• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Account aanmaken
    Historisch Nieuwsblad 5/2021

    Trollen tegen de nazi’s

    Door: Ivo van de Wijdeven

    Tijdens de Tweede Wereldoorlog bestookte de Britse journalist Sefton Delmer nazi-Duitsland niet met bommen en granaten, maar met ranzige roddels. Zijn radiostations ontpopten zich tot trollenfabrieken en verspreidden zo veel mogelijk nepnieuws.

    In de zomer van 1940 zaten de Britten met de handen in het haar. Bij Duinkerke was het Britse expeditieleger ternauwernood ontkomen aan vernietiging door Duitse Panzer-divisies en Adolf Hitlers Wehrmacht had het westen van Europa stevig in handen. Een invasie van Groot-Brittannië hing in de lucht: de Duitse Luftwaffe probeerde de Britten met zware bombardementen op de knieën te krijgen. Premier Winston Churchill verklaarde dapper de strijd voort te zetten, maar de vraag was: hoe? De Britten hadden immers geen voet meer aan de grond op het Europese vasteland.

    De journalist Sefton Delmer had een innovatief idee: psychologische oorlogvoering via de media. Of, zoals Delmer het zelf noemde: zwarte propaganda. Met een hele batterij aan radiostations van diverse pluimage hoopte hij verdeeldheid te zaaien in de Volksgemeinschaft waarop Hitler prat ging en zo de oorlogsinspanningen van de nazi’s te saboteren. Het ‘zwarte’ was de illusie dat het om Duitse stations ging.

    Delmers radiostations schuwden geen enkel middel. Ze lokten luisteraars met muzikale hits en ranzige roddels. Vervolgens stuurden ze minutieus toegesneden propagandaboodschappen op de beoogde doelgroepen af. Daarbij verdraaiden ze feiten en deden ze de waarheid geweld aan. Sefton Delmer was een van de peetvaders van het nepnieuws.

    Goede connecties met de nazi’s

    Denis Sefton Delmer was in 1904 in Berlijn geboren. Als zoon van twee Australische ouders met een Joodse achtergrond kreeg hij een Brits paspoort, maar hij werd in zijn vroege kindertijd volledig Duitstalig opgevoed. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd Delmers vader, hoogleraar Engelse literatuur aan de Humboldt Universiteit en als Australiër onderdaan van het vijandelijke Britse Rijk, geïnterneerd. Door een gevangenenruil kwam het gezin Delmer in 1917 in Londen terecht. De jonge Delmer ging een paar jaar later geschiedenis studeren in Oxford.

    Toen Delmer van de universiteit kwam werkte zijn vader inmiddels als journalist voor een aantal Britse dagbladen. Via dat opstapje keerde Sefton Delmer in 1928 terug in Berlijn als correspondent voor de sensatiekrant Daily Express, in die tijd het grootste Britse dagblad. In de roerige Duitse hoofdstad voelde hij zich als een vis in het water. Delmer bouwde goede connecties in de nazipartij op en kreeg het voor elkaar om als eerste Britse journalist Adolf Hitler te interviewen. Tijdens de verkiezingscampagne van 1932 reisde hij zelfs embedded mee in Hitlers privévliegtuig. Delmer tekende alles wat hij zag op: van de stijl van de toekomstige Führer tijdens diens redevoeringen tot de wijze waarop Hitler een band wist te smeden met de Duitsers. Delmers aantekeningen kwamen later erg goed van pas.

    Tijdens de Rijksdagbrand op 27 februari 1933 was het journalistieke lot Delmer gunstig gezind: samen met Hitler, Hermann Göring en Joseph Goebbels keek hij naar het brandende parlementsgebouw. De Nederlandse einzelgänger Marinus van der Lubbe werd later ter dood veroordeeld voor het aansteken van het vuur. Delmer kreeg op dat moment niet de indruk dat de nazi’s zelf achter de brand zaten. Hitler zei tegen hem: ‘God geve dat dit het werk is van de communisten. U bent nu getuige van het begin van een groots nieuw tijdperk in de geschiedenis van Duitsland, Herr Delmer. Deze brand is het startpunt.’ Delmer tekende fijntjes op hoe Hitler daarna van opwinding struikelde over een brandslang.

