Home Het verkeerde lichaam

Het verkeerde lichaam

  • Gepubliceerd op: 14 december 2021
  • Laatste update 13 okt 2022
  • Auteur:
    Alies Pegtel
Het verkeerde lichaam

Ze was een vechtersbaas, kon zuipen als de beste en verdiende de kost als soldaat. De achttiende-eeuwse Maria van Antwerpen voelde zich een man en leefde als een man. Ze had een harmonieus huwelijk met een andere vrouw. Tot ze werd ontmaskerd.

Hemelvaartsdag 20 mei 1751 was een gedenkwaardige dag in Breda. Niet elke dag ging het nieuws rond dat er in de vestingstad een soldaat was gelegerd die eigenlijk een vermomde vrouw was. De 32-jarige Maria van Antwerpen was een maand eerder in soldatenuniform met haar rondreizende regiment haar geboortestad binnengemarcheerd, waarop een oude bekende haar had herkend als voormalige dienstmeid.

Tijdens het medische onderzoek dat volgde, was inderdaad vastgesteld dat grenadier ‘Johannes van Ant’, belast met de bewaking van stadspoorten en wallen, in werkelijkheid Maria van Antwerpen was. Desondanks was ‘Jan’ al ruim vijf jaar in militaire dienst, overigens tot volle tevredenheid. Maar wat zo mogelijk nog verbazingwekkender was: ‘Jan’ was ook al drie jaar officieel getrouwd met een vrouw die al die tijd haar ware sekse niet had opgemerkt.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €3,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Half Breda liep uit om te kijken hoe de vermomde soldaat en haar echtgenote onder arrest werden geplaatst. Sommige officieren konden het niet laten om in het voorbijgaan aan de beschaamde echtgenote spottend te vragen hoeveel kinderen haar man wel niet bij haar had verwekt.

De burgers waren ‘verrukt en opgetoogen van verwondering over soo een zeldsaam geval’

Zelfs de betrapte Maria van Antwerpen had ondanks haar eigen ellende meer te doen met haar verslagen vrouw Johanna Cramer. ‘De goede sloof’ had nietsvermoedend haar hoofddoek omgeknoopt voor een afspraak met de commandant, om pas onderweg te ontdekken dat ze gearresteerd was omdat ze met een vrouw getrouwd was. Ze wilde het aanvankelijk ook absoluut niet geloven.

Achteraf bezien was het natuurlijk merkwaardig dat het huwelijk niet was geconsummeerd. Johanna had geregeld hard moeten huilen om haar kinderloosheid, maar ze dacht dat haar man een of ander fysiek gebrek had, waar ze uit prudentie niet naar had durven vragen. Maria had alle lichamelijke contacten met smoezen afgehouden.

De volksoploop bij de gevangenis was zo groot dat de schildwachten het gedrang amper in de hand konden houden. De Bredase burgers waren niet verontwaardigd of veroordelend over het bedrog, maar volgens Maria ‘verrukt en opgetoogen van verwondering over soo een zeldsaam geval’. Ze stelden haar ‘duysende vrage’ en ze kreeg zoveel drank toegeschoven dat ze ’s avonds volledig beneveld in slaap viel. Het vonnis van de krijgsraad viel mee. Ze werd verbannen uit Brabant en Limburg en alle garnizoenssteden van de Republiek. Op 14 juni 1751 werd ze onder begeleiding de stad uit gezet.

Bestseller

Dat wij dit allemaal tot in detail weten, komt doordat er niet lang na deze gebeurtenissen een boek verscheen waarin Maria van Antwerpen zelf haar levensverhaal tot 1751 vertelt. Het verhaal van De Bredasche heldinne, dat nog altijd wordt uitgegeven, werd opgetekend door de 19-jarige Franciscus Lievens Kersteman, die gelijktijdig met haar in de Bredase militaire gevangenis zat. Deze gesjeesde rechtenstudent, die uit geldnood bij het leger was gegaan, had een juwelier opgelicht. Kersteman zou uitgroeien tot een van de populairste schrijvers van de achttiende eeuw. Hij zat in totaal 22 jaar van zijn leven in de gevangenis. Tijd genoeg om aan zijn oeuvre van veertig boeken te werken.

Maria ondertekent tijdens het tweede huwelijk als Maggiel van Handtwerpen.

Maar dit was zijn literaire debuut, waaruit bleek dat hij een neus had voor sensationele bestsellers. In het voorwoord benadrukte hij dat hij alles van Maria zelf had gehoord. Zij zal zichzelf vermoedelijk zo positief mogelijk hebben willen presenteren en Kersteman zal het een en ander hebben aangedikt of afgezwakt, maar de basisinformatie klopt met andere bronnen.

De vermomde soldaat was een cause célèbre; ongeletterde mensen konden nagenieten omdat er ook nog een ‘vermaekelyk liedeken’ gecomponeerd was over een ‘manhaftig vrouwpersoon, die de staeten van Holland vyf jaar en zes maenden gediend heeft’.

