Home Dossiers Militaire geschiedenis Japan vernedert de Russische beer

Japan vernedert de Russische beer

  • Gepubliceerd op: 28 februari 2023
  • Laatste update 11 aug 2023
  • Auteur:
    Ivo van de Wijdeven
  • 10 minuten leestijd
Japan voerde oorlog met Rusland
Cover van
Dossier Militaire geschiedenis Bekijk dossier

Het was een makkie om Japan te verslaan, zo verzekerden de Russische generaals tsaar Nicolaas II. Maar in 1905 bleek het tegendeel: voor het eerst boekte een niet-westers land een klinkende overwinning op een grootmacht. De nederlaag betekende het begin van het einde voor de tsaar.

‘Het eenige goede van het bericht is misschien dat Rusland nu gedwongen zal zijn vrede te sluiten en dat aan dezen menschonteerenden oorlog dan toch te langen leste een einde komt,’ zo schreef De Telegraaf op maandag 29 mei 1905 op de voorpagina. De Japanse admiraal Heihachiro Togo had in de Slag bij Tsushima bijna de hele Russische Oostzeevloot naar de zeebodem gejaagd. Tsaar Nicolaas II had het deksel stevig op zijn neus gekregen. Anderhalf jaar eerder dacht hij nog dat hij makkelijk kon afrekenen met de Japanners.

Meer historische context bij het nieuws? Schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.

Ontvang historische artikelen, nieuws, boekrecensies en aanbiedingen wekelijks gratis in uw inbox.

Aan het einde van de negentiende eeuw waren de keizerrijken Rusland en Japan met elkaar in conflict geraakt over botsende invloedssferen in China. Dat was een grootmacht in verval. Grote mogendheden profiteerden daarvan door het land eenzijdige handelsverdragen op te leggen en grote concessies af te dwingen, zoals vrije toegang tot een aantal havens en de vestiging van militaire bases. China was een kolonie-van-iedereen geworden.

De Japanners eisten ook een stuk van de taart. Japan had na de Meiji-restauratie, die de keizer in 1868 weer aan de macht bracht, razendsnel een enorme moderniseringsslag gemaakt. En die betaalde zich uit. In de Eerste Chinees-Japanse Oorlog (1894-1895) dwong Japan China op de knieën. Met het daaropvolgende Verdrag van Shimonoseki verkreeg Japan niet alleen handelsconcessies in Chinese havensteden, maar ook de macht over Korea, Taiwan en het Chinese schiereiland Liaodong.

Soldaten van Rusland en Japan.
Russische soldaten bij een loopgraaf met lijken van Japanse soldaten in Port Arthur, 1905

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Maar de inkt van het Verdrag van Shimonoseki was nog niet droog of Rusland wist Frankrijk en Duitsland zover te krijgen dat ze Japan dwongen Liaodong terug te geven aan China. De Russen hadden namelijk zelf grote plannen met het schiereiland. De Russische havenstad Vladivostok, het eindpunt van de bijna voltooide Trans-Siberische spoorlijn, was alleen in de zomer ijsvrij. Liaodong lag een stuk zuidelijker en was altijd bereikbaar. In 1898 pachtte de tsaar Port Arthur op het uiterste puntje van het schiereiland voor 25 jaar van China om er een Russische marinebasis te vestigen. Vervolgens legerden de Russen 177.000 soldaten in Liaodong en de rest van de Chinese provincie Mantsjoerije, grenzend aan het Koreaanse schiereiland. Ook daar groeide de Russische invloed.

Smeulende onrust

Voor de Japanners was duidelijk uit welke hoek de wind waaide. En ze verwachtten dat er een storm zou opsteken wanneer de Trans-Siberische spoorlijn eenmaal was voltooid. Dan zou het voor de tsaar veel makkelijker worden om manschappen en materieel naar Azië te vervoeren. De regering in Tokyo begon onderhandelingen met Sint-Petersburg. Er lag een duidelijk compromisvoorstel op tafel: Mantsjoerije was voor de Russen als de Japanners in Korea de vrije hand kregen.