    Hitler kreeg gelijk. De Rijksdagbrand was het ideale propagandamiddel om de communisten buitenspel te zetten en in het verlengde met een nooddecreet meteen alle burgerrechten af te schaffen. Met een Machtigingswet ging alle macht naar de Führer. Volgens Delmer – die niet geloofde in een communistisch complot – was het ‘de doodstraf voor wat er over was van de Duitse democratie’.

    De journalist verhuisde daarna naar Parijs en reisde kriskras door Europa om onder meer verslag te doen van de Spaanse Burgeroorlog en de Duitse inval in Polen. Hij wist in de zomer van 1940 net op tijd Frankrijk te ontvluchten. Terug in Londen ging Delmer aan de slag als omroeper bij de Duitstalige uitzendingen van de BBC. In die hoedanigheid vroeg hij zich live af hoe Hitler pompeus gepresenteerde ‘vredesvoorwaarden’ uit diens ‘liegende, stinkende bek’ kon krijgen, wat leidde tot geschokte reacties in regeringsgebouwen in Berlijn én Londen.

    Officieren van de Luftwaffe luisteren in Frankrijk naar de radio. Voor hen heeft Delmer een aparte zender opgericht.

    Goed beluisterd

    Desalniettemin werd de inmiddels 36-jarige Delmer in september 1940 gevraagd door de uiterst geheime Political Warfare Executive, een speciale afdeling van het Foreign Office voor psychologische oorlogvoering. Het hielp dat zijn goede vriend Ian Fleming – de latere James Bond-auteur – enthousiast was over Delmers ideeën over zwarte propaganda en een goed woordje had gedaan bij de Britse geheime dienst.

    Op 23 mei 1941 ging Gustav Siegfried Eins (GS1) de lucht in, een fictief station van dissidente Wehrmacht-officieren. Aan het woord was ‘Der Chef’, een fanatieke nazi die direct van wal stak met een scheldkanonnade tegen Winston Churchill – ‘die bastaard met platvoeten van een dronken Jood’ – en vervolgens het ‘partijkartel’ aan de top van de NSDAP beschuldigde van incompetentie en corruptie. Der Chef openbaarde schaamteloze zelfverrijking en smeuïge seksschandalen van lokale partijbonzen.

    In werkelijkheid werd Der Chef met verve gespeeld door de Duitse detectiveschrijver Peter Seckelmann, die in 1938 na de Kristallnacht van Berlijn naar Londen was gevlucht. Het doel van GS1? Een wig drijven tussen de Wehrmacht en de nazitop. Delmer was erg in zijn nopjes met de tekst die hij zelf had geschreven over Churchill: ‘Met deze ene zin hadden we ons geloofwaardig gemaakt als een echt Duits station. Geen enkele Duitse luisteraar zou ooit vermoeden dat Britse propagandisten in staat waren zulke onbetamelijke taal uit te slaan over onze geliefde premier.’

    ‘Der Chef’ noemt Churchill een ‘bastaard met platvoeten van een dronken Jood’

    Uit verhoren van Duitse krijgsgevangenen bleek dat GS1 goed werd beluisterd door de doelgroep. Toch kwam er in 1943 een einde aan het station. Luisteraars konden live horen hoe Der Chef met kogels werd doorzeefd door de Gestapo. Twee keer zelfs; een onoplettende Britse technicus startte de opname opnieuw in.

    De uitzendingen werden namelijk altijd vooraf in een speciale studio op plaat opgenomen om de boodschap te perfectioneren. Die lag – net als alle andere gebouwen van de PWE – verscholen op het groene Engelse platteland, niet ver van Bletchley Park, waar de Britse codebrekers puzzelden op het kraken van de Duitse Enigma-code.

    Vanuit een vliegtuig werpen Britten pamfletten met propaganda uit over vijandelijk gebied, maart 1940.

    Verzonnen berichten

    Delmer had ondertussen toegang gekregen tot Aspidistra, een zeer krachtige radiozender in Zuidoost-Engeland die de Britse geheime dienst bij het Amerikaanse RCA had aangeschaft. Het apparaat had zoveel zendvermogen dat het in de VS niet mocht worden gebruikt, omdat het andere zenders weg zou drukken. Dat was natuurlijk een kolfje naar Delmers hand. Met behulp van Aspidistra richtte hij zich op het demoraliseren van Duitse U-boot-bemanningen met desinformatie.