Womanizer

Maria van Antwerpen werd geboren op 17 januari 1719 als een van dertien kinderen van een katholieke brandewijnstoker in Breda. Rond haar tiende was ze wees en kwam ze in huis bij een tante, die haar ‘honds’ behandelde. Als dienstertje werkte ze op verschillende Bredase adressen en ze verhuisde met een werkgever mee naar Wageningen. Toen ze bij dat gezin een keer te laat thuiskwam, belandde ze meteen op straat. Na een paar doorwaakte nachten in een herberg besloot ze het roer radicaal om te gooien. Ze kocht mannenkleren en liet zich in het café op een met drankovergoten avond in 1746 ronselen als soldaat. Als Johannes van Ant tekende ze ter plekke voor zes jaar bij het leger. Ze was destijds zestien jaar.

In het boek lijkt het of ze door haar metamorfose niet langer een speelbal was van het lot, maar dat ze als man haar leven zelf in de hand kon nemen. Als je Maria moet geloven, had ze geen moment heimwee naar haar meisjesbestaan. Ze was een vechtersbaas en hield van schietoefeningen, drinken, snuiftabak en pijproken. Ook was ze een womanizer. Ze pochte tegen ghostwriter Kersteman dat ze ‘een engeltje van een bakkersmeid’ het hof had gemaakt, die een volmaakte schoonheid zou zijn geweest ‘indien de kleur van haar tanden niet een weynig veel naar die van chocolade geheld hadden’.

Het enige wat Maria speet, was dat ze nooit werd opgeroepen om deel te nemen aan een veldslag. En dat het lot had bepaald dat ze ‘onder de schijn van iets moest doorgaan waarvan de natuur mij tot mijn leedwezen het wezenlijke niet had gegeven’.

Het enige wat Maria speet, was dat ze nooit had meegedaan aan een veldslag

Hoewel ze naar eigen zeggen een ‘zeldzaam geval’ was, was ze niet uniek. In de zeventiende en achttiende eeuw waren er meer vrouwen die besloten als man door het leven te gaan. De meesten waren arme volksmeisjes aan de onderkant van de maatschappij, die net als Maria noodgedwongen al jong de kost hadden moeten verdienen. Maar in plaats van te zwoegen als dienstmeid of hun eer te verliezen als prostituee, zagen zij om allerlei redenen meer heil in een betrekking als soldaat of matroos. De vloot en het leger waren in de Republiek belangrijke werkverschaffers voor ongeschoolden. De meisjes wisten vermoedelijk dat ze zich als man konden vermommen, onder andere doordat voorgangsters bezongen werden in populaire liedjes als ‘Daar was laatst een meisje loos’.

Meestal was hun transformatie maar tijdelijk en kwam na een paar maanden hun ware sekse aan het licht. Aan boord van de VOC-schepen reisden vermomde vrouwen mee die na aankomst in Indië sowieso hun matrozenpak wilden inruilen voor een jurk. Romanschrijvers en lezers smulden ervan als vrouwen zich als man verkleedden uit een romantisch motief: omdat ze een verloren geliefde achterna wilden reizen of omdat ze uit vaderlandsliefde zelf op het slagveld wilden strijden.

Het kwam minder vaak voor dat als man vermomde vrouwen ook met andere vrouwen trouwden. Homoseksualiteit, destijds aangeduid als sodomie, gold als doodzonde. Ook voor vrouwelijke ‘sodomieten’ gold de doodstraf. Maar hoewel deze straf weleens werd geëist, werd die voor vrouwen nooit toegekend, terwijl voor mannelijke homoseksuelen geen genade gold. Zaad werd gezien als de oorsprong van de menselijke procreatie en verkwisting van het vruchtbare mannelijke zaad was het ergste wat er was.

Huwelijksidylle

Hoewel er binnen een huwelijk grote kans bestond op ontdekking van haar ware geslacht, koos Maria er bewust voor om te trouwen. Niet uit liefde, maar uit behoefte aan privacy. Als getrouwde soldaat kon ze een eigen huishouden voeren en hoefde ze niet angstvallig tussen haar medesoldaten op een brits te slapen, bang om ontdekt – en nog erger: ‘onteerd’ – te worden door een van haar slapies.

Vrouwen verkleden zich als man tijdens een feest. Schilderij van Judith Leyster, 1629.

In de gereformeerde sergeantsdochter Johanna Cramer vond ze alles wat zijzelf niet was: een deugdzame, eerlijke vrouw. De huwelijksnacht in Coevorden in 1748 verliep voorspoedig. Bruidje Johanna was zeer verlegen en Maria beloofde haar grif dat ze ’s nachts geen geweld zou gebruiken: ‘en ik ben mijn woord naderhand, mogelijk meer als haer lief is geweest daar in stipt nagekomen.’ Er werd dus niet gevreeën, maar het was een harmonieuze verbintenis. Zowel Johanna als Maria was handig met naald en draad, en Maria verdiende aardig bij als kleermaker in het leger. De huwelijksidylle duurde tot Maria’s ontmaskering op 20 mei 1751.

