Home Te laat voor de revolutie

Te laat voor de revolutie

  • Gepubliceerd op: 13 december 2021
  • Laatste update 13 okt 2022
  • Auteur:
    Rob Hartmans
Te laat voor de revolutie

Woningnood, werkloosheid en een wapenwedloop. Rond 1980 leek de situatie van jongeren hopeloos. ‘No future!’ krijsten de punkers. Jan Konst beschrijft hoe hij en zijn leeftijdgenoten van de ‘verloren generatie’ hun jeugdjaren beleefden.

‘Op de middelbare school deel ik met mijn klasgenoten het gevoel dat we te laat zijn geboren. Het is als de weemoed bij een circustent die wordt afgebroken. Hadden we niet toch een voorstelling moeten bezoeken? Maar een keuze was er niet. […] We zijn de nakomertjes en moeten het doen met de verhalen van anderen.’

Jan Konst, geboren in 1963, beschrijft hier een gevoel dat veel van zijn generatiegenoten zullen herkennen. In hun jeugd had zich een ware culturele revolutie voltrokken, waren tal van tradities, gezagsverhoudingen, waarden en normen op de schop gegaan, maar op het moment dat zij oud genoeg waren om echt deel te nemen aan de maatschappelijke ontwikkelingen, leek de revolutie alweer voorbij. Rond 1980 werd de sfeer getekend door economische crisis, massale werkloosheid, uitzichtloze woningnood, herleving van de Koude Oorlog en een angstaanjagende wapenwedloop – dit alles samengebald in de leuze van de punkbeweging: no future!

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €3,99 per maand, de eerste maand €1,- Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

In zijn beststeller De wintertuin (2018) beschreef Jan Konst de lotgevallen van zijn Duitse schoonfamilie, maar in Na de revolutie richt hij de blik op zijn eigen familie en jeugd. Het is een aangename combinatie van familiegeschiedenis, autobiografie en geschiedschrijving. Voor beginnende bejaarden, zoals schrijver dezes, ligt het gevaar van nostalgische aandriften op de loer, omdat Konst aanstekelijk en vol flair schrijft over een tijd die ongelooflijk ver weg lijkt: zwart-wit-tv’s met twee zenders, telefoons met snoeren, de eerste buitenlandse vakanties waarbij 25 kilo aardappels en voor drie weken ingeblikt vlees in de auto werden geladen (wat bij de familie Konst tot gruwelijke taferelen leidde), en nergens een computer te bekennen.

De auteur beperkt zich niet tot de wederwaardigheden van zijn ouders en zichzelf, maar beschrijft dit alles binnen de context van die tijd. Wat hijzelf en zijn ouders meemaken was immers allesbehalve uniek. Hierbij maakt hij gebruik van het bekende generatiemodel van de socioloog Henk Becker: de Stille Generatie (1930-1940), de Protestgeneratie (1940-1955) en de Verloren Generatie (1955-1965). In zijn verhaal biedt dit model duidelijk structuur en is het vrij overtuigend, want zelf past hij helemaal in het beeld van de ‘verloren generatie’ (hoewel hij het ‘verloren’-zijn daarvan ook sterk relativeert), terwijl zijn ouders typische representanten van de ‘stille generatie’ zijn. Maar voor een geschiedenis van Nederland als geheel levert het een sterke vertekening op, aangezien dit model de betekenis van de ‘protestgeneratie’ enorm overschat en over het hoofd ziet dat de grote culturele en politieke veranderingen in de jaren zestig en zeventig vooral het werk waren van mensen die voor 1940 waren geboren.

Na de revolutie. Kind van de jaren zeventig

Jan Konst. 302 p. Balans, € 21,99

Bestel in de webshop.

 

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 1 - 2022