De beweging vond een vruchtbare voedingsbodem in de angst voor de stalinistische Sovjet-Unie. Leden kidnapten communistische en sociaal-democratische politici en dumpten hen na mishandeling bij de Russische grens, hun een mooi leven aan de andere kant toewensend. Stalin zat niet op deze Finnen te wachten, zodat de meesten weer snel terug in eigen land waren. Maar de intimidatie werkte, want de Finse overheid verbood in 1930 de Communistische Partij.
Met de ontvoering in 1930 van de populaire ex-president Kaarlo Juho Ståhlberg en zijn vrouw overspeelde de Lapua-beweging haar hand. De volkswoede over de ontvoering was zo groot, dat de ontvoerders het stel al na een dag vrij lieten. De speelfilm The kidnapping of a president is gebaseerd op deze feiten. Hij toont de gebeurtenissen als een klucht, waarin de niet al te snuggere ontvoerders niet opgewassen zijn tegen de kalmte en nuchterheid van de Ståhlbergs.
De in een dronkenmansfeer bedachte ontvoering ontaardt snel in onderling gebakkelei. Amusant, maar het wekt de indruk dat de Lapua-beweging uit ongevaarlijke dwazen bestond. Een misverstand, want in 1932 pleegde de beweging een (mislukte) staatsgreep, waarbij een communistisch parlementslid werd gedood.

