Eind maart 1938 ontvangt de wereldvoetbalbond FIFA een telegram uit Wenen. De boodschap is kort maar krachtig: ‘Tot onze spijt moeten wij onze WK-deelname annuleren. De Oostenrijkse voetbalbond bestaat niet meer.’ Oostenrijk had zich geplaatst voor het eindtoernooi in Frankrijk, maar na de Anschluss verliest het land zijn zelfstandigheid. De voetbalbond en het nationale elftal gaan op in het Duitse Rijk.
Het derde WK voetbal vindt plaats in een Europa waar de spanningen al jaren oplopen. De kampioenschappen van 1930 en 1934 hadden ook een politieke lading: in Uruguay stond het toernooi in het teken van nationaal prestige, terwijl Benito Mussolini het WK van 1934 als propagandamiddel inzette. Maar in 1938 lijken steeds minder landen hun ideologie nog buiten de voetbalsport te kunnen houden.
Wunderteam verdwijnt
Het meest pijnlijke voorbeeld is Oostenrijk. Het land heeft in de jaren dertig een van de sterkste ploegen van Europa, ook wel het Wunderteam genoemd. Het geldt als potentiële wereldkampioen, maar met zijn annexatie van Oostenrijk veegt Adolf Hitler het elftal van het veld. Duitsland krijgt er op papier uitstekende voetballers bij, maar van een vanzelfsprekende versterking is geen sprake. Duitse spelers beschuldigen hun Oostenrijkse teamgenoten van een gebrek aan inzet, en er heerst grote verdeeldheid in de ploeg. Duitsland vliegt er in de eerste ronde al uit.
Ook andere landen blijven om politieke redenen weg. Spanje ontbreekt omdat het land sinds 1936 verwikkeld is in een bloedige burgeroorlog. Terwijl er in Frankrijk wordt gevoetbald, vecht de republikeinse regering in Spanje tegen de nationalisten van Franco. Een Spaans nationaal elftal is in 1938 ondenkbaar.
Engeland ontbreekt eveneens, maar om andere redenen. De Engelsen doen in de jaren dertig niet mee aan WK’s, omdat ze hun eigen voetbalcompetities als superieur beschouwen. De Britten zien weinig noodzaak om zich op een internationaal toernooi te bewijzen. Toch blijft ook het Engelse voetbal niet buiten de politieke werkelijkheid: in diplomatieke kringen gaan geluiden op dat het land zijn nationale eer ook op het voetbalveld moet verdedigen. In aanloop naar een interland tegen Duitsland in mei 1938 laat het ministerie van Buitenlandse Zaken aan de voetbalbond weten dat het voor het Britse prestige van groot belang is dat Engeland in Berlijn goed voor de dag komt. Een nederlaag tegen nazi-Duitsland zou meer zijn dan een sportieve tegenvaller.
Voor de aftrap brengen de Engelse spelers de Hitlergroet, onder het mom van ‘appeasement’. Eén speler weigert en verdwijnt daarop uit het elftal. Engeland wint met 6-3, maar de wedstrijd geldt door de nazigroet nog altijd als een van de meest beruchte wedstrijden uit de geschiedenis van The Three Lions.
Italianen in zwarte shirts
Net als vier jaar eerder hangt de meeste spanning op het WK rond regerend wereldkampioen Italië. In 1934 was Italië in eigen land kampioen geworden, op een toernooi dat door het regime nadrukkelijk was gebruikt als propagandamiddel. In Frankrijk is die politieke lading verre van verdwenen. De ploeg van bondscoach Vittorio Pozzo is het sportieve visitekaartje van het fascistische regime van Benito Mussolini.
Al bij de eerste wedstrijd, tegen Noorwegen in Marseille, is de sfeer vijandig. In de stad wonen veel Italiaanse ballingen en vluchtelingen die in de voorgaande jaren aan het fascisme zijn ontsnapt. In aanloop naar de wedstrijd demonstreren duizenden mensen, onder wie veel Fransen en Noren, tegen de aanwezigheid van het Italiaanse elftal. Wanneer de spelers voor de aftrap de fascistische groet brengen, reageert het publiek woedend. De Italianen lijken niet onder de indruk: ze winnen met 2-1.
Nog meer beladen is de kwartfinale tegen Frankrijk. Mussolini heeft het vuur in de weken voor het toernooi flink opgestookt. Hij zoekt toenadering tot Engeland en steunt openlijk de troepen van Franco. Voor veel Fransen is Italië daardoor niet zomaar een tegenstander, maar staat het elftal symbool voor het fascistische gevaar dat Frankrijk steeds nadrukkelijker bedreigt.
In Parijs betreedt Italië het veld niet in het vertrouwde blauw, maar op bevel van Mussolini in zwarte shirts. Het is de enige wedstrijd die Italië ooit in het zwart zal spelen, de kleur van de Zwarthemden, de paramilitaire beweging van het fascistische regime. Op de borst van de spelers prijkt de fasces, het symbool van Mussolini’s regime. Voor de aftrap brengen de spelers opnieuw de fascistische groet. Het is een beladen beeld: de wereldkampioen, in het zwart, tegenover het gastland en een woedende menigte van bijna zestigduizend toeschouwers.
Frankrijk houdt even stand, maar na rust loopt Italië uit. In een wedstrijd waarin sport en politiek volledig met elkaar verweven raken, winnen de Azzurri in het zwart met 3-1. Italië slaagt er uiteindelijk als eerste land in om zijn titel te prolongeren, maar de overwinning is moeilijk los te zien van het machtsvertoon eromheen. Ruim een jaar later valt Duitsland Polen binnen en begint de Tweede Wereldoorlog. Het WK verdwijnt twaalf jaar van de kalender; pas in 1950 wordt er weer om de wereldtitel gevoetbald.
