Home Dossiers Tweede Wereldoorlog PVV-zege roept vragen op over effect van oorlogseducatie

PVV-zege roept vragen op over effect van oorlogseducatie

  • Gepubliceerd op: 9 januari 2024
  • Laatste update 27 jun 2024
  • Auteur:
    Teun Willemse
  • 8 minuten leestijd
Oorlogseducatie: Schoolkinderen lezen de Anne Frank-krant in de klas, Nederland 3 mei 1979.
Hitler in de Tweede Wereldoorlog
Dossier Tweede Wereldoorlog Bekijk dossier

De grote verkiezingswinst van de PVV illustreert volgens historici een gebrek aan kennis van de Tweede Wereldoorlog. Heeft tachtig jaar onderwijs wel effect gehad? ‘Blijkbaar kun je nazi-Duitsland en de Jodenvervolging erkennen als het absolute kwaad, maar ondertussen dezelfde stappen zetten die daartoe hebben geleid.’

Historicus Bart van der Boom, gespecialiseerd in de geschiedenis van de Holocaust, trekt een sombere conclusie uit de verkiezingswinst van de PVV. ‘Holocausteducatie had tot minstens twee inzichten moeten leiden: dat complotdenkers niet grappig zijn, maar levensgevaarlijk. En dat het demoniseren van een religieuze minderheid tot grote rampen kan leiden. Maar die inzichten zijn blijkbaar niet besteed aan − of niet aangekomen bij − een kwart van de Nederlandse kiezers.’

Meer historische context bij het nieuws? Schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.

Ontvang historische artikelen, nieuws, boekrecensies en aanbiedingen wekelijks gratis in uw inbox.

Rechtsstaat

Lessen trekken uit het verleden is een van de doelen van het Nederlandse geschiedenisonderwijs. In opdracht van het kabinet schreef het landelijk expertisecentrum SLO in 2018 een rapport over de Tweede Wereldoorlog in het curriculum. Daarin staat dat de doelstelling van oorlogseducatie moet zijn dat ‘het publiek, maar vooral jongeren, zelf verbanden kunnen leggen tussen wat het afschaffen van de rechtstaat in de Tweede Wereldoorlog, en de daar aan gepaarde rechteloosheid en vervolging (o.a. Holocaust) betekende en wat dat voor hen in het hier en nu betekent.’

De overwinning van de PVV roept de vraag op of het doel wordt bereikt. Veel Nederlanders hebben op een politicus gestemd die de omvolkingstheorie verkondigt: het idee dat immigranten de Nederlandse cultuur willen vernietigen. ‘Wilders schildert moslims consequent af als een vijfde colonne die hier de macht wil overnemen’, zegt Van der Boom. ‘Dat zoveel kiezers blijkbaar niet schrikken van die kwaadaardige paranoia, suggereert dat het afschrikwekkende voorbeeld van de Holocaust uitgewerkt begint te raken.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Emeritus hoogleraar Frank van Vree, expert op het gebied van herinneringscultuur, ziet het iets anders. Volgens hem is de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog en nazi-Duitsland nog steeds springlevend. Toch schiet de kennis van veel burgers tekort. ‘Kiezers kennen het eindpunt wel, maar zien niet hoe de route daarnaartoe verliep.’ Wilders noemt de Tweede Kamer een ‘nepparlement’, spreekt van ‘laffe rechters’ en omschrijft journalisten als ‘tuig van de richel’. Volgens Van Vree onderkennen mensen niet dat deze ondermijning van de rechterlijke macht en verdachtmaking van de media kunnen leiden tot de val van een democratie. ‘Blijkbaar kun je nazi-Duitsland en de Jodenvervolging erkennen als het absolute kwaad, maar ondertussen dezelfde stappen zetten die daartoe hebben geleid.’

‘Het afschrikwekkende voorbeeld van de Holocaust raakt uitgewerkt’

Marc van Berkel, bijzonder hoogleraar Holocausteducatie, sluit zich aan bij de woorden van Van Vree. ‘Het is belangrijk om inzicht te krijgen in wat er gebeurt als een rechtsstaat buiten werking wordt gesteld. Ik vind het verbijsterend dat kiezers die vragen niet stellen bij het PVV-programma. Dat is intellectuele luiheid, ook bij sommige media.’

Volgens Van Berkel is er veel interesse voor het onderwerp, maar hebben scholieren er weinig kennis over. ‘Docenten vinden Holocaustonderwijs steeds lastiger door de toegenomen afstand tot het onderwerp. Jonge leraren hebben geen grootouders meer die die oorlog hebben meegemaakt; ze hebben geen familieverhalen uit eerste hand. De verhalen over de oorlog en de afschrikwekkende voorbeelden van de Holocaust komen nu tot ons via musea, literatuur, films en games. We moeten het nu vooral hebben van het culturele geheugen.’

Verplicht vak

Maria Grever, emeritus hoogleraar historische cultuur, denkt dat het probleem structureler is. ‘Geschiedenis is sinds 1970 een keuzevak in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs. Juist omdat de directe herinnering aan de oorlog en de Holocaust steeds meer vervaagt, is dat een risicovolle situatie. Als driekwart van de leerlingen geen geschiedenisonderwijs krijgt, bereik je maar een kleine groep.’

‘Kiezers kennen het eindpunt wel, maar zien niet hoe de route daarnaartoe verliep’

Veel jongeren krijgen na hun veertiende of vijftiende helemaal geen geschiedenisonderwijs meer. ‘Dat de Holocaust niet meer afschrikt, kun je pas concluderen als iedereen verplicht voldoende onderwijs heeft gehad over dat verleden. We kunnen Wilders’ grote overwinning niet zomaar een falen van het onderwijs noemen. Goed onderwijs is nooit een garantie dat extreem-rechtse of extreem-linkse denkbeelden wegblijven, maar het is wél een voorwaarde voor een genuanceerde, kritische blik op de wereld.’

