Home Dossiers Middeleeuwen Middeleeuwse eekhoorns verspreidden lepra

Middeleeuwse eekhoorns verspreidden lepra

  • Gepubliceerd op: 15 mei 2024
  • Laatste update 16 mei 2024
  • Auteur:
    Teun Willemse
  • 3 minuten leestijd
Middeleeuwse vrouw met eekhoorn
Banner Middeleeuwen
Dossier Middeleeuwen Bekijk dossier

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Historischnieuwsblad.nl? U bent al lid vanaf €1,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

Rode eekhoorns droegen mogelijk bij aan de verspreiding van lepra, schrijven onderzoekers in Current Biology. Ze vergeleken middeleeuwse eekhoornskeletten uit Zuid-Engeland met leprozen uit dezelfde regio en troffen nauw verwante bacteriën aan. Door de populariteit van het knaagdier kwamen veel middeleeuwers ermee in aanraking: rijke vrouwen droegen eekhoornbont en sommigen hielden ze zelfs als huisdier.

De onderzoekers bestudeerden de resten van twaalf eekhoorns uit de Zuid-Engelse stad Winchester, die bekendstond om zijn eekhoornhandel. In de Middeleeuwen waren er in de stad meerdere villers, bonthandelaren en kleermakers gevestigd. Bij een van die voormalige villers troffen de wetenschappers eeuwenoude eekhoornhandjes en -voetjes aan. In die botten vonden ze een vergelijkbare leprabacterie als bij de resten van leprozen uit een nabijgelegen ziekenhuis.

Meer historisch nieuws lezen? Schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.

Ontvang historische artikelen, nieuws, boekrecensies en aanbiedingen wekelijks gratis in uw inbox.

Lepra rukte in de elfde en twaalfde eeuw snel op in Europa. De bacteriële infectie tastte het zenuwstelsel van patiënten aan, met gruwelijke misvormingen tot gevolg. Middeleeuwse artsen schreven over stinkende zweren, misvormde voeten en platte neuzen. De gelovige bevolking zag de ziekte als een straf van God, net als de Pest. Leprozen werden daarom gemeden en in aparte tehuizen gestopt: leprozerieën. Na hun dood werden ze bovendien op aparte kerkhoven begraven.

Volgens de onderzoekers is niet duidelijk of eekhoorns mensen lepra gaven of andersom, maar is het wel zeker dat Engelse middeleeuwers veel in contact kwamen met het beestje. Vanwege hun populaire vacht werden er veel eekhoorns vanuit Scandinavië en Rusland naar Engeland verscheept. Hun vacht werd in de details van dure vrouwenkleding verwerkt en rijke families kochten zelfs volledige jassen van eekhoornbont. Sommige vrouwen hielden eekhoorns bovendien als huisdier. Op middeleeuwse afbeeldingen klimmen eekhoorns bij vrouwen op schoot, en uit manuscripten blijkt dat er kraagjes voor de dieren werden gekocht.

Een Engelse vrouw houdt een eekhoorn vast. Schilderij door Hans Holbein de Jonge. 1526.

Lepra komt nog steeds voor: In Azië, Afrika en Zuid-Amerika zijn er nog 200.000 ziektegevallen per jaar. Volgens Public Health England is de kans dat mensen de ziekte van een eekhoorn krijgen uiterst klein en is er nog nooit een geval gerapporteerd. Maar in de nasleep van COVID-19 benadrukken de onderzoekers dat de middeleeuwse eekhoorns ons wel meer kunnen leren over de verspreiding van eeuwenoude ziektes en de risico’s van zoönose.

Openingsafbeelding: Een middeleeuwse vrouw heeft een eekhoorn als huisdier. De eekhoorn draagt zelfs een halsband. Bron: British Library Board Ms Add. MS 42130 f. 33r)