Home Nestor Machno: wreker van de boeren

Nestor Machno: wreker van de boeren

  • Gepubliceerd op: 22 juni 2022
  • Laatste update 08 nov 2022
  • Auteur:
    Guido van Hengel
  • 14 minuten leestijd
Nestor Machno: wreker van de boeren

Al tijdens zijn leven was Nestor Machno een legende, een Oekraïense Robin Hood. Met zijn anarchistenleger wist hij de bolsjewieken een tijdlang te weerstaan. En te midden van het oorlogsgewoel schiep hij een vrije zone met ruimte voor cultuur, scholen en ziekenhuizen.

Nestor Machno bracht zijn vormende jaren in opsluiting door. Tussen 1909 en 1917 verbleef hij in de gevangenissen van Loehansk en Ekaterinoslav (het huidige Dnipro), en uiteindelijk in de beruchte, ziekmakende Boetyrki-gevangenis in Moskou. In de cellen van Boetyrki ontwikkelde hij een vurige haat voor gevangenissen en alle vormen van autoriteiten. Later in zijn leven zou hij, wanneer hij met zijn leger een stad of dorp veroverde, altijd als eerste de gevangenen bevrijden en de gevangenis platbranden.

Nestor Machno zat in Boetyrki als twintiger, in de kracht van zijn leven. Hij was stevig gebouwd, maar klein van stuk. De ene schouder was hoger dan de andere, hij had een pokdalig, grijs gezicht en lang zwart haar. Zo op de eerste blik geen indrukwekkende verschijning, maar medegevangenen roemden zijn charisma. In de nu eens ijskoude en dan weer bloedhete cellen van Boetyrki ontmoette Machno anarchisten, terroristen, communisten en separatisten, en leerde bij over de revolutie, die aanstaande was.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €3,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Nestor Machno in 1921, het jaar waarin hij moet vluchten naar Roemenië.

Politiek bewust was hij op dat moment trouwens al. De tsaristische justitie had hem namelijk voor twintig jaar vastgezet vanwege betrokkenheid bij een reeks terroristische vergrijpen, waaronder bankovervallen, achtervolgingen en beraming van politieke moorden. De club waartoe hij behoorde was opgerold, en vrijwel alle leden waren genadeloos vernietigd. Maar Machno overleefde. Toen in 1917 in Petrograd de Februarirevolutie uitbrak, verleende de provisorische regering amnestie aan de meeste politiek gevangenen, en zo kwam hij weer op vrije voeten.

Het was een jaar van grote omwentelingen. De tsaar was afgezet en de Eerste Wereldoorlog liep – althans voor Rusland – ten einde. Gehard door de gevangenis, wijzer geworden door de gevangenschap en gedreven door revolutionair anarchisme zette Machno koers naar zijn geboortegrond in Hoeljaipole, een boerenstreek ergens halverwege de Krim en de Donbas.

Liefde voor de verdrukten

Het verhaal van Nestor Machno is een voetnoot in de duizelingwekkende geschiedenis van de Russische Burgeroorlog, maar laat ook een licht schijnen op de Oekraïens-Russische verhoudingen in de twintigste eeuw. Hoeljaipole ligt op dit moment in een kritieke gevarenzone in de slag om de Donbas. Het zou goed kunnen dat zowel de Russische als de Oekraïense soldaten zich bewust zijn van de symbolische betekenis van deze stad. Het ogenschijnlijk oninteressante provinciestadje vormde immers het decor voor de roemrijke, spannende en legendarische geschiedenis van Nestor Machno.

Hij kwam er ter wereld in 1888. In bittere armoede en zonder vader groeide hij op. Op jonge leeftijd zag hij hoe in dit deel van het Russische Rijk de landbezittende elite hoog uittorende boven de landarbeiders, die amper een generatie terug nog als horigen werkten. Tsarina Catharina de Grote en haar opvolgers hadden veel Europese kolonisten naar deze zuidelijke contreien gestuurd, om het land van ‘de Oekraïne’ te bewerken (en de daar aanwezige bevolking te knechten). Onder hen bevonden zich behalve Russen, Armeniërs, Serviërs en Roemenen vooral veel Duitstalige mennonieten.