Tsaar Nicolaas II haalde zijn neus ervoor op. Achter gesloten deuren spraken Russische diplomaten minachtend over hun Japanse collega’s als ‘apen’. Als de Japanners zo gek zouden zijn om het tot een oorlog met het machtige Russische Rijk te laten komen, dan was het volgens Nicolaas’ generaals een fluitje van een cent om het Japanse leger in de pan te hakken. ‘Drie weken na het eerste schot zal Tokyo om vrede smeken,’ zo klonk het in Sint-Petersburg. De tsaar hoopte bovendien dat een oorlog gevoelens van trots en vaderlandsliefde zou aanwakkeren. Het gistte in het Russische Rijk en een overwinning zou een welkome afleiding zijn van groeiende ontevredenheid en smeulende sociale onrust.

Russen noemden Japanners minachtend ‘apen’

Op 6 februari 1904 braken de Japanners de onderhandelingen af. Twee dagen later volgde een verrassingsaanval op Port Arthur. In het holst van de nacht voeren Japanse torpedobootjagers de buitenste haven binnen, waar de Russische Pacifische Vloot nietsvermoedend voor anker lag. Twee grote Russische slagschepen – de Tsarevitsj en de Retzivan – en de kruiser Pallada liepen aan de grond. Bij het ochtendgloren beschoot de rest van Togo’s vloot de Russische schepen, die zich terugtrokken in de binnenhaven. De Russische vloot zat opgesloten in Port Arthur.

Diezelfde dag landde het Japanse Eerste Leger ongestoord bij de Koreaanse havenstad Chemulpo (nu: Incheon). De nabijgelegen Koreaanse hoofdstad Seoel was al snel in Japanse handen. Pas op 10 februari volgde de officiële Japanse oorlogsverklaring. De Russen klaagden verontwaardigd dat de Japanners internationaal aanvaarde regels aan hun laars lapten, maar konden in de rest van de wereld op weinig sympathie rekenen.

Chinezen de dupe

De Russisch-Japanse Oorlog werd overwegend op Chinees en Koreaans grondgebied gevoerd. Hoewel de Chinezen geen partij waren in het conflict werden ze wel de dupe van de oorlog. De legers van de strijdende partijen maakten zich schuldig aan plunderingen en verkrachtingen. Vermeende spionnen werden geëxecuteerd. In totaal vielen er 20.000 Chinese burgerslachtoffers.

Vooral de Britse pers was lovend over het optreden van ‘het dappere kleine Japan’. The Times schreef dat de Japanse marine ‘met een knap waagstuk als openingszet van de oorlog zichzelf heeft verzekerd van een ereplaats in de annalen van de strijd op zee’. Dat de Britten zo positief waren, was op zich niet zo verwonderlijk, want in 1902 had de Britse regering vanwege de groeiende Russische invloed in de regio een bondgenootschap gesloten met Japan. Togo’s schepen waren vrijwel allemaal gebouwd op Britse scheepswerven.

Ook in andere landen kon de Japanse actie op goedkeuring rekenen. De Russische tsaar was niet bepaald geliefd in de rest van Europa. Alleen de Duitse keizer Wilhelm II koesterde sympathie voor zijn neef Nicolaas II.

In de val

In de eerste maanden na de verrassingsaanval gebeurde er niet bijster veel. Het was funest voor het moreel van de Russische troepen in Port Arthur dat de populaire viceadmiraal Stepan Makarov met het vlaggenschip Petropavlovsk ten onder ging toen hij op twee Japanse zeemijnen liep tijdens een poging om Togo’s vloot te verdrijven. Makarovs opvolger Vilgelm Vitgeft besloot geen risico’s meer te nemen.

