/2019

    Wijsheid uit het Oosten

    De Arabische wortels van de wetenschappelijke revolutie

    Door: Fanta Voogd

    Tussen 750 en 1500 liep de islamitische wereld in wetenschappelijk opzicht ver voor op het christelijke Europa. Langzaam maar zeker sijpelde de wijsheid uit ‘het Oosten’ door naar de west- en noordkusten van de Middellandse Zee, en legde daar de basis voor de wetenschappelijke revolutie.

    Zeven jaar lang reisde de Engelse geleerde Adelard in het begin van de twaalfde eeuw door de mediterrane wereld. Hij belandde helemaal in Klein-Azië en mogelijk zelfs in Syrië en Palestina. Hij vertaalde Arabische teksten over astronomie en wiskunde in het Latijn en introduceerde het Arabische – van oorsprong Indiase – getallensysteem in Europa. Daarmee behoorde hij tot de eersten die Arabische ‘geheimen’ naar Europa brachten.

    Europese geleerden zijn lang doordrongen geweest van het belang van de middeleeuwse Arabische wetenschap. Tussen de twaalfde en de zeventiende eeuw was het nog gebruikelijk dat wetenschappers verwezen naar Arabische bronnen. Maar later is dat besef van schatplichtigheid langzaam verbleekt. In de twintigste-eeuwse visie, zoals die nog lang op middelbare scholen is onderwezen, was de Arabische rol teruggebracht tot die van archivaris. Mede dankzij de Arabische vertalingen van verloren gewaande Griekse teksten kon de Renaissance zich over Europa uitrollen, maar daar was alles wel mee gezegd.

    De Britse filosoof Bertrand Russell stelde in 1948 nog doodleuk: ‘De mohammedaanse beschaving muntte in haar bloeitijd uit op het gebied van de kunst en techniek, maar gaf blijk van weinig aanleg tot onafhankelijke theoretische speculatie. Haar betekenis, die men niet moet onderschatten, ligt in het doorgeven van het antieke cultuurgoed.’

    Europese geleerden zijn lang doordrongen geweest van het belang van de middeleeuwse Arabische wetenschap.

    Deze visie hebben arabisten inmiddels moeten herzien. De Arabische wetenschap heeft duidelijk een eigen ontwikkeling gekend in het islamitische gouden tijdperk.

    Vertalersbeweging

    Tegenwoordig laten historici deze periode beginnen met de instelling van het kalifaat van de Abbasiden in 750 of met de stichting van de Abbasidische hoofdstad Bagdad in 762. Deze nieuwe dynastie nam elementen over uit de Perzische en Arabische cultuur. Net als andere succesvolle monarchen, van Caesar tot Napoleon, begrepen de Abbasidische heersers dat het verstandig is politieke macht te schragen met een zo breed mogelijke kennis.

    Kalief Haroen ar-Rashid opende in Bagdad het Huis der Wijsheid. Dat was een bibliotheek waar vooral oude Arabische en Perzische manuscripten – waaronder in het Perzisch vertaalde Griekse teksten – werden verzameld en gekopieerd. Bagdad groeide uit tot het centrum van de zogeheten vertalingsbeweging. In twee eeuwen tijd werd een enorme hoeveelheid wetenschappelijke en filosofische teksten, maar ook literatuur en poëzie, uit het Perzisch, Syrisch, Sanskriet en bovenal het Grieks vertaald in het Arabisch. De vertalingsbeweging zorgde ervoor dat de islamitische wereld invloeden absorbeerde van ver voor haar eigen tijd en ver buiten haar eigen grenzen.

    De tekst loopt door onder de afbeelding.


    Afbeelding van Bagdad in de tiende eeuw.

    De vertalers genoten hoog aanzien en werden vorstelijk beloond. Het werk dat zij verrichtten vormde een vruchtbare bodem voor een ongekende bloei van de wetenschap in de islamitische wereld. Door het gebruik van Arabisch als lingua franca konden wetenschappers van Córdoba tot Kaboel hun werk delen en bespreken. De introductie van gestandaardiseerd Arabisch vergemakkelijkte bovendien het bestuur van het enorme Abbasidische Rijk.
     
    Daarnaast kwamen de Arabieren met eigen wetenschappelijke innovaties. Wiskundigen borduurden voort op de oude kennis uit Egypte, Griekenland, India, Mesopotamië en Perzië. De algemene geldigheid van algebra (van het Arabische al-jabr) bevorderde het abstracte denken en het besef dat er – los van cultuur of godsdienst – universele waarheden bestaan.

