Het Internationaal Strafhof werd in 2002 opgericht. Bestond het idee al langer?
‘De eerste voorstellen gaan terug tot eind negentiende eeuw: in 1870 pleitten juristen al voor het berechten van mensen die oorlogsmisdrijven hadden gepleegd. Na de Eerste Wereldoorlog werd gepoogd om een tribunaal op te richten om de Duitse keizer te berechten, maar dat mislukte. Het Neurenbergtribunaal dat na de Tweede Wereldoorlog werd opgericht om de nazi’s te berechten, was een belangrijke stap richting het ontstaan van het Strafhof.’
‘Toch gebeurde er daarna een aantal decennia nauwelijks iets, totdat er in de jaren negentig naar aanleiding van de Balkanoorlogen en de genocide in Rwanda tribunalen werden opgezet om misdaden in die conflicten te berechten. Hierdoor kwam de oprichting van het Internationaal Strafhof weer hoog op de agenda te staan, en uiteindelijk werd tijdens de Conferentie van Rome in 1998 een verdrag opgesteld.’
Dit artikel is exclusief voor abonnees
Was Den Haag een logische plek voor het Strafhof?
‘Ja, Nederland had een geschiedenis met het internationaal recht. In Den Haag bestonden al gerechtshoven en tribunalen, zoals het Joegoslaviëtribunaal, en aan het begin van de twintigste eeuw had Nederland een belangrijke rol gespeeld bij het ontstaan van de eerste internationale gerechtshoven. In 1899 en 1907 vonden in Den Haag namelijk twee vredesconferenties plaats. Hier werden verschillende internationale verdragen gesloten en werd het eerste internationale hof gevormd: het Permanente Hof van Arbitrage, dat nog steeds bestaat.’
Waarom werden die vredesconferenties in Den Haag georganiseerd?
‘Aan het einde van de negentiende eeuw waren er in Den Haag al juristen die conferenties organiseerden voor internationale collega’s, bijvoorbeeld op het gebied van het internationaal privaatrecht. Onder die beroepsgroep was Den Haag al een begrip, mede dankzij de beroemde jurist Tobias Asser. Toch was de organisatie van de vredesconferenties in Den Haag voor het grootste deel toeval. De initiatiefnemer van de conferenties, de Russische tsaar Nicolaas II, was namelijk op zoek naar een klein en neutraal land. Doordat andere neutrale landen zoals België en Zwitserland om verschillende redenen afvielen, werd uiteindelijk voor Nederland gekozen.’
Was er destijds brede Nederlandse steun voor het internationaal recht?
‘Ja en nee. Nederland besefte al vroeg het belang van internationaal recht voor de eigen positie. In de negentiende en begin twintigste eeuw was Nederland neutraal, en voor het behoud van die neutrale status was het internationaal recht een nuttig instrument. Wel was er discussie over de noodzaak van het oprichten van internationale gerechtshoven en het houden van grote conferenties. Sommigen vonden het belangrijk dat Den Haag dit deed, terwijl anderen zich afvroegen waarom dit per se in Nederland moest.’
Is er nog steeds veel Nederlandse steun?
‘De verhouding van Nederland tot het Strafhof is complex doordat Nederland zowel gastland als lidstaat is. Daarom heeft het soms een andere rol dan de andere lidstaten. Op de achtergrond doet Nederland veel om het Hof te ondersteunen. In de Nederlandse samenleving en politiek bestaat er een breedgedragen steun voor het Strafhof en de andere Haagse internationale hoven en instituten. Er zijn weinig partijen, behalve bijvoorbeeld de PVV, die gekant zijn tegen het Hof.’
Geldt dat ook voor de rest van Europa?
‘Alle Europese landen zijn lid en groot voorstander van het Strafhof. Alleen Hongarije wilde onder Viktor Orbán uit het hof stappen, maar dat is inmiddels weer teruggedraaid door de nieuwe regering. De steun in heel Europa voor het Strafhof is dus erg sterk.’
Hoe uniek is het dat landen zich niet committeren aan het internationaal recht?
‘Totaal niet uniek. Er zijn fases waarin het internationaal recht bloeit, goed werkt en er brede steun voor is. En er zijn momenten waarin dat in mindere mate het geval is, bijvoorbeeld tijdens de twee wereldoorlogen. Maar geen van die lastige fases heeft ertoe geleid dat het internationaal recht ophield te bestaan, nutteloos werd of niet meer werkte. Ook de huidige moeilijke fase, hoe serieus die ook is, betekent daarom niet het einde van het internationale recht.’