Daardoor konden twee Japanse legers op Liaodong landen en Port Arthur afsluiten van de buitenwereld. Het Tweede Leger rukte op naar het noorden, terwijl het Derde Leger na een paar mislukte bestormingen begon aan een langdurige belegering van Port Arthur. In de havenstad zaten 45.000 Russische soldaten en een groot aantal burgers in de val.

Russische soldaten waren ongeletterd, ongedisciplineerd en ongemotiveerd

Hoewel de Russische generaals ervan overtuigd waren geweest dat ze snel korte metten zouden kunnen maken met de Japanse legers, kwam daar in de praktijk niets van terecht. De Japanse Eerste en Tweede Legers rukten vanuit Korea en Liaodong steeds verder op naar het noorden. Tegenaanvallen van de Russische opperbevelhebber Aleksej Koeropatkin liepen keer op keer uit op mislukkingen. Hij werd steeds verder teruggedreven naar de Russische garnizoensstad Mukden, 425 kilometer ten noorden van Port Arthur (nu: Shenyang). De Russen hadden weliswaar een groot numeriek overwicht, maar beschikten over slechte inlichtingen en opereerden omzichtig en tergend traag. Het was voor de Japanse generaals kinderlijk eenvoudig om slimme tegenzetten te doen.

Het hielp ook niet dat de Russische soldaten ongeletterd, ongedisciplineerd en ongemotiveerd waren. Als gevolg van lange bevoorradingslijnen zaten ze regelmatig zonder eten. Het was een hemelsbreed verschil met de Japanse soldaten. Die waren geletterd en gedrild. En hun gaarkeukens draaiden op volle toeren.

Japan en Rusland vechten bij de slag bij Liaoyang
In de slag bij Liaoyang brengen de Japanners de Russen een gevoelige nederlaag toe. Schilderij door Fritz Neumann.

In augustus waren de Japanners bij Port Arthur opgerukt tot de laatste Russische verdedigingslinie. Tsaar Nicolaas II was furieus en hij eiste dat admiraal Vitgeft een ultieme uitbraakpoging deed. Ook die mislukte en Vitgeft liet het leven. Togo dreef de Russische vloot terug de haven in. De Russen besloten het zware scheepgeschut over te brengen naar de forten van Port Arthur.

Op dat moment kreeg de Russische Oostzeevloot opdracht op te stomen naar Port Arthur. Maar die was pas in oktober klaar voor vertrek. Bij de Doggersbank kwam het tot een diplomatiek incident toen nerveuze Russische matrozen een Britse vissersboot tot zinken brachten, omdat ze die aanzagen voor een Japanse torpedoboot. De Britten verleenden hoe dan ook geen toegang tot het Suezkanaal, waardoor de Russische vloot Kaap de Goede Hoop moest ronden.

Tijdens een bevoorradingsstop op Madagaskar kregen de matrozen van de Oostzeevloot te horen dat Port Arthur zich op 2 januari 1905 had overgegeven. De Japanners hadden begin december een strategisch belangrijke heuvel veroverd en konden de stad vrijelijk beschieten met hagelnieuw zwaar Brits geschut. Ze brachten de schepen in de haven een voor een tot zinken. Na de val van Port Arthur verdrongen Russische officieren vrouwen en kinderen bij de eerste evacuatietreinen die de stad verlieten.

Bloedige Zondag

Tsaar Nicolaas’ plan om zijn volk te verenigen via een oorlog ontplofte in zijn gezicht. De val van Port Arthur bleek de lont in het kruitvat. De bevolking had de buik vol van de in hun ogen zinloze oorlog in het Verre Oosten. Een week later trokken 150.000 mensen onder aanvoering van priester Georgi Gapon naar het Winterpaleis in Sint-Petersburg om een petitie aan te bieden. De ongewapende demonstranten werden verdreven met geweervuur.

Na deze ‘Bloedige Zondag’ rolden stakingsgolven over steden in het westen van het Russische Rijk. De opstand sloeg over naar het platteland én naar de Russische krijgsmacht. Bij de Zwarte Zeevloot brak muiterij uit; de kruiser Potemkin voer naar Odessa om stakers te steunen en vluchtte daarna naar Roemenië. In totaal waren er meer dan 400 gevallen van muiterij in het leger.