De eis was geseling, brandmerken en twaalf jaar tuchthuis

Het kindje werd dood geboren, maar twee jaar later was Cornelia weer zwanger, waarschijnlijk als gevolg van een verkrachting. Ze woonden intussen in de Jordaan toen baby Willibrordes werd geboren, die slechts zes weken leefde. Hij werd gedoopt in een Amsterdamse katholieke kerk. Een broer en schoonzus van Maria waren peetouders; zij waren dus volledig op de hoogte van haar fictieve vaderschap en mannenleven.

Aan de periode met Cornelia kwam een einde toen Maria tijdens een drankgelag in een Gouds café werd herkend als vrouw. Ze was inmiddels vijftig toen ze zich wederom moest verantwoorden voor de rechtbank. Ze leefde met Cornelia ‘als susters met malkander’ en hadden nooit ‘vleeschlijke gemeenschap’ gehad. De eis was geseling, brandmerking en twaalf jaar tuchthuis. Maar ook deze keer werd ze alleen bestraft met verbanning – een gebruikelijke straf voor travestie. Hierna leefde Maria nog twaalf jaar, totdat ze op haar tweeënzestigste straatarm stierf in Breda.

Herenondergoed

Naar huidige inzichten was Maria waarschijnlijk transseksueel, maar in de medische literatuur van die tijd was het begrip onbekend. De mannen die haar verhoorden, konden alleen aan homoseksualiteit denken en vroegen daar stevig op door, omdat dit tenslotte strafbaar was. Uit alles bleek dat Maria zelf ook geregeld worstelde met haar identiteit, en dat ze zich als man het prettigst voelde. Ook toen ze na het eerste vonnis gedwongen werd om weer als vrouw te leven, hield ze onder haar rokken haar herenondergoed aan, zo vertelde ze de schepenen. Die spraken over haar tijdens de verhoren aanvankelijk met ‘hij’, wat aangeeft dat Maria mannelijk overkwam.

Maria had heel sterk het gevoel dat ze in een verkeerd lichaam was geboren. Al op de eerste pagina van haar biografie liet ze optekenen dat ze eigenlijk een zoon had moeten zijn. Op de vraag van de schepenen of ze nu een man of een vrouw was, verklaarde ze: ‘in de natuur een manspersoon, maar uiterlijk een vrouwspersoon.’

Alies Pegtel is historicus en journalist.

 

Travestietraditie 

Travestie wordt pas sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw bestudeerd. Tot de pionierende historici behoren Rudolf Dekker en Lotte van de Pol, die een lijst samenstelden met 120 vrouwen die zich in de zeventiende en achttiende eeuw als soldaat of matroos kleedden en zich bij het leger of de vloot voegden. Hoewel dat in heel Europa voorkwam, troffen ze dit gedrag het meest in Noordwest-Europa aan: vrouwen huwden hier relatief laat, hadden veel bewegingsvrijheid, en Engeland en de Republiek waren zeevarende en oorlogszuchtige landen, waar volop werk was voor ongeschoolden. In de negentiende eeuw eindigde de travestietraditie vrij abrupt. Door invoering van de burgerlijke stand en de militaire dienstplicht met medische keuring werd het voor vrouwen bijna onmogelijk om zich als man voor te doen.

Vrouwelijke piraten

De Ierse Anne Bonny en de Britse Mary Read zijn legendarische vrouwelijke piraten die in de achttiende eeuw koopvaardijschepen beroofden. De dames, die onafhankelijk van elkaar verkleed gingen als zeeman, ontmoetten elkaar toevalligerwijs aan boord van een piratenschip in de Bahama’s. De geliefde van Bonny, John Rackham, alias ‘Calico Jack’, was de kapitein; ze waren samen weggelopen. Read had een kroeg in Breda, maar na de dood van haar echtgenoot had ze zich laten inschepen als matroos Mark Read. In 1720 werd de hele piratenbemanning gevangengenomen en op Jamaica opgehangen. Bonny en Read, die beiden zwanger waren, ontsprongen de dans. Read stierf in de gevangenis, maar Bonny keerde vermoedelijk terug naar Engeland.

Anne Bonny (links) en Mary Read maken de Caraïbische Zee onveilig. Gravure uit 1724.

Meer weten: 

De Bredasche heldinne (1988) door F.L. Kersteman is een heruitgave van de origineel tekst uit 1751.

Daar was laatst een meisje loos (1981) door Rudolf Dekker en Lotte van de Pol beschrijft de rolwisseling van vrouw naar man.

Vrouwen in mannenkleren (1989) door Rudolf Dekker en Lotte van de Pol bevat namen van 120 vrouwen in de Republiek die zich als man kleedden.

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 1 - 2022