Machno werkte aan een eerlijke verdeling van land en arbeid

In Hoeljaipole genoot Machno niet meer dan primaire scholing. Verder leerde hij van het leven en van de arbeiders in een fabriek voor landbouwgereedschappen. Als tiener werd hij anarchist en verbond zich aan ondergrondse radicale clubs. Aan het einde van de negentiende eeuw ging dit soort politieke interesse al snel gepaard met de ‘propaganda van de daad’, en zo raakte hij betrokken bij roofovervallen, politieke moorden en met een licht idealistisch sausje overgoten banditisme. Het bracht hem in conflict met de autoriteiten, en in de gevangenis.

Daar besloot hij dat hij de staat wilde vernietigen. Vele jaren later schreef hij over zijn tijd in de gevangenis: ‘Als je je hebt opgeofferd voor de toekomst, dan voel je je overweldigd door liefde voor de kameraden in de strijd. Zij lijken dan zo dichtbij, zo dichtbij! Dan hoop je dat ze hun hoop en vertrouwen behouden en dat ze hun liefde voor de verdrukten en hun haat tegen de onderdrukkers verspreiden.’

Bij terugkomst in Hoeljaipole onthaalden de boeren hem als een verzetsheld, opgestaan uit de dood. Door de val van het tsarenregime was alles mogelijk geworden, en Machno wist dat. Hij greep zijn kans en nam de leiding bij een pas opgerichte Unie van Boeren, die arme Oekraïners wilde bevrijden van het juk van de onderdrukkers.

De Oekraïense Volksrepubliek brengt een eigen legermacht op de been, ca. 1918-1919.

Veel Russische radicalen uit die tijd waren bebrilde intellectuelen, die – hoe graag ze ook wilden – weinig aansluiting vonden bij het gewone volk. Bij Machno was dat anders. Hij sprak in zinnen die boeren konden begrijpen. Bovendien kwam hij niet aanzetten met megalomane plannen voor verregaande collectivisatie van de landbouw. Nee, hij wilde de boeren ‘gewoon’ bevrijden. Niemand – geen Petersburgse tsaar, bolsjewiek of Duitse mennoniet – zou voortaan de boeren de les komen lezen. En dat sprak aan.

In de maanden direct na de Februarirevolutie werkte Machno aan plannen voor een eerlijke verdeling van land en arbeid. Maar in oktober sloeg ver weg in Petrograd de vlam in de pan: Vladimir Lenin en Leon Trotski brachten door een staatsgreep radicalere bolsjewieken aan de macht. De pas verworven Russische vrijheid kreeg opeens een heel ander gezicht.

Het Zwarte Leger

Vanaf de Februarirevolutie in 1917 tot de oprichting van de Sovjet-Unie in 1922 wisselden machthebbers in Oekraïne met de seizoenen, of zelfs met de week. Na de Februarirevolutie kwamen Oekraïense maatschappelijke groeperingen samen in de Rada (‘Raad’), een provisorisch parlement. Ze streefden vooral naar autonomie binnen het Russische Rijk, maar ze droomden ook van onafhankelijkheid.

De Rada verwierp Lenins Oktoberrevolutie en riep de Oekraïense Volksrepubliek uit, waarop de bolsjewieken reageerden met een invasie. Om deze ‘Roden’ uit Oekraïne te verjagen, opende de gematigd socialistische Rada de poorten voor Duitse en Oostenrijks-Hongaarse legers. Die namen in maart 1918 de uitnodiging aan en bezetten Oekraïne, niet zozeer uit sympathie, maar vooral om hun leveranties uit de ‘graanschuur van Europa’ veilig te stellen. De Duitse en Oostenrijks-Hongaarse bezetters vonden de Rada veel te links en installeerden een marionettenregering onder leiding van de conservatieve hetman (‘hoofdman’) Pavlo Skoropadsky. Ondertussen riepen de Don-kozakken nog een eigen staat uit. Willekeur en wanhoop regeerden Oekraïne. De chaos was compleet.

