Home Treurzang over het verdwenen boerenleven 

Treurzang over het verdwenen boerenleven 

  • Gepubliceerd op: 26 juni 2024
  • Laatste update 15 jul 2024
  • Auteur:
    Rob Hartmans
  • 3 minuten leestijd
Boer bij hooischelf. R. Roland Holst, 1889.

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Historischnieuwsblad.nl? U bent al lid vanaf €1,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

Ruim veertig jaar geleden werkte de helft van de wereldbevolking nog in de landbouw. Inmiddels is dat nog maar een kwart. Patrick Joyce beschrijft de ondergang van deze leefwijze.  

In zijn biografie van Charles de Gaulle beschreef de Leidse historicus Henk Wesseling de diepe onvrede in de Franse samenleving in het begin van 1968, toen vrijwel alle maatschappelijke sectoren redenen hadden om ontevreden te zijn over het beleid van de autoritaire president. ‘Zo had iedereen iets te klagen behalve de boeren, die niets te klagen hadden maar toch klaagden omdat het nu eenmaal boeren waren.’ Deze uitspraak getuigt natuurlijk van een stuitend dedain. Veel stedelingen kijken neer op het platteland, waar in hun ogen cultuurloze boeren uit puur winstbejag de natuur verpesten. Voor deze kosmopolieten, die zich niet zelden beroemen op hun onbevangen blik en intellectuele belangstelling, kan Boerencultuur van de Brits-Ierse sociaalhistoricus Patrick Joyce wellicht toch een eyeopener zijn. 

Meer recensies lezen? Schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.

Ontvang historische artikelen, nieuws, boekrecensies en aanbiedingen wekelijks gratis in uw inbox.

De ouders van de nu 78-jarige Joyce trokken voor de Tweede Wereldoorlog van het noordwesten van Ierland naar Londen om aan de armoede te ontsnappen, zelf woonde hij als academicus altijd in steden. Maar hij voelt zich nog immer verbonden met het platteland en een manier van leven die in hoog tempo verdwijnt en voor het grootste deel al definitief verdwenen is. Nog in 1980 was de helft van de wereldbevolking op de een of andere manier betrokken bij de landbouw, maar nu is dat minder dan een kwart en in veel hooggeïndustrialiseerde landen is het nog zo’n 3 procent.  

Voor zijn beschrijving van het verdwijnende boerenleven concentreert Joyce zich vooral op Ierland, Polen en het zuiden van Italië. Hij romantiseert het keiharde, vooral op overleven gerichte bestaan van de traditionele kleine boeren niet. En van het idealiseren ervan – wat de nazi’s deden en veel andere nationalisten nog altijd doen – wil hij helemaal niets weten. Ook de kapitalistische agro-industrie en megaboerderijen acht hij een gruwel, evenals de ‘musealisering’ en ‘folklorisering’ van het platteland. 

Wel wijst Joyce erop dat boeren vanouds ontzag hadden voor de natuur, wisten dat de maakbaarheid ervan zeer beperkt was, en dat ze een cyclische tijdsbeleving hadden waarin concepten als vooruitgang en eeuwige groei geen rol speelden. Een houding die gezien de rampen waar we op afstevenen nog steeds van grote waarde kan zijn. Boerencultuur is een prachtig geschreven treurzang over een wereld die allesbehalve ideaal was, maar die wel diepe inzichten en essentiële waarden vertegenwoordigde – inzichten en waarden die nu vrijwel zijn weggevaagd door een ongeremd streven naar efficiëntie en winstmaximalisatie. 

Boerencultuur Patrick Joyce

Boerencultuur. Hoe het platteland uit onze herinnering verdwijnt
Patrick Joyce
440 p. Arbeiderspers, € 29,99 

Openingsafbeelding: Boer bij hooischelf. R. Roland Holst, 1889.

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 7/8-2024