• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Historisch Nieuwsblad 3/2021

    Oeigoeren, een verloren volk in China

    Door: Christ Klep

    De Chinezen vinden alles aan de Oeigoeren verdacht, van hun hoofddoeken, sluiers en baarden tot koranlezingen en gezinnen met meer dan drie kinderen. Ze suggereren dat de Oeigoeren nauwe banden hebben met Al Qaida, en dus stevig moeten worden heropgevoed. Ondertussen willen de Oeigoeren maar één ding: een eigen staat met een eigen taal en cultuur. Waar komt dat nationalisme vandaan?

    ‘In onze onderwijscentra maken we burgers attent op de gevaren van extremisme, dat is alles.’ Met droge ogen weerspreken Chinese functionarissen de scherpe kritiek op de honderden detentiecentra annex heropvoedingskampen voor Oeigoeren in de provincie Xinjiang. De Chinese goelag onderwerpt ruwweg een miljoen Oeigoeren aan een draconisch puntenstelsel. Wie bijvoorbeeld goed Mandarijn spreekt – de belangrijkste Chinese taal – verdient kredietpunten. Voldoende punten en je mag naar huis – hopelijk. Met deze ijzeren greep op de Oeigoeren van Xinjiang wil de Chinese overheid de ‘drie kwaden’ uitroeien: separatisme, extremisme en terrorisme.

    De Chinese onderdrukking in Xinjiang roept vragen op: vormen de ruim 11 miljoen Oeigoeren inderdaad een existentieel gevaar? En hoe legitiem zijn hun nationalisme en hun roep om zelfbeschikking eigenlijk? Wie dit heikele onderwerp aansnijdt, loopt vanzelf tegen een diepgaande politisering van de Oeigoerse geschiedenis aan. Dat is op zich begrijpelijk. Nationale identiteit is immers zelden een ‘natuurlijk’ gegeven; die is eerder een mengelmoes van kunstmatig geconstrueerde en selectief gemobiliseerde etnisch-culturele elementen.

    Mythische helden

    Om te beginnen: wie zijn eigenlijk de Oeigoeren? Het gaat om een volk van Turkse oorsprong. Ook hun taal lijkt op het Turks en kent geen Chinese klanken. In de vijftiende eeuw bekeerden de Oeigoeren zich tot de soennitische islam. Maar de Oeigoeren kennen geen scherp afgebakende, in één gebied gewortelde geschiedenis. Die geschiedenis maakt eerder een verbrokkelde indruk.

    Dat weerhoudt Oeigoerse historici er niet van hun volk te definiëren als een aparte en tientallen eeuwen oude natie. In grote lijnen is dit het verhaal van een sterke nomadische stam uit het Altaj-gebergte in Centraal-Azië. Die vond een eigen identiteit uit, ingeklemd tussen Indo-Europese rijken in het zuiden en westen en Sino-Tibetaanse rijken in het oosten. Een machtig Oeigoers khaganaat ging in het jaar 840 ten onder. Daarop trok een groot deel van de oorspronkelijke Oeigoeren vanuit Mongolië naar de oases van het Tarim-bekken, dat deels overlapt met de huidige provincie Xinjiang.

    Aldaar assimileerden de Oeigoeren met de reeds aanwezige Indo-Europese bevolking; nog steeds hebben de Oeigoeren vaak meer Europese dan Aziatische trekken. Begin dertiende eeuw voegde de Oeigoerse staat zich vrijwillig onder het bewind van Dzjengis Khan en genoten de Oeigoeren een relatief grote vrijheid.