    Het nieuwe radiostation Atlantiksender zond zowel in Duitsland verboden maar desalniettemin populaire Amerikaanse jazzmuziek als de nieuwste Duitse hits uit, die via Zweden naar Engeland waren gesmokkeld. Een orkest van Duitse krijgsgevangenen maakte zelfs nieuwe nummers. Een uit Duitsland gevluchte actrice praatte als ‘Vicki’ met zwoele stem alles aan elkaar en verzorgde nieuwsbulletins. Via onderschepte Duitse telexberichten werden die gevuld met het laatste nieuws – waar nodig wat verdraaid – en sportuitslagen.

    Daar werden volkomen verzonnen berichten doorheen gevlochten, bijvoorbeeld over een hoge admiraal die orgies hield met vrouwen van U-boot-kapiteins op zee. Door Duitse kranten na te vlooien wist een creatief team van later bekend geworden jonge Britse auteurs als Muriel Spark en Ellic Howe zeer geloofwaardige verhalen te verzinnen. Dat ging zelfs zover dat bemanningsleden met naam en toenaam werden aangemoedigd hun vrouw te feliciteren op hun huwelijksdag. En dankzij grondige bestudering van luchtfoto’s gemaakt na RAF-bombardementen kon Vicki tot op het huisnummer nauwkeurig doorgeven welke straten in Duitse steden waren weggevaagd. Zo kregen U-boot-bemanningen haarfijn te horen dat hun familieleden waren gebombardeerd.

    In de aanloop naar D-day herhaalde Delmer dit trucje met Soldatensender Calais, gericht op Duitse troepen in Frankrijk. Zij kregen als extraatje ook alle nieuwsberichten op papier via de Nachrichten für die Truppe, een Duitstalige krant die dagelijks door Amerikaanse bommenwerpers werd uitgestrooid.

    Zowel de Atlantiksender als de Soldatensender Calais – na de bevrijding van de Franse havenstad omgedoopt tot Soldatensender West – bleek wederom populair onder Duitse luisteraars. De Duitse propagandaminister Joseph Goebbels noteerde jaloers in zijn dagboek: ‘’s Avonds baart Soldatensender Calais ons zorgen. Die zendt overduidelijk uit vanuit Engeland en gebruikt dezelfde golflengte als onze Deutschlandsender wanneer die uit de lucht is tijdens bombardementen. Het station is een kei in propaganda en zo te horen weten de Engelsen precies welke delen van Berlijn ze hebben platgegooid en welke niet.’

    Met Aspidistra waren de Britten ook in staat om in te breken op de frequenties van de Duitse luchtverkeersleiding om daarmee piloten van de Luftwaffe de verkeerde kant op de sturen. Een idee van Delmer aan het einde van de oorlog was om tijdens bombardementen de frequentie van de Duitse calamiteitenzender over te nemen om met valse evacuatieberichten chaos achter de Duitse linies te veroorzaken. Dat ging zo onmerkbaar – ook voor de Duitsers – dat Delmer de eerste keer zenuwachtig zat te wachten tot zijn eigen zender de Duitse frequentie had overgenomen, terwijl dat allang was gebeurd.

    Luisteraars naar radio-uitzendingen van de vijand worden als verraders afgeschilderd.

    Geen grootschalige opstanden

    Naast zijn grote projecten runde Delmer onder het mom van ‘Research Units’ een hele reeks kleinere radiostations voor specifieke doelgroepen. Zo bestookte Christus König Duitse katholieken met boodschappen over de goddeloosheid van de nazi’s, onder meer door te wijzen op de vernietigingskampen. Piloten van de Luftwaffe werd verteld dat ze met open armen zouden worden ontvangen in Engeland als ze zouden deserteren.

    Maar ook andere bevolkingsgroepen in bezet Europa werden bediend, bijvoorbeeld met Radio Travail, dat Franse arbeiders opriep om in opstand te komen. Voor Nederland was er kortstondig De Flitspuit, dat opruiender was dan het officiële Radio Oranje. Ook deze stations deden alsof ze uitzonden vanuit bezet gebied. Opmerkelijk was dat de mensen die de opnames van de diverse Research Units volpraatten volledig in het duister werden gehouden over het bestaan van andere teams. Zo hoopte Delmer de illusie van afzonderlijke stations te garanderen.

