• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Account aanmaken
    Historisch Nieuwsblad 11/2017

    5 misverstanden over de dekolonisatie van Nieuw-Guinea

    Een pijnlijk verlies

    Door: Bart Stol
    Over het verlies van Nieuw-Guinea worden altijd dezelfde verhalen verteld. Nederland zou een naïef, emotioneel beleid hebben gevoerd. Maar was dat wel zo? Onderzoeker Bart Stol ontzenuwt de belangrijkste misverstanden. In 1949 moest Nederland afstand doen van het dierbare Indië. Maar Den Haag hield vast aan westelijk Nieuw-Guinea, het minst ontwikkelde gebied van de oude kolonie. Hier begon Nederland in de jaren vijftig een nieuw avontuur, waarbij het zich ook opwierp als hoeder van de oorspronkelijke bevolking: de Papoea’s. Het leidde tot grote spanningen met Indonesië, dat het gebied opeiste. De Indonesische president Soekarno toonde zich onverzettelijk en kreeg steun van de Sovjet-Unie. In 1962 dwong de Amerikaanse regering-Kennedy Nederland om westelijk Nieuw-Guinea alsnog aan Indonesië over te dragen. Zo wist zij een mogelijke nieuwe oorlog tussen Nederland en Indonesië te voorkomen. De Nederlandse Nieuw-Guineapolitiek is vaak verguisd. Den Haag zou vooral gedreven zijn door rancune jegens Indonesië, naïef idealisme en een gebrek aan realiteitszin. Maar dat blijkt te kort door de bocht. Vijf onjuiste aannames over het Nederlandse Nieuw-Guineabeleid op een rij.

    1 EMOTIONEEL

    Vraag een historicus waarom Nederland het barre westelijk Nieuw-Guinea in 1949 überhaupt wilde behouden, en grote kans dat deze zal zeggen: emoties! Volgens de gebruikelijke verklaring waren de meeste Nederlandse politici zo gefrustreerd over het verlies van Indië dat ze zich uit koloniaal ressentiment en sentimentaliteit op de valreep vastklampten aan dit achtergestelde gebied. Veel historici beschouwen de actie als een krampachtige poging om iets van koloniale grandeur te behouden en tevens om een lange neus te maken naar de Indonesische nationalisten, de vermaledijde president Soekarno voorop. Op deze verklaring is het nodige af te dingen. Niet de toenmalige politici leden aan blikvernauwing, maar de historici die hun besluit later veroordeeld hebben. Zij hebben zich eenzijdig gefocust op de Nederlands-Indonesische betrekkingen in 1949. Daarbij hebben ze bepaalde kenmerken, zoals frustraties om het verlies van Indië, een te grote plaats gegeven in hun analyse. Ze gaan eraan voorbij dat het idee dat Nederland westelijk Nieuw-Guinea van Indonesië kon loskoppelen al eerder had postgevat. Veel historici beschouwen het behoud van Nieuw-Guinea als een krampachtige poging om iets van koloniale grandeur te behouden Veel koloniale mogendheden begonnen zich vanaf de jaren 1920 en 1930 al meer te interesseren voor de nauwelijks ontwikkelde gebieden binnen hun vaak uitgestrekte imperia. Veel (Indische) Nederlanders keken net als de Australiërs naar Melanesië: de verzameling eilanden in de Pacific waarvan Nieuw-Guinea etnisch en geografisch deel uitmaakt. Sommigen van hen zagen Nieuw-Guinea als een mogelijk nieuwe vestigingskolonie; bedrijven vermoedden de aanwezigheid van grondstoffen. Politici zagen Nieuw-Guinea ook als een middel om de Nederlandse presentie in de Oost te handhaven, als Indië onafhankelijk zou worden. Daarnaast vonden veel Nederlanders dat de oorspronkelijke bewoners, de naar westerse maatstaven nog nauwelijks ontwikkelde Papoea’s, onder Nederlandse voogdij moesten blijven – in elk geval tot zij klaar waren om te bepalen of hun politieke toekomst in Indonesië lag of in bijvoorbeeld een Melanesische federatie.

    Tekst loopt door onder afbeelding.

    Indonesische demonstratie in augustus 1962, vlak voor Nederland afstand doet van Nieuw-Guinea. De militairen dragen een groot portret van Soekarno met zich mee.

    In de late jaren veertig was het voor veel (Indische) Nederlanders niet langer de vraag of Nederland het gebied moest blijven besturen, maar of dat binnen of buiten een hervormd Nederlands-Indië zou gebeuren. Toen in het bewogen jaar 1949 bleek dat Nederland Indië moest loslaten, werd het antwoord op die vraag gegeven. Emoties over dat verlies hebben de wens om Nieuw-Guinea te behouden versterkt, maar die niet veroorzaakt.

    2 ONREDELIJK

    Begin jaren negentig interviewde journalist J.G. Kikkert oud-minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns. Volgenst Kikkert beweerden ‘boze tongen’ dat Luns ‘de zaak Nieuw-Guinea zo lang had gerekt in de hoop dat in Indonesië Soekarno ten val zou worden gebracht’. Luns ontkende dit niet: ‘Ik achtte het niet onmogelijk dat met een andere regering in Jakarta een bevredigender regeling over Nieuw-Guinea mogelijk zou zijn geweest.’

    Tekst loopt door onder afbeelding.

    Wilt u meer geschiedenisverhalen lezen?

    Ontdek de duizenden verhalen die we voor onze abonnees beschikbaar stellen, lees de nieuwste artikelen uit Historisch Nieuwsblad en ontvang iedere week leestips van de redactie in uw mailbox. Met Historisch Nieuwsblad Online krijgt u altijd de juiste historische context om het nieuws van nu te begrijpen.
    Registreer nu en lees de eerste maand voor slechts 1 euro!

    Al abonnee? Log dan in en lees direct alle geschiedenisverhalen online. Heeft u nog geen account of is uw emailadres niet bij ons geregistreerd? Lees dan hier hoe u verder kunt lezen.

    Word lidInloggen