    Zoals eigenlijk overal zetten zich mythische figuren en helden vast op de pagina’s van de nationale geschiedschrijving. Zoals de legendarische leider Afaq Khoja (1626-1694). Diens mausoleum bij Kashgar is nog steeds een belangrijk bedevaartsoord voor Oeigoeren. Een al even mythische status heeft Yakub Beg (1820-1877). Die kwam in opstand tegen de Chinese Qing-dynastie en vestigde in 1867 zijn bestuurszetel in Kashgar. Yakub Beg hield het slechts een tiental jaren vol, maar zijn status als mythische Oeigoerse verzetsheld – ‘Hoogste Vader’ – was gevestigd. Terecht? Daarover zijn de meningen verdeeld. Tijdgenoten spreken van een hardvochtig sharia-regime, armoede en militaire incompetentie: ‘Onder Chinees bestuur was er overvloed, nu ontbreekt het aan alles.’

    Hoe dan ook, voor Oeigoerse historici is de conclusie duidelijk: vanaf het prille begin waren de Oeigoeren natiebouwers die een eigen rijke nomadische versie van de Turkse cultuur koesterden. Hun diplomatieke en handelscontacten waren intensief. Pas in 1884 kwam hun gebied definitief onder Chinees bestuur, onder de naam Xinjiang – ‘Nieuwe Grensgebieden.’ Dit is overigens een naam die Oeigoeren afwijzen: zij spreken van Oost-Toerkestan of Oeigoeristan.

    De Oeigoerse versie van de nationale geschiedenis is trouwens mede een reactie op de Chinese historiografie. Die laatste koppelt de etnische oorsprong van de Oeigoeren los van het gebied Xinjiang. Volgens de Chinezen ligt de Oeigoerse oorsprong vooral in Mongolië en werden de Oeigoeren pas een belangrijke sociaal-politieke macht na het einde van het khaganaat in 840. Maar het gebied van het huidige Xinjiang stond toen al lang, aldus de Chinese geschiedschrijving, onder beheer van de Han-Chinezen, de dominante etniciteit van China. Ook in de volgende eeuwen bleef Xinjiang onder feitelijk bestuur van Chinese dynastieën. Van een ononderbroken groei naar een sterke zelfstandige Oeigoerse natiestaat is dus geen sprake, aldus Chinese historici. Xinjiang is al vele eeuwen lang deel van China.

    Een nomadisch bestaan was lang gebruikelijk onder Oeigoeren. Foto uit circa 1890.

    Onder Sovjetcuratele

    Eén ding is wél duidelijk: de Oeigoeren waren in het hele historische proces zowel zelfstandige actor als speelbal. Hun nationalisme groeide en smoorde al naargelang de geschiedenis dat toeliet. Voor de Oeigoeren is het nationalistische glas minstens halfvol, voor de Chinezen staat er hoogstens een bodempje in datzelfde glas.

    Om de hedendaagse positie van de Oeigoeren in Xinjiang beter te begrijpen is het zinvol hun verhaal aan het begin van de twintigste eeuw op te pakken.

    Met de Russische koloniale expansie in Centraal-Azië was de invloed van Moskou sterk toegenomen. Op zijn beurt was China verwikkeld in een chaotische periode vol elkaar bestrijdende krijgsheren. Dat bood kansen voor de Oeigoeren, die in 1933 hun Eerste Republiek Oost-Toerkestan stichtten. Maar deze embryonale staat bezweek al na een jaar onder het geweld van Chinese krijgsheren en Sovjetmilitairen: Jozef Stalin snoepte hier een stuk van het Chinese Rijk af. Vijftien jaar lang bleef het gebied onder Sovjetcuratele. Tussen 1944 en 1949 beleefden de Oeigoeren een wat langere periode van nominale onafhankelijkheid, opnieuw onder de naam Republiek Oost-Toerkestan. Beide republieken vormen tot op de dag van vandaag een inspiratiebron voor het Oeigoerse nationalisme.

    Met de stichting van de communistische Volksrepubliek China in 1949 verloor Stalin echter zijn belangstelling voor het gebied. Zonder veel gewetenswroeging speelde hij de republiek in handen van de zegeverende Grote Leider Mao Zedong. Vanaf 1955 gold als officiële naam Oeigoerse Autonome Regio Xinjiang, die een zesde deel van China omvatte.

