Het is allemaal de schuld van hun vrouwen. Want ga maar na: vrouwelijke paradijsvogels zijn uiterst kieskeurig bij de keuze van een partner. Daarom zijn de mannetjes zich gaan uitputten in verleidingsrituelen en hebben ze zich een schitterende uitdossing aangemeten. Hun veren zijn fluorescerend turquoise, dieporanje, robijnrood en van een geel om in te bijten. En dat geldt voor tientallen soorten die leven in de Indonesische archipel en vooral op Nieuw-Guinea.
Het gevaarlijkste roofdier ter wereld merkte ze natuurlijk op, zoals is te zien in het Parijse Musée du Quai Branly. De inheemse bevolking van Nieuw-Guinea gebruikt veren van deze vogels in traditionele kledij en voorwerpen. En zeker 2000 jaar geleden zijn ze erin gaan handelen. Eerst met buurlanden in Azië. En naarmate de handel internationaler werd, bereikten de veren steeds westelijkere gebieden. Om te beginnen de Arabische wereld, waar menige tulband een pluim van paradijsvogelveren kreeg als teken van macht.
Later schoof de verenhandel op naar Europa, waar ook opgezette exemplaren werden verkocht. Voor het gemak hadden taxidermisten de poten daarvan weggelaten, wat leidde tot de legende dat paradijsvogels pootloos rondzweefden – dat maakte ze nog exotischer. Ze kwamen terecht in rariteitenkabinetten en intrigeerden wetenschappers. Ondertussen konden schilders niet genoeg krijgen van de bonte verenpracht, zodat de vogels in tal van vroegmoderne uitingen voorkomen. Ze figureren vaak in fantasielandschappen met diersoorten naast elkaar. Jan Brueghel en Peter Paul Rubens lieten een paradijsvogel rondwandelen in de tuin van Eden, naast Adam en Eva en een uitgebreide menagerie. En Roelant Savery schilderde in 1628 een landschap met talloze vogels, behalve paradijsvogels ook een dodo – een andere ster van dat moment.
De jacht op de paradijsvogels verergerde toen hun veren doordrongen tot de mode. Westerse vrouwen tooiden zich er graag mee: op hoeden, in jurken en in waaiers figureerden de kleurige veren. Met de paradijsvogels ging het ondertussen steeds slechter. Toch stonden vrouwen ook vooraan bij de bescherming van de dieren. Juist feministes lieten de veren vanaf eind negentiende eeuw links liggen. Inmiddels zijn de vogels beschermd. De tentoonstelling Plumes du paradis laat voorbeeldig zien hoe je via een klein onderwerp een veel bredere economische en culturele geschiedenis kunt tonen.
Plumes du paradis is tot en met 8 november 2026 te zien in Musée du Quai Branly.

