Dit artikel is exclusief voor abonnees
In wetenschappelijk tijdschrift PNAS beschrijven biologen hoe ze aan de hand van nieuw ontdekte pestmutaties de verspreiding van de pest tussen de veertiende en achttiende eeuw konden analyseren. Het lukte wetenschappers vijftien jaar gleden voor het eerst om het Yersinia pestis-genoom af te nemen van menselijke resten. Sindsdien werden er meermaals nieuwe varianten gevonden, maar de elf niet eerder blootgelegde DNA-mutaties die deze wetenschappers in Europese massagraven vonden, zorgden voor een doorbraak. De onderzoeksgroep opende massagraven in onder andere Londen, Tallinn, Barcelona en Arnhem.
Met behulp van historische beschrijvingen konden de wetenschappers die nieuwe mutaties linken aan historische pestuitbraken. De dodelijke bacterie werd vaak meegevoerd door soldaten, handelaren en klimaatvluchtelingen. Zo zijn in Tallinn pestgevallen gevonden die in verband kunnen worden gebracht met de Grote Noordse Oorlog (1710-1721), waarbij veel Oost-Europese landen betrokken waren. En in Londen blijken mensen gestorven aan een variant van de ziekte die zijn oorsprong vindt in het Ottomaanse Rijk.
Daarnaast werd duidelijk dat ten tijde van de ‘Grote Droogte’ in de Renaissance – een periode waarin er extreem weinig regen viel in Europa – pestuitbraken plaatsvonden in onder andere Litouwen en Denemarken. Volgens de onderzoekers een bevestiging van het idee dat extreme weersomstandigheden pestuitbraken kunnen aanwakkeren.