    Stalin speelt de Oeigoerse republiek in handen van Mao Zedong

    Op papier waren in de nieuwe Volksrepubliek de Han-meerderheid en 55 nationale minderheden aan elkaar gelijk. In werkelijkheid gold echter het dogma van de Chinese eenheidsstaat. Voor enige afvalligheid was geen ruimte. Mao schond vanaf het begin zijn belofte van grotere zelfstandigheid voor de Oeigoeren. Beijing startte een gericht beleid van sinificatie onder leiding van de Communistische Partij, gekoppeld aan massale immigratie van Han-Chinezen. Een instrument daarbij was het korps van gedemobiliseerde boerensoldaten, een overblijfsel van de burgeroorlog. Deze mankracht kwam in de grensgebieden goed van pas voor opbouw en beveiliging.

    Xinjiang had ook wel enig economisch belang vanwege de olie, mineralen en landbouw. Bovendien was het een testlocatie voor kernwapens. China voerde zijn eerste kernproef uit in oktober 1964 nabij Lob Nuur. Het migratiebeleid had grote demografische gevolgen: in 1949 was slechts 7 procent van de bevolking Han-Chinees; tegenwoordig is dat met 7 miljoen ruim 40 procent.

    De felle onderdrukking van elke vorm van ‘contrarevolutie’ en ‘lokaal nationalisme’ ondergroef de opkomst van nationalistische massabewegingen onder de Oeigoeren. Het verzet opereerde grotendeels ondergronds. Noemenswaard is ten eerste de Volkspartij van Oost-Toerkestan. Deze ontstond in de jaren zestig, was separatistisch pan-Turks en marxistisch van aard, en kreeg steun vanuit de Sovjet-Unie. Rond 1980 vormde zich een pan-Turkse Islamitische Partij Oost-Toerkistan. Erg succesvol waren beide bewegingen niet.

    Keiharde reactie

    Om nog een andere reden was de geschiedenis de Oeigoeren niet welgezind. Zoals gezegd zijn de Oeigoeren etnisch noch cultureel Chinezen, maar van Turkse afstamming. Maar nooit reikte de beschermende hand van het Ottomaanse Rijk of de moderne Turkse republiek ver genoeg – een nuchter geopolitiek gegeven. Lippendienst aan de Oeigoerse zaak wilden de Turken door de jaren heen wel bewijzen. Zeker in de Koude Oorlog stonden Turkije en China lijnrecht tegenover elkaar.

    In 1995 eerde de burgemeester van Instanbul, Recep Erdogan, de verbannen Oeigoerse leider Isa Yusuf Alptekin (1901-1995) door een park naar hem te vernoemen. Bij deze gelegenheid verklaarde Erdogan: ‘Oost-Toerkestan is niet alleen het thuis van de Turkse volkeren, maar ook de bakermat van de Turkse geschiedenis, beschaving en cultuur.’ Maar het bleef goeddeels bij woorden. Tot op de dag van vandaag erkent Turkije de territoriale soevereiniteit van de Volksrepubliek China als een machtspolitiek feit, deels gedreven door handelsbelangen.

    In de jaren tachtig was wel een zekere revival van de lokale cultuur, geschiedschrijving en religie mogelijk onder de hervormingsgezinde partijleider Deng Xiaoping. Moskeeën en koranscholen kregen wat meer ruimte naast het staatsatheïsme van de Communistische Partij. Waren er tot 1980 nauwelijks studentendemonstraties, daarna kwamen ze vaker voor onder leuzen als ‘Nee tegen het Groot-Chinese nationalisme!’ en ‘Geen Chinese volksverhuizing naar Xinjiang!’.