‘Het is verschrikkelijk hoe weinig mensen van geschiedenis en de Nederlandse staatsinrichting weten,’ gaat Grever verder. ‘Dat is niet gek, want het aantal uren dat eraan wordt besteed is ingekort. De schoolboeken zijn niet slecht, maar docenten krijgen te weinig tijd.’ In een open brief aan het kabinet in 2023 in NRC, die door ruim 50 historici werd ondertekend, pleitte Grever ervoor om geschiedenis een eindexamenvak te maken voor alle middelbare scholieren.

Oorlogseducatie: Schoolkinderen lezen de Anne Frank-krant in de klas, Nederland 3 mei 1979.
Schoolkinderen lezen de Anne Frank-krant in de klas, Nederland 3 mei 1979. Bron: Spaarnestad Photo.

Ook van Berkel ziet tijdgebrek als een van de oorzaken van gebrekkige kennis over de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust. ‘Bovendien neemt in het geschiedenisonderwijs de concurrentie van andere actuele thema’s toe, zoals migratie of de opkomst van China.’ Net als Grever is hij een voorstander van het verplichten van geschiedenisonderwijs tot en met het eindexamen. ‘Wat mij betreft zouden docenten tijdens geschiedenislessen over de Holocaust ook kunnen kijken naar andere episoden uit het verleden. De vervolging van de Europese Joden was wellicht een unieke gebeurtenis, maar kan vergeleken worden met andere genociden, zoals die in Rwanda in 1994. Maar ook met de actualiteit. Denk bijvoorbeeld aan wat er nu met de Oeigoeren gebeurt in China. Natuurlijk moet je de historische context daarbij in acht houden, maar door dit verleden naar de actualiteit te brengen, wordt het betekenisvoller.’

Breder trekken

Volgens historicus Erik Somers, verbonden aan het NIOD, zijn de musea nu aan zet. ‘Die moeten heel nadrukkelijk laten zien dat onderdrukking uit het verleden ook vandaag de dag een wezenlijk element is, en moeten dat breder trekken dan de Jodenvervolging in Europa. Musea moeten bovendien meer rekening houden met de herkomst en achtergrondgeschiedenis van de huidige doelgroep. Die is de afgelopen dertig jaar ingrijpend veranderd: er zijn veel Nederlanders die geen direct verband hebben met het Nederlandse oorlogsverleden, maar bijvoorbeeld uit andere conflictgebieden komen.’

‘Door dit verleden naar de actualiteit te brengen, wordt het betekenisvoller’

In verschillende tentoonstellingen wordt een poging gedaan, maar volgens Somers wordt de link met het heden nog te weinig gelegd. ‘Sommige musea branden hun vingers liever niet aan de actualiteit. Het wordt te vaak gezien als een verplichting: “hier moeten we ook nog aandacht aan besteden”. Maar curatoren kunnen zich niet meer beperken tot het historische verhaal, daar kom je als museum niet meer mee weg. Vergelijkingen met de Tweede Wereldoorlog zijn er de laatste jaren niet eenvoudiger op geworden, maar de noodzaak is er wel.’

Coronaprotesten

Vergelijkingen tussen actuele ontwikkelingen en het oorlogsverleden roepen vaak weerstand op. Mag je wel parallellen trekken met de val van de Weimarrepubliek of de Jodenvervolging? ‘Voor veel mensen in Nederland is de Holocaust zoiets groots en abstracts geworden, dat ze hun eigen opvattingen daar helemaal niet aan verbinden,’ zegt Van Vree. ‘De Holocaust wordt nog steeds gezien als het “absolute kwaad”, en dat maakt vergelijkingen met het heden lastig. Kiezers zien bijvoorbeeld niet hoe het aanpassen van de grondwet iets met dat verleden te maken heeft. Als je wel weet wat het absolute kwaad is, maar geen echte kennis hebt van hoe zoiets kon ontstaan, dan kan het opnieuw gebeuren.’

Toch bleek tijdens coronaprotesten dat het referentiekader van de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust nog niet verdwenen is. Demonstranten droegen Jodensterren, vergeleken de avondklok met de spertijd en maakten politici uit voor NSB’ers en landverraders. ‘Er worden af en toe idiote slogans gebezigd bij demonstraties’, zegt Grever over die vergelijkingen. Ze noemt het beschamend en illustrerend voor het gebrek aan historisch besef over het onderwerp. ‘Mensen weten kennelijk niet wat het allemaal betekent.’

‘Zonder onderwijs over de oorlog was het misschien nog erger geweest’

Mocht Wilders premier worden, dan zal een politicus die is veroordeeld voor groepsbelediging een krans leggen tijdens de herdenking op 4 mei. ‘Dat is wrang, maar het kan. Orbán doet dat in Hongarije ook’, zegt Van Vree. ‘Het is bovendien ironisch dat Wilders de afgelopen jaren een van de grootste verdedigers van oorlogs- en Holocausteducatie was. Blijkbaar kun je de Jodenvervolging heel erg vinden, en tegelijkertijd politiek voeren die burgers met een andere religie uitsluit.’

Van Vree besluit met een kanttekening: ‘Geschiedenisonderwijs beklijft te weinig, maar ik betwijfel of dat ooit anders is geweest. Ik denk dat het vrijwel onmogelijk is om de opkomst van populisten en extreme ideeën met geschiedenisonderwijs, herdenkingen, musea of films te voorkomen. Zonder onderwijs over de oorlog was het misschien nog erger geweest. Maar het is niet genoeg.’