Een boer (koelak) trekt de wagen van de Witte generaal Alexander Koltsjak samen met een priester en een bourgeois. Bolsjewistische spotprent uit 1919.

De anarchistische, linkse Machno voelde er weinig voor om zich aan te sluiten bij de autoritaire bolsjewieken of de legers van de nationalistische Rada. Samen met zijn kameraden trok hij zich terug in de dorpen. Na beraad besefte hij dat de ideologische strijd met wapens gevoerd moest worden. Daarop trok hij door Rusland om morele, financiële en militaire steun te vinden bij machtige anarchisten, zoals prins Peter Kropotkin. In Moskou spraken ze elkaar. ‘Onze strijd kent geen sentimentaliteit,’ sprak Kropotkin. ‘Zelfopoffering, een harde geest en wilskracht zijn het belangrijkste op weg naar het doel dat je jezelf gesteld hebt.’

Ook ontmoette Machno in Moskou Vladimir Lenin. Dit was niet ongevaarlijk, want de leider van de bolsjewieken had al eens openlijk verklaard dat de anarchisten ‘met ijzeren hand moeten worden onderdrukt’. Voor Machno maakte Lenin een uitzondering. Hij hoorde hem uit over Oekraïne, maar noemde de regio niet bij naam. Lenin sprak van ‘Zuid-Rusland’. Machno corrigeerde de bolsjewiek en vroeg of hij de naam ‘Oekraïne’ wilde gebruiken. Bij het afscheid beloofde Lenin hem een veilige reis over de grens, waarop Machno verbaasd reageerde: ‘Wat voor grens? Je beschouwt Oekraïne toch als Zuid-Rusland?’ Hierop antwoordde Lenin dat er daadwerkelijk een grens was ingesteld tussen Rusland en Oekraïne, want ‘ergens iets van vinden is één, kameraad, maar de werkelijkheid onder ogen komen, dat is iets anders’.

Machno keerde met gemengde gevoelens naar Hoeljaipole terug. Kon hij Lenin vertrouwen? Hij wist dat de bolsjewieken – en dan vooral Lenin – felle campagnes voerden tegen de anarchisten. Bovendien voelde hij dat de stedelijke revolutionairen in Moskou of Petrograd geen benul hadden van het lijden van de boeren in de dorpen. Toch besloot hij samen te werken, zij het op voorlopige basis. Zijn rebellenlegertje, de Machnovitsy, bleef niettemin oorlog voeren onder de zwarte vlag van het anarchisme. Zo ontstond het ‘Revolutionaire Opstandsleger’ – ook wel het ‘Zwarte Leger’ – in de Russische Burgeroorlog.

De belangrijkste officieren van Machno (onderste rij, derde van links) poseren in een fotostudio in Berdjansk, 1919.

De schare machnovisten vermeerderde zich razendsnel. Hoewel hun ideologie anarchistisch was, waren ze strak georganiseerd, met een cavalerie, een infanterie en een inlichtingendienst, die nauw samenwerkte met de lokale bevolking. Machno’s legers blonken bovendien uit in goed uitgedachte guerrillatactieken. Verkleed als boeren die naar de markt gingen lieten ze de Oostenrijks-Hongaarse bezettingstroepen in de val lopen. Eenmaal organiseerde Machno zelfs een nephuwelijksfeest om de Duitse legers om de tuin te leiden.

Vanwege zijn bravoure, leiderschap en kennis van de situatie ‘aan de grond’ noemden de boeren in de regio hem liefkozend B’atko Machno (‘Vadertje Machno’). De revolutionair was een volksheld geworden. Al snel deden de vreemdste verhalen over hem de ronde, en bij leven was Machno al een legende, een Oekraïense Robin Hood, Wilhelm Tell of Winkelried.