    Lang duurde deze relatief rustige periode niet. In de jaren negentig hervatte Beijing de repressie met hernieuwde energie. Het studentenprotest op het Plein van de Hemelse Vrede (1989) was een wake-up call voor met name de conservatieve vleugel van de Communistische Partij. Eenzelfde keiharde reactie werd nodig geacht tegen elk protest van minderheden. Toen de Sovjet-Unie uiteenviel, versterkte dat de vrees voor escalatie en separatisme nog verder. Aan de Chinese grenzen verschenen begin jaren negentig nieuwe republieken als Oezbekistan, Kazachstan en Kirgizië. Die vormden een inspiratiebron voor Oeigoeren en een toevluchtsoord voor voortvluchtige activisten.

    Protesterende Oeigoerse vrouwen worden hard aangepakt door Chinese agenten, 7 juli 2009.

    Toegenomen repressie

    Beijing trok de touwtjes weer aan. De mantra bleef dat Xinjiang vanouds een onwrikbaar deel van China was. Het koloniseringsbeleid werd voortgezet, inclusief de migratie van miljoenen Han-Chinezen. De Chinese autoriteiten verboden onderwijs in het Oeigoers en sloten moskeeën en andere gebedshuizen. Op zich ging het Xinjiang beter af door het economische stimuleringsbeleid vanuit Beijing. De regio maakt deel uit van het Belt and Road-initiatief – de ‘Nieuwe Zijderoute’ – die China met onder andere Europa moet verbinden. Maar de groeiende welvaart komt eerder de Han-Chinezen dan de Oeigoeren ten goede. Ook de toegang tot onderwijs blijft ongelijk. Qua welvaartsverdeling, misdaadcijfers, drugsmisbruik en levensverwachting scoren de Oeigoeren aanzienlijk slechter dan de Han-Chinezen.

    Kortom, veel Oeigoeren voelen zich bedrogen door de Chinese ‘bevrijding’ in 1949 en door Mao’s beloftes van grotere zelfstandigheid. Wellicht had co-optatie van Oeigoerse bestuurders en politici de onvrede kunnen verminderen. Dit blijkt echter lastig. Vanwege hun (vermeende) loyaliteit aan Beijing worden Oeigoerse bestuurders en politici gewantrouwd. Hoe dan ook blijven minderheden ondervertegenwoordigd in de Communistische Partij van Xinjiang. De belangrijke functies zijn in handen van Han-Chinezen.

    De nuchtere vaststelling moet zijn dat sinds de jaren negentig de repressie van elke vorm van nationalisme en islamisme alleen maar is toegenomen. Protesten en rellen worden consequent neergezet als ‘opstanden’ en met geweld neergeslagen. Een van de instrumenten in het arsenaal is de doodstraf. De repressie is niet alleen tegen nationalistische gevoelens en religie gericht, maar ook tegen de Oeigoerse identiteit als zodanig.

    Binnen de Oeigoerse diaspora is de nadruk grotendeels op geweldloos verzet blijven liggen. In Xinjiang zelf vertaalde het verzet zich deels in kleine radicale groepen, die vaak maar een kort leven was beschoren. Hun strijdmiddelen waren guerrillatactieken als bomaanslagen, brandstichting en de moord op Han-functionarissen. Hoe cynisch ook, de Al Qaida-aanslagen op 11 september 2001 waren voor de Chinese autoriteiten tot op zekere hoogte een bruikbaar geschenk. De schok gaf Beijing meer dan ooit de kans om elke vorm van gewelddadig Oeigoers verzet te framen als terrorisme en zelfs als onderdeel van de wereldwijde war on terror. Enkele weken na de aanslagen beweerde de Chinese minister van Buitenlandse Zaken Tang Jiaxuan in de Verenigde Naties dat ‘de terroristen van het zogenoemde Oost-Toerkestan getraind, uitgerust en gefinancierd worden door internationale terroristische organisaties’. Er zouden nauwe contacten hebben bestaan met Al Qaida en de toenmalige leider Osama bin Laden.