    De grote vraag is natuurlijk of het werk van Delmer en zijn mensen het beoogde effect had. Hoewel er een trouwe schare luisteraars was, is het nooit gelukt om de Duitsers tegen elkaar op te zetten. Ook grootschalige opstanden in bezet gebied bleven uit. Het effect op het Duitse moreel was in de praktijk natuurlijk moeilijk meetbaar, maar de verspreide geruchten vielen wel degelijk in vruchtbare aarde en droegen op die manier bij aan verwarring en onrust bij de vijand.

    Voor Nederland was er de zender De Flitspuit, die opruiender is dan Radio Oranje

    Uiteindelijk werd nazi-Duitsland op het slagveld op de knieën gedwongen. Maar de geraffineerde werkwijze van de Political Warfare Executive dient als wijze les én waarschuwing voor onze eigen tijd, waarin nepnieuws, trollenfabrieken en complottheorieën almaar aan invloed winnen. Delmer overleed in 1979, maar zijn navolgers hebben hun werkterrein verlegd van de ether naar het internet. Zwarte propaganda tiert nog steeds welig.

    Ivo van de Wijdeven is historicus en politiek analist. In het radioprogramma OVT vertelt hij meer over Sefton Delmer. Luister het radiofragment hier terug.

     

    Spindoctor voor prins Bernhard

    Sefton Delmer speelde een cruciale rol in de Greet Hofmans-affaire. Prins Bernhard had de gebedsgenezeres Greet Hofmans aanzocht om te helpen bij de oogafwijking van prinses Marijke (later Christina genoemd). Toen de pacifistische Hofmans een steeds grotere invloed uitoefende op koningin Juliana, kreeg Bernhard spijt. In 1956 zocht hij doelbewust de publiciteit. Daarbij maakte de prins dankbaar gebruik van de diensten van Delmer, die hij nog kende uit zijn jonge jaren in Berlijn.

    Delmer interviewde Hofmans en zocht vervolgens als een ware spindoctor contact met het Duitse weekblad Der Spiegel, dat op 13 juni 1956 op basis van Delmers aantekeningen het brisante artikel ‘Zwischen Königin und Rasputin’ publiceerde. Enkele dagen later deed Delmer het verhaal onder eigen naam nog eens dunnetjes over in de Daily Express: ‘Ik heb in Baarn gesproken met een gebedsgenezeres. Een vermoeide oude vrijster van 61. Ze is Nederlands grootste en geheime politieke probleem.’

    Deze publicaties brachten de affaire aan het rollen. Juliana werd uiteindelijk gedwongen om Hofmans de deur te wijzen en haar hofhouding te reorganiseren. Bernhard bedankte Delmer omstandig: ‘Ik sta voor eeuwig bij je in het krijt voor je goedheid, je begrip en je hulp. Ik weet niet hoe ik het kan tonen, maar het zit diep in mijn hart.’

     

    Van Ramses tot QAnon

    Delmer was een meester in nepnieuws, maar is zeker niet de uitvinder. Die eer gaat waarschijnlijk naar de Egyptische farao Ramses de Grote. Tempels uit zijn tijd tonen afbeeldingen van een verpletterende overwinning in een grote veldslag tegen de Hettieten in 1274 v.Chr., maar in werkelijkheid verloor Ramses die net niet en onderhandelde hij over een vredesverdrag.

    Desinformatie is een constante in de geschiedenis. Tegenstanders en bevolkingsgroepen werden zwartgemaakt met eclatante leugens. Berucht is het middeleeuwse ‘bloedsprookje’: Joden zouden christelijke kinderen vermoorden en hun bloed gebruiken in rituelen. Het klinkt nu nog door in de pedofilienetwerken die QAnon-complotdenkers menen te zien.

     

    Meer weten

    Black Boomerang (1962) door Sefton Delmer is het tweede deel van zijn autobiografie.

    The Secret History of PWE (2002) door David Garnett is het eerste monografie, gebaseerd op vrijgegeven archieven.

    Het nazisme en complottheorieën (2020) door Richard Evans gaat over complotdenken van en over nazi’s.