In 1764 gingen de Polen naar ‘de stembus’, of althans, de adel. Zij kozen een nieuwe koning voor het Pools-Litouwse Gemenebest. De Russische tsarina, Catharina de Grote, zag haar kans schoon de verkiezingen te beïnvloeden. Zij steunde haar favoriet: Stanisław August Poniatowski. Die was nog haar minnaar geweest, kwam uit een niet al te invloedrijke familie, was financieel afhankelijk van Rusland en leek daarom een willige marionet. Rusland ‘handhaafde de orde’ van de verkiezingen met het leger. De koningsverkiezingen waren nog nooit zo vlot verlopen.
Toen koning Poniatowski de troon besteeg in 1764 was het Pools-Litouwse Gemenebest erg verzwakt. Het had geleden onder oorlogen in de zeventiende eeuw en verkeerde in politieke chaos. Die chaos werd veroorzaakt door het Liberum Veto. Elke edelman kon wetten in het Poolse parlement, de Sejm, blokkeren.
De Russen maakten daar gretig misbruik van. Ze kochten stemmen in de Sejm of bedreigden parlementsleden die niet naar hen luisterden. Op die manier liep iedereen in de pas met de Russische eisen en was het Gemenebest een vazalstaat geworden.
Intussen voelde het Gemenebest de hete adem van die andere Europese machten in de nek: Habsburg en Pruisen. Met name Pruisen speelde al langere tijd met het idee om delen van het Gemenebest te annexeren voor een landbrug naar Königsberg. De Russen zagen aanvankelijk geen nut in het opdelen van hun buurland. Ze hielden het Gemenebest tenslotte al onder de duim.
Mislukte politieke hervormingen
Die Russische houding veranderde vanaf 1766. Koning Poniatowski bleek namelijk niet de marionet die Catharina voor ogen had. Hij begon het Gemenebest te hervormen om zo het vetorecht af te schaffen en de politieke chaos op te lossen. Dat was de tsarina tegen het zere been, want zo zou ze invloed verliezen in het zwakke buurland. In 1767 schakelde ze haar ambassadeur in Warschau, Nikolaj Repnin, in om de Poolse chaos te herstellen.
Repnin dreigde in de hoofdstad met geweld zodat iedereen slaafs naar de Russische eisen zou luisteren, zoals ze altijd gedaan hadden. Hij liet koning Poniatowski weten dat het Russische leger Warschau ‘steen voor steen’ zou afbreken als de hervormingen doorgingen. Daarnaast verbande hij opstandige Poolse parlementsleden naar de stad Kaloega in Rusland. Ieder Sejm-lid dat zou tegenstribbelen, zou hetzelfde overkomen, wilde Repnin hiermee aangeven. En zo gingen de hervormingen weer van tafel.
Repnin dacht dat hij het Russische probleem had opgelost. Maar de rust was niet teruggekeerd in het Gemenebest. In 1768 kwam in Bar, dat nu in Oekraïne ligt, een gemêleerd gezelschap van edelen en katholieke boeren in opstand tegen de Russische intimidaties. Dat ontaarde in een rommelige guerrilla-oorlog die Rusland pas wist te winnen in 1772.
De eerste Poolse deling
Na de opstand in Bar was de maat vol voor de Russen. Ze besloten dat het ‘anarchistische’ Gemenebest het verdiende om grondgebied kwijt te raken aan haar buurlanden. Daarop ondertekenden ze een verdrag met Habsburg en Pruisen. Dit was de eerste deling van Polen, waarbij het Gemenebest ongeveer een derde van het grondgebied kwijtraakte.
In 1773 wilden de opdelende machten hun annexatie via de officiële weg beklinken in de Sejm. Ze kochten de parlementsvoorzitter om en omzeilden zo op slinkse wijze het vetorecht. Slechts één edelman, Tadeusz Rejtan, maakte bezwaar tegen deze constructie. Hij wilde zijn veto gebruiken om de deling te stoppen.
De Politiek van het Gemenebest
Het Pools-Litouwse Gemenebest was een enorm rijk dat zich uitstrekte over een gebied dat nu Litouwen, West-Oekraïne, Polen en Belarus is. Het werd in 1569 gevormd als een unie tussen het groothertogdom Litouwen en het koninkrijk Polen. Het Gemenebest werd geregeerd als een soort republiek. De adel had veel inspraak in de politiek en koos hun eigen vorst. Ze noemden hun vetorecht en politieke inspraak ook wel de Gouden Vrijheid.
De Russen hadden Rejtan nog smeergeld aangeboden. Maar hij weigerde. In plaats daarvan wierp hij zich voor de uitgang van de Sejm. Hij wilde daarmee voorkomen dat anderen de zaal verlieten en de annexatie zouden beklinken. Hij scheurde zijn hemd open en zou volgens latere schrijvers hebben gezegd: ‘Dood mij, vertrap mij, maar dood het vaderland niet!’ Maar de andere edelen negeerden zijn smeekbedes. Hij keerde gehavend terug naar zijn landgoed. In 1780 maakte hij een einde aan zijn leven, depressief geraakt door het zware Poolse verlies.
Omkoping met weelderige feesten
De eerste Poolse deling bracht een schokgolf teweeg in het Gemenebest. Voor koning Poniatowski was duidelijk dat er iets moest veranderen aan de instabiliteit van het rijk, anders zou het ten ondergaan. Daarom bleef hij stug doorgaan met hervormen, ondanks de Russische dreiging. Dat leverde uiteindelijk de eerste moderne grondwet van Europa op in 1791. De Poolse grondwet was zijn tijd ver vooruit met rechten voor lagere klassen en een scheiding der machten.

Maar Rusland was woedend over de grondwet en viel het Gemenebest binnen in 1792. Pruisen en Rusland besloten vervolgens wederom grondgebied af te pakken. Zo raakte het Gemenebest inmiddels twee derde van het oorspronkelijke rijk kwijt. Om deze tweede deling te ratificeren werd voor de allerlaatste keer een Sejm-vergadering gehouden in 1793. Deze keer niet in Warschau maar in Grodno, in het huidige Belarus.
De nieuwe Russische ambassadeur, Jacob Sievers, had de taak om te voorkomen dat er dit keer opstandige ‘Rejtans’ op zouden staan. Hij dreigde daarom met het afpakken van landgoed van onwillige edelen. Daarnaast kocht hij, vaker dan zijn voorganger Repnin, de adel om. Zo organiseerde hij in ruil voor steun weelderige banketten en feesten met rijk gedekte tafels. Ook betaalde hij voor het verblijf van edelen in Grodno. Intussen voerde Sievers de druk op Poniatowski op, want hij wist dat de koning enorme schulden had. ‘Na Lodewijk XVI is hij ongetwijfeld de ongelukkigste koning’, schreef Sievers in zijn memoires.
Het einde van Polen
Na deze tweede deling riep een groep Poolse rebellen in 1794 de opstand uit op de Grote Markt in Krakau. Maar ze bleken niet opgewassen tegen het Russische leger en delfden het onderspit in hun laatste stuiptrekking.
Wat er nog over was van het Gemenebest werd nu ook opgedeeld en de koning afgezet. Die sleet zijn laatste jaren in ballingschap in Sint-Petersburg. De opdelende machten zochten in 1795 geen steun in de Sejm: het Gemenebest was in hun ogen lucht geworden. Het zou pas tot 1918 duren voordat Polen en Litouwen weer op de kaart verschenen van Europa, nu als twee aparte natiestaten.