Om de onrust te bezweren kwam de tsaar met het zogeheten Oktobermanifest, waarin hij een parlement instelde. Maar deze Doema was in de praktijk een wassen neus, omdat de tsaar een vetorecht behield en op eigen houtje de regering kon benoemen en oorlog kon verklaren. Aan de revolutie van 1905 kwam pas echt een einde dankzij keiharde repressie: tienduizenden werden gedood of verbannen naar Siberië.

De oorlog tegen Japan was toen allang verloren. Opperbevelhebber Koeropatkin leed in maart een gevoelige nederlaag in de Slag bij Mukden en in mei maakte Togo korte metten met de Oostzeevloot. Tot slot veroverde Japan in juli met weinig moeite het Russische schiereiland Sakhalin. Volgens Koeropatkin was dat allemaal het gevolg van de wanorde in eigen land: ‘Onze morele kracht was minder dan die van de Japanners en daarom leden we nederlaag op nederlaag. Niet door verkeerde beslissingen van onze generaals.’

Het gele gevaar

Europa gniffelde om de nederlaag van de Russische tsaar, maar er waren ook zorgen over de toekomst. De angst voor ‘het gele gevaar’ groeide, ook in de VS. Een Britse waarnemer schreef na de Slag bij Mukden: ‘Vandaag heb ik het meest verbijsterende spektakel gezien dat het menselijke brein kan bevatten: Azië rukt op, Europa valt terug en ik zie de tekenen aan de wand.’ Japan leek op het punt te staan om China te overheersen – de sleutel voor wereldheerschappij. Eerst economisch en daarna militair.

Militair analisten zijn dat niet met hem eens. Een sterke zet van de Japanners was ook dat ze deden aan wat nu ‘hybride oorlogvoering’ heet. Ze leverden geld en wapens aan opstandelingen in Polen en de Oostzeelanden. In Japan wordt kolonel Akashi Motojiro gezien als het meesterbrein achter de Bloedige Zondag en de muiterij aan boord van de Potemkin.

Op uitnodiging van de Amerikaanse president Theodore Roosevelt namen de strijdende partijen weer plaats aan de onderhandelingstafel. De tsaar wilde zijn handen vrij hebben voor binnenlandse aangelegenheden; in Japan was de bodem van de schatkist in zicht. Als gevolg van de oorlogshandelingen waren in totaal zo’n 130.000 militairen gesneuveld. Dat deed het kleine Japan meer pijn dan het grote Rusland.

Japan steunde opstanden in Polen en de Oostzeelanden

Op 5 september 1905 werd het Verdrag van Portsmouth getekend. Rusland moest Port Arthur en de andere concessies in Mantsjoerije overdragen aan Japan en de Japanse claims in Korea erkennen, maar kreeg Sakhalin terug en hoefde geen herstelbetalingen te doen. In Japan zette dat laatste kwaad bloed; de andere grootmachten zouden Rusland de hand boven het hoofd houden.

Dat terwijl de reeks Japanse overwinningen wereldwijd een onuitwisbare indruk had gemaakt. Voor het eerst had een niet-westers land een van de grootmachten verpletterend verslagen. De Russische beer was gestruikeld. Voor veel Russen was de onverwachte vernedering door de Japanners tekenend voor de tekortkomingen van de tsaar. Het was wachten op de volgende revolutie.

Meer weten

  • Rising Sun and Tumbling Bear (2004) door Richard Connaughton is het standaardwerk over de Russisch-Japanse Oorlog.
  • Rethinking the Russo-Japanese War, 1904-1905 (2007) bevat bijna vijftig interessante artikelen over de oorlog.
  • The Russo-Japanese War 1904-1905 (2002) door Geoffrey Jukes beschrijft de oorlog met nadruk op de krijgshandelingen.

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 3 - 2023