Op 30 maart 1976 kwam Coos Huijsen (1939) publiekelijk uit de kast en werd hij de eerste openlijk homoseksuele parlementariër ter wereld. Hij schreef erover in zijn politieke autobiografie met de ironische titel Homo politicus (2016). Nu vertelt hij zijn verhaal opnieuw in het boek Roze draad, dat hij samen met zijn neef, historicus en journalist Geerten Waling (1986), heeft geschreven.
Samen hebben ze eerder boeken uitgebracht, onder andere een heruitgave van Wat is een natie? van de Franse auteur Ernest Renan.
Roze draad kent twee lijnen. De eerste is Huijsens boeiende levensverhaal en zijn strijd voor homo-emancipatie. Hij beschrijft hoe hij opgroeide in een tijd waarin homoseksualiteit nauwelijks bespreekbaar was. Lang zweeg hij over zijn geaardheid. Hij ontwikkelde zich tot een behoedzame hervormer, die geloofde dat acceptatie begint met aanwezigheid in kringen die je niet vanzelfsprekend verwelkomen. Mede daarom sloot hij zich aan bij de gemoedelijke, maar conservatieve Christelijk-Historische Unie, een protestants-christelijke partij die sterk Oranjegezind was.
Huijsen was in 1972 kort CHU-Kamerlid. In 1976 keerde hij via tussentijdse opvolging terug in de Kamer. Hij ‘roofde’ een zetel en ging verder als eenmansfractie, omdat de CHU het linkse kabinet-Den Uyl niet wenste te steunen, in tegenstelling tot de confessionele partijen ARP en KVP. Een eenmansfractie stelde Huijsen bovendien in staat homo-emancipatie beter op de agenda te zetten. Mede door zijn pionierswerk veranderde het maatschappelijk klimaat in Nederland, wat uiteindelijk leidde tot de legalisering van het huwelijk voor paren van gelijk geslacht op 1 april 2001.
De tweede verhaallijn is polemisch. Huijsen en Waling stellen dat de homo-emancipatie in Nederland is gestagneerd, en dat dit vooral de schuld is van ‘links’. Volgens de auteurs is homohaat tegenwoordig vooral een islamitisch en Marokkaans probleem, maar mag dit niet als zodanig worden benoemd. Ze verwijzen onder meer naar een rapport uit 2021 over homofobie, dat vanwege de explosieve inhoud door de Amsterdamse GroenLinks-wethouder Rutger Groot Wassink in de la zou zijn gestopt. Het linkse, intersectioneel-feministische denken is volgens Huijsen en Waling zo gericht op bescherming van minderheden, dat wie de intolerantie binnen die groepen benoemt wordt weggezet als racist of ‘homonationalist’. Dat zou dan ook gelden voor Huijsen en Waling, want zij hechten sterk aan het idee van de natiestaat en een nationaal wij-gevoel. Individualisme en seksuele vrijheid vinden zij belangrijk, maar nieuwkomers met andere normen en waarden moeten zich aanpassen aan de heersende Nederlandse cultuur.
Roze draad. Strijd, succes en stilstand in vijftig jaar homo-emancipatie
Coos Huijsen en Geerten Waling
222 p. Boom, € 26,90