    Het cijfer 0

    De Arabieren hadden het getallenstelsel van de Indiërs overgenomen, dat bestond uit de cijfers 1 tot en met 9, en met als belangrijke innovatie het cijfer 0. Arabische wiskundigen gingen een stap verder en introduceerden in de tiende eeuw de decimale breuk, de ‘cijfers achter de komma’. De gemoderniseerde rekenkunde kwam ten goede aan de efficiënte belastingheffing in het Abbasidische Rijk. Toen de Europeanen de Romeinse cijfers inruilden voor het van oorsprong Indische getallenstelsel, spraken ze van Arabische cijfers. Ons woord ‘cijfer’ is afkomstig van het Arabische woord voor ‘nul’: sifr.

    Wiskundigen borduurden voort op de oude kennis uit Egypte, Griekenland, India, Mesopotamië en Perzië.

    De Koran vormde soms een rem op en soms een stimulans voor verder onderzoek. Dat laatste gold bijvoorbeeld voor het gebod om richting Mekka te bidden. Om de kortste lijn naar Mekka te bepalen, moet je weten wat de aardkromming en dus de omtrek van de aarde is. De Perzische wetenschapper Abu Raihan Biruni, ook wel Al-Biruni genaamd, ontwikkelde daartoe in de elfde eeuw een vernuftige methode. Eerst mat hij door middel van driehoeksmeting de hoogte van een berg. Vervolgens mat hij vanaf de bergtop de dalingshoek naar de horizon. Daarmee beschikte hij over voldoende informatie om middels een trigonometrische berekening de straal, de diameter en dus ook de omtrek van de aarde te bepalen. Ver zat hij er niet naast.

    Alchemisten (al-kimia) tilden tijdens Abbasidische hoogtijdagen de klassieke scheikunde op een hoger plan. De arts Muhammad ibn Zakariya Razi, kortweg Al-Razi, deed alchemistisch onderzoek naar praktische, medische toepassingen. Hij beschreef chemische processen als distillatie, verkalking, oplossing, verdamping, kristallisatie, alliage en filtratie. En zette een heel assortiment aan instrumenten in, die ook nu nog worden gebruikt door de apotheek, zoals vijzels, stopflessen, kelken, trechters, zeven en filters.

    Alchemisten (al-kimia) tilden tijdens Abbasidische hoogtijdagen de klassieke scheikunde op een hoger plan.

    De experimenteerdrift van Arabische en Perzische alchemisten leidde tot praktische ambachten. Ze wisten hoe je puur goud kon omsmelten tot een bruikbaar metaal om munten van te slaan. Ze ontdekten hoe je door distillatie geconcentreerde alcohol (al-kuḥl) maakte voor medicinaal gebruik en hoe je met alkali (al-qali) zeep kunt bereiden. Ambachtslieden perfectioneerden de fabricage van glas en tegels. Uit India namen ze de bereidingstechniek van suiker (sukkar) over en uit het Verre Oosten de receptuur van buskruit en de bereiding van papier.
     

    De tekst loopt door onder de afbeelding. 


    Technisch handboek.

    Een van de grootste geleerden uit het islamitische gouden tijdperk was Hasan Ibn al-Haytham of Alhazen. Hij kwam uit de Iraakse stad Basra, maar verbleef een groot deel van zijn werkzame leven in Caïro. Hij bekwaamde zich in wiskunde, astronomie, filosofie, theologie en geneeskunde, maar staat vooral bekend om zijn baanbrekende werk in de optica, de bestudering van licht en de werking van het oog. Alhazen begreep als eerste dat licht door een object wordt teruggekaatst, door het oog wordt opgevangen en in de hersenen in beeld wordt omgezet.

    Maar zijn betekenis voor de wetenschap reikt veel verder dan zijn specifieke ontdekkingen. Bij zijn pogingen om zijn optische experimenten te duiden, zette hij meetkunde in. Daarmee was hij een van de grondleggers van de wiskundige natuurkunde. Nog opmerkelijker is dat hij bij zijn optisch onderzoek de nadruk legde op het belang van waarneming en experimenten, waarvan de resultaten reproduceerbaar zijn. Alhazen wordt daarmee wel gezien als de vader van de moderne wetenschappelijk methode en als de grootste natuurkundige tussen Archimedes en Newton.

    Een van de grootste geleerden uit het islamitische gouden tijdperk was Hasan Ibn al-Haytham of Alhazen.