Breuk met bolsjewieken

Een groot deel van de Russische Burgeroorlog werd uitgevochten op het huidige grondgebied van Oekraïne. Daarom is het des te indrukwekkender dat Machno op het hoogtepunt van zijn roem een zogeheten ‘Vrije Zone’ wist te creëren in Zuidoost-Oekraïne, grofweg vanaf de Krim tot aan de Donbas. Toen een bevelhebber van het Rode Leger Lenin over de ‘Vrije Zone’ moest berichten, kon hij niets anders dan lof uiten: ‘Er worden gemeenschappen opgericht voor kinderen, en scholen. Hoeljaipole is een belangrijk cultureel centrum, met drie middelbare scholen, wel tien ziekenhuizen voor de gewonden, en een werkplaats waar wapens worden gerepareerd.’

Na de val van de Duits-Oostenrijkse marionettenregering van Skoropadsky richtte het Rode Leger de aandacht op vernietiging van de Witte, pro-tsaristische legers die ook in Oekraïne succesvol waren. Maar het Rode Leger kende in het voorjaar van 1919 een nijpend gebrek aan manschappen, waardoor Lenin en Trotski een beroep deden op Machno – die ze eigenlijk niet vertrouwden. Of ze een verbond konden sluiten tegen de Witten? Naast Machno vroegen ze ook substantiële versterking van de opportunistische Oekraïense boerenstrijdheer Nikofor Hrihorijiv, die met zijn legers verantwoordelijk was voor antisemitische, zeer bloedige pogroms.

Trotski verklaarde Machno vogelvrij

Het Rood-Zwarte verbond, aangevuld met de legers van Hrihorijiv, bracht de Witten ernstige verliezen toe. De alliantie bleef echter wankel, mede door het wantrouwen van de bolsjewieken. Het proletariaat – ja, daar geloofden Lenin en Trotski wel in, maar de boeren? En dan ook nog uit Oekraïne? In april verbood Trotski de bewapening van de machnovisten. Hij stuurde aan op een breuk en liet in zijn spreekbuis Izvestija een stuk publiceren waarin hij beweerde dat het Revolutionaire Opstandsleger bestond uit plunderende ‘koelakken’ (rijke boeren) ‘die de meest goedwillende en achterlijke boeren zand in de ogen strooien’. In de zomer van 1919 verklaarde Trotski Machno vogelvrij, waarop die noodgedwongen zijn verbinding met het Rode Leger moest verbreken. Vanaf dat moment twijfelde Machno niet meer: Lenin was niet te vertrouwen en Trotski evenmin.

Begin van het einde

In 1920 volgde een horrorjaar van hongersnoden, dodelijke epidemieën, droogte en bosbranden, maar ook van Rode Terreur en anarchistische contraterreur. Machno kreeg in de winter van 1919-1920 tyfus en raakte in coma. Diezelfde tyfus halveerde zijn troepen, en maakte nog eens miljoenen slachtoffers elders in Europa. Toen Machno uit coma ontwaakte, zag de situatie er somber uit. Het Rode Leger wilde hem vernietigen en hij moest de strijd aangaan.

Moordpartijen vonden over en weer plaats. Bolsjewieken namen een dorp in en schoten alle machnovisten dood. Vervolgens kwamen de anarchisten terug en schoten alle opnieuw geïnstalleerde bolsjewieken dood. Enzovoort. Nog eenmaal vochten ze zij aan zij tegen de Witten bij de landengte van Perekop op de Krim, in november 1920. De daaropvolgende Rood-Zwarte overwinning bracht een vluchtelingenstroom van duizenden ‘Witte’ Russen op gang, die over de Zwarte Zee naar Istanboel en Anatolië vluchtten.

De gezamenlijke overwinning in de slag bij Perekop in november 1920 luidt het einde in van de alliantie tussen bolsjewieken en machnovisten.

