In maart 1873 verklaarde een zwarte man, Madison Hemings, een zestiger wonend in Ohio, in een lokale krant dat hij een zoon was van oud-president Thomas Jefferson (1743-1826). Volgens het verhaal was zijn moeder Sally Hemings (1773-1835), een van Jeffersons slaven. Madison gaf details over de manier waarop de vier kinderen van dit paar opgroeiden op Monticello, Jeffersons landgoed in Virginia. Volgens Madison was de relatie in 1787 in Parijs begonnen en had Sally indertijd een afspraak uit het vuur gesleept: haar kinderen zouden op 21-jarige leeftijd de vrijheid krijgen.
Deze afspraak, een ‘treaty’ zoals Madison het noemde, zou het verdere leven van de kinderen bepalen. Ze waren slaven, maar wel bijzondere slaven. Ze waren octoroons, voor zeven-achtste blank, volgens de normen in die tijd niet zwart. Toch bleven ze slaven, omdat volgens de wetgeving moeders het lot van hun kinderen bepaalden. Aangezien Sally als slaaf was geboren, gold dat ook voor haar kinderen. Maar met Jefferson als vader leefden ze een heel ander leven op Monticello dan andere slaven.

Dit artikel is exclusief voor abonnees
Het was een spicy verhaal. Het voegde details toe aan wat al breed bekend was tijdens Jeffersons presidentschap van 1801 tot 1809. In 1802 had journalist en Jefferson-tegenstander James Callender al over de verhouding geschreven om de president te beschadigen en zijn mogelijke herverkiezing in 1804 te frustreren. Maar de gemiddelde Amerikaan bleek zijn verhaal met schouderophalen te begroeten. So what, een plantagehouder die kinderen had bij een van zijn slaven? Gewoonste zaak van de wereld. In elk geval deed het niets af aan Jeffersons kwaliteiten als president. Hij werd in 1804 ruim herkozen.
In 1873 was de urgentie van Madisons verhaal minimaal. Het werd weggezet als anti-Jefferson propaganda, verkondigd door een oud-slaaf, dus per definitie onbetrouwbaar. Dat veranderde in 1998, toen DNA-onderzoek aantoonde dat Madisons broer Eston verwant was aan Thomas Jefferson. Tegenwoordig wordt algemeen aangenomen dat de president de vader was van de kinderen van Sally Hemings.
Seksuele relaties waren gebruikelijk
Thomas Jefferson was in 1784 ambassadeur van de Verenigde Staten in Parijs geworden. Toen hij er aankwam, was hij buitengewoon depressief. Hij rouwde nog om de dood, twee jaar tevoren, van zijn echtgenote Martha Wayles Skelton. Hij ontwikkelde even een diepe vriendschap met een getrouwde vrouw. Daarna vond hij warmte bij Sally Hemings, een jonge slavin in zijn huishouding. Ze werd zijn maîtresse en zou dat veertig jaar lang, tot zijn dood, blijven.


Nieuwe liefde van Jefferson
In de lente van 1786 begon Jefferson in Parijs een liefdesaffaire met een jonge, getrouwde Engelse, Maria Cosway. Uit alles blijkt dat ze aan elkaar verslingerd waren. Voor zover we weten bleef het allemaal keurig, maar heftig was het wel. Jefferson ontmoette Maria zowat elke dag, totdat haar echtgenoot, een excentrieke en charmante schilder van miniaturen, vond dat het tijd was om terug te gaan naar Londen.
Na een emotioneel afscheid schreef Jefferson haar een brief met de befaamde Dialoog tussen mijn Hoofd en mijn Hart, een combinatie van een essay en een gepijnigde liefdesbrief aan de vrouw met wie hij een toekomst droomde. Of het hoofd won of het hart is in de brief niet helemaal duidelijk, en wellicht was het dat voor Jefferson ook niet. In elk geval begreep hij daardoor dat