    Zijn zevendelige boekwerk over optica, Kitab al-Manazir, geschreven tussen 1011 en 1021, genoot bekendheid in de hele islamitische wereld en vond meteen zijn weg naar Europa. In Spanje borduurden de wetenschappers van het emiraat Zaragoza voort op Alhazens standaardwerk. Rond 1200 werd het vertaald in het Latijn. Het beïnvloedde middeleeuwse wetenschappers in het christelijke Europa, met name de Engelse geleerden Roger Bacon en Robert Grosseteste. En later ook Leonardo da Vinci, Galileo Galilei, Johannes Kepler en Christiaan Huygens.  
     

    Culturele uitwisseling

    In onze tijd wordt de Middellandse Zee ervaren als een barrière. Een natuurlijke grens tussen drie continenten. En een mentale grens tussen islam en christendom, tussen autocratie en democratie, tussen arm en rijk, tussen bevolkingsgroei en -krimp, tussen stilstand en vooruitgang. Dat contrasteert sterk met de duizenden jaren oude werkelijkheid, waarin de Middellandse Zee juist een opening en snelle verbinding vormde voor handel en culturele uitwisseling tussen verschillende volken.

    De mediterrane geschiedenis vormt een estafette, waarin telkens een nieuwe beschaving de culturele koppositie innam, maar nooit zonder verworvenheden van oudere dominante culturen over te nemen. Bruikbare wetenschappen, technieken en ideeën werden geadopteerd en verder uitgewerkt, waardoor de cultuur rond de Middellandse Zee met horten en stoten een steeds hogere graad van verfijning bereikte.

    In onze tijd wordt de Middellandse Zee ervaren als een barrière.

    De Engelse geleerde Adelard maakte ook deel uit van dat proces. Hij belandde tijdens zijn reizen ook op Sicilië, in het Spaanse Toledo en in de kruisvaardersstaatjes Cilicië en Antiochië in het huidige Turkije. Deze bestemmingen worden nog steeds gezien als de doorgeefluiken waardoor de wijsheid uit de islamitische wereld in Europa terechtkwam. In de Oudheid bereikte kennis uit Griekenland de Arabische wereld via Bagdad. Maar een paar eeuwen later stroomde die uit het Oosten terug via de centra van geleerdheid in Italië en Spanje. Sinds 711 viel een groot deel van het Iberische schiereiland onder islamitische heerschappij. Na de christelijke herovering van Toledo in 1085 behield de stad haar functie als centrum van geletterdheid.
     

    Kruispunt van kennis

    De nieuwe heersers kregen de beschikking over enorme Arabische bibliotheken, die het startpunt vormden van de vertaalschool van Toledo. Als een soort spiegel van de Abbasidische vertalingsbeweging in Bagdad werd er gedurende de twaalfde en dertiende eeuw een groot aantal van oorsprong Griekse boeken vanuit het Arabisch vertaald in Latijn. Maar ook veel oorspronkelijk Arabisch werk van vooraanstaande geleerden als Al-Kindi, Al-Razi en Avicenna. De kathedraal van Toledo vormde het middelpunt van deze beweging, die vooral werd gedragen door Joodse geleerden en door Mozaraben, christenen die het Arabisch machtig waren.



    Ook Sicilië vormde een kruispunt van kennis. In 965 hadden Arabische krijgsheren het eiland na meer dan een eeuw strijd volledig veroverd op de Byzantijnen. De islamitische heerschappij duurde totdat de Normandische graaf Rogier I Sicilië in 1091 veroverde. Hij was katholiek, maar stond tolerant tegenover andere culturen. Een van zijn opvolgers, koning Rogier II, was zelfs een bewonderaar van de Arabische cultuur en omringde zich met soldaten, dichters en geleerden van diverse pluimage. Op Sicilië ontstond eveneens een vertaalschool: meertalige Siciliaanse geleerden zetten oude Griekse en Arabische werken over in het Latijn.

    In deze tijd ontwikkelden zich ook de kruisvaardersstaatjes in het Nabije Oosten tot multiculturele handelscentra van waaruit Arabische invloeden doordrongen in Europa.

    De belegering en verwoesting van Bagdad door de Mongoolse leider Hulagu Khan in 1258 markeerde het einde van het islamitische gouden tijdperk. Maar er zijn ook historici die erop wijzen dat de Arabische wetenschap tot in de zestiende of zelfs zeventiende eeuw is blijven floreren. Hoe het ook zij, vanaf ongeveer 1500 moest de Arabische wereld haar wetenschappelijke koppositie afstaan aan Europa.
     
    Fanta Voogd is journalist, gespecialiseerd in techniekgeschiedenis.


    Meer weten:
     
    Greek Thought, Arabic Culture (1998) door Dimitri Gutas.
    De geschiedenis van de Arabische volken (2009) door Albert Hourani.
    Science and Islam (2009) door Jim Al-Khalili. Driedelige BBC-documentaire te zien op YouTube.