Op 8 juli 1853 verschenen vier zwaarbewapende Amerikaanse oorlogsschepen in de baai van Edo. Commodore Matthew Perry dwong de Japanse regering zo om na eeuwen van isolatie de grenzen te openen voor buitenlandse handel en diplomatie. Voor veel Japanners was dit een schokkende confrontatie met de militaire macht van het Westen.
In de ruim 200 jaar voor Perry’s komst onderhield Japan slechts beperkte contacten met Europa. Nederlandse handelaren vormden vrijwel de enige officiële verbinding met de westerse wereld. Vanaf het kunstmatige eiland Deshima bij Nagasaki handelden zij in goederen en medische, technische en wetenschappelijke kennis. Via zogeheten rangaku (‘Nederlandse studies’) maakten Japanse geleerden kennis met westerse astronomie, geneeskunde en natuurkunde.

Dit artikel is exclusief voor abonnees
De gedwongen openstelling en daarop volgende handelsverdragen in 1858 leidden tot een periode van grote onrust. Veel Japanners zagen de verdragen als vernederend en vreesden koloniale overheersing, zoals die elders in Azië al zichtbaar was. Daardoor groeiden sterke antiwesterse sentimenten. Onder de leus sonnō jōi (‘vereer de keizer, verdrijf de barbaren’) keerden samoerai en nationalistische groepen zich tegen buitenlandse invloed en tegen de shogun, de militaire leider die al eeuwenlang aan het hoofd van het land stond. Volgens velen had de shogun te makkelijk toegegeven aan de buitenlandse druk.

Deze spanningen leidden tot geweld en politieke moorden. Buitenlanders werden aangevallen, diplomaten bedreigd en Japanse bestuurders die samenwerking met het Westen steunden vermoord. Ook prominente Japanse hervormers en bestuurders vielen ten prooi aan aanslagen. Het land balanceerde op de rand van een burgeroorlog.
Een succesvolle diplomaat
De Amsterdammer Dirk de Graeff van Polsbroek maakte halverwege de negentiende eeuw carrière in Japan. Hij begon als assistent op Deshima en klom op tot minister-resident. Hij adviseerde de Japanse overheid en bemiddelde bij conflicten. De risico’s van zijn werk werden pijnlijk duidelijk toen zijn goede vriend en tolk, Henry Heusken, in de straten van Edo door antiwesterse samoerai werd vermoord. De Graeff hield gedurende zijn verblijf nauwgezet dagboeken bij en stelde unieke fotoalbums samen, die vandaag de dag een onmisbare bron vormen voor deze periode.

Tegelijkertijd veranderde Japan razendsnel. Nieuwe havens zoals Yokohama en Kobe openden zich voor internationale handel. Stoomschepen, moderne wapens en telegraaflijnen deden hun intrede, terwijl jonge Japanners naar Europa en Amerika reisden om kennis op te doen. Deze crisis leidde tot de Meiji-restauratie van 1868, waarbij het shogunaat viel en de keizer, die voorheen slechts een symbolische rol had, weer aan de macht kwam. Daarna volgde een snelle modernisering met spoorwegen, industrie, een modern leger en de afschaffing van het feodale standenstelsel. Binnen enkele decennia groeide Japan uit tot een moderne grootmacht.

De opkomst van fotografie
De openstelling van Japan viel samen met de opkomst van een nieuw medium: fotografie. Fotografen zoals de Italiaan Felice Beato en de Japanse Ueno Hikoma legden de snelle veranderingen vast. De vroege fotografie hielp westerlingen bij het ontdekken van deze nieuwe wereld. Europese tijdschriften publiceerden de foto’s, waardoor het publiek voor het eerst kennismaakte met Japan.

Terwijl Japan westerse techniek en ideeën overnam, groeide in Europa en Amerika de fascinatie voor Japanse kunst en cultuur. Japanse prenten, keramiek, textiel en vormgeving beïnvloedden kunstenaars als Vincent van Gogh en Claude Monet. Met de hand ingekleurde foto’s vonden als populaire souvenirs hun weg naar het Westen, waardoor de westerse blik op het ‘exotische’ Japan verder werd gevormd. Zo ontstonden in deze turbulente periode niet alleen conflicten, maar ook blijvende culturele uitwisselingen tussen Japan en het Westen.


Ekō in het Scheepvaartmuseum
De tentoonstelling Ekō. Japan in twee beeldverhalen in Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam brengt deze geschiedenis tot leven. Centraal in de tentoonstelling staan de fotoalbums die Dirk de Graeff van Polsbroek maakte met foto’s van onder anderen Felice Beato. De tentoonstelling is te zien tot en met 30 augustus.