De Slag bij Perekop betekende ook het begin van het einde van Machno’s beweging. Lenins Rode zege was immers binnen, en Machno was niet meer nodig. De Rode generaal Michail Frunze kreeg het bevel om eens en voor altijd af te rekenen met de tot voor kort nog zo bruikbare anarchisten. Een uitputtend kat-en-muisspel volgde, van de Krim naar Hoeljaipole, via Berdjansk en Kharkiv. Moe, ziek en verzwakt vluchtte Machno in augustus 1921 met enkele tientallen machnovisten naar Roemenië. Via Polen en de vrijstaat Danzig bereikte hij Duitsland, vanwaar hij verder reisde naar Parijs, waar hij in 1925 asiel kreeg.

In de Lichtstad kon Machno moeilijk aarden, al wemelde het er van de Russische en Oekraïense vluchtelingen. Hij had heimwee naar Hoeljaipole. In linkse kringen van Parijs vereerden ze hem, maar daar kocht hij niets voor. Hij schreef warrige artikelen over anarchisme waar geen redacteur chocola van kon maken. Frans sprak en begreep hij niet of nauwelijks; zijn niet altijd even betrouwbare memoires schreef hij in het Russisch. In 1934 stierf Machno aan de gevolgen van tuberculose – een ziekte die hij als jonge man had opgelopen in de Boetyrki-gevangenis.

Guido van Hengel is historicus.

 

Held van velen

In Oekraïne wordt Machno steeds vaker beschouwd als nationale held. Hij symboliseert het verzet tegen Russische arrogantie, agressie en bedilzucht, en voedt de mythe van de Oekraïense kozakkenmentaliteit. Dit leidt ook tot curieuze historische associaties. Tijdens de Maidan-opstand in 2014 gebruikten ultranationalisten de vlag van de anarcho-communist Machno naast die van de beweging van nazicollaborateur Stepan Bandera. Bij herdenkingen roemen nationalisten Machno’s strijd tegen het Rode Leger en de Duitse en Oostenrijkse bezetters, maar verzwijgen ze zijn linkse internationalisme en anarchisme.

Machno zou zich omdraaien in zijn graf, al is hij daar ook niet veilig. In 2019 lanceerde de burgemeester van Hoeljaipole het plan om Machno’s stoffelijke restanten te verhuizen van de wereldberoemde begraafplaats Père Lachaise in Parijs naar zijn geboortegrond, voor een lokale, Oekraïense herbegrafenis.

Moord op Joden en mennonieten

Volgens bolsjewiek Leon Trotski was Machno een gevaarlijke antisemiet, die aanstuurde op pogroms. Het is mogelijk dat antisemitisme leefde onder zijn aanhangers en dat zij ook Joden vermoord hebben, maar dat gebeurde nooit op bevel van Machno. Hij nam Joden in bescherming of leverde hun wapens en munitie, zodat ze zichzelf konden verdedigen. In Machno’s leger stonden draconische straffen op verspreiding van antisemitische plakkaten of pamfletten. De Oekraïense boerenstrijdheer Nikofor Hrihorijiv, met wie Machno enige tijd geallieerd was, was wél een uitgesproken antisemiet. Hij was verantwoordelijk voor de moord op honderden, zo niet duizenden Joden. Zijn wandaden zijn weleens onterecht toegeschreven aan Machno.

De machnovisten waren daarentegen wel meedogenloos voor de vaak welgestelde Duitse mennonieten. In de nacht van 26 op 27 oktober 1919 richtten machnovisten een bloedbad aan in het mennonitische dorpje Eichenfeld (Novopetrivka). Ze vermoordden daar minstens 130 burgers, onder wie ook vrouwen en kinderen.

Meer weten:

Nestor Makhno and Rural Anarchism in Ukraine (2020) door Colin Darch is een kritische biografie.

Grensland (2022) door Marc Jansen, over de geschiedenis van Oekraïne.

The Anarchism of Nestor Makhno (1976) door Michael Palij behandelt de bredere context van de Oekraïense revolutie.

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 7/8 - 2022