    In werkelijkheid is de dreiging van Oeigoers terreurgeweld marginaal. Structurele banden met buitenlandse radicaal-islamitische bewegingen zijn nauwelijks aantoonbaar. Maar veel hard bewijs heeft China niet nodig om de repressie van de hele Oeigoerse bevolking langs etnisch-religieuze lijnen te rechtvaardigen. Kritiek, protesten, separatisme, terrorisme: de Chinezen gooien de hele rataplan op één hoop. Zeker na een opflakkering van het geweld in 2008-2009 lijkt China ervan overtuigd dat alleen gedwongen assimilatie werkt.

    In deze context kent China sinds 2017 een ‘Verordening voor De-Radicalisatie’. Daarmee krijgen niet alleen de Oeigoeren, maar ook Kazachen en andere (islamitische) minderheidsgroepen te maken. Alles is verdacht: hoofddoeken, sluiers, baarden, koranlezen, alcoholonthouding en gezinnen met meer dan drie kinderen. Veel Oeigoerse vrouwen moeten gedwongen abortussen en sterilisatie ondergaan. Onderzoekscollectief Bellingcat constateerde onlangs aan de hand van satellietbeelden dat de afgelopen jaren 31 van 91 moskeeën in Xinjiang zijn verdwenen of deels verwoest. De laatste tijd springen vooral de honderden heropvoedingskampen in het oog. Dit alles onder de leuze ‘Transformatie door educatie!’. In het huidige tijdsgewricht is het haast ironisch dat mensenrechtenorganisaties erop wijzen dat uw anti-coronamondkapje wellicht is gefabriceerd door Oeigoerse dwangarbeiders in Xinjiang.

    Christ Klep is militair historicus.

     

    Sprookje uit 1001 Nacht

    In het zuidwesten van de autonome regio Xinjiang ligt de oude moslimstad Yarkand. Belangrijke toeristische attractie is het opnieuw opgebouwde paleis van de sultans, geheel in de stijl van de Duizend-en-een Nacht-sprookjes. De New York Times omschreef het complex als ‘een protserige attractie, die doubleert als studio voor folkloristische films over de lokale geschiedenis’.

    Boven de poort wappert de Chinese vlag. Aan de muren hangen portretten van leider Xi Jinping en propagandaborden met teksten als: ‘China geeft uitdrukking aan de Chinese cultuur.’

    Steun van voetbalsterren

    De afgelopen jaren spraken verschillende voetbalsterren zich kritisch uit over de Chinese onderdrukking in Xinjiang, zoals Mesut Ozil, Antoine Griezmann en Demba Ba. De Britse Premier League ondersteunt inmiddels dergelijke solidariteitsacties van spelers in het kader van de wereldwijde strijd tegen racisme. De Chinese autoriteiten zijn minder te spreken over het gedrag van de voetballers. Na Ozils kritiek schrapte de Chinese staatstelevisie wedstrijden van diens club Arsenal uit de programmering.

    Oeigoeren in Nederland

    Begin 2021 verbleven ongeveer 2000 Oeigoerse asielzoekers en vluchtelingen in Nederland. Ook in ons land worden ze als ‘verraders’ lastiggevallen en geïntimideerd door de Chinese overheid. Familieleden in China lopen het risico op repercussies, inclusief verdwijningen. Mede daarom gaan sommige Oeigoeren als informant werken voor de Chinese overheid. Volgens de Tweede Kamer spant de regering zich nog te weinig in voor de Oeigoeren, bijvoorbeeld waar het gaat om de boycot van handel in mensenhaar en kleding gemaakt in werkkampen.

     

    Meer weten

    Uyghurs: Strangers in Their Own Land (2020) door Gardner Bovingdon.

    Frontline. China Undercover (2020) PBS-documentaire, te zien via YouTube.

    Oeigoeren zijn nergens veilig, zelfs niet in Nederland (2020) rapportage van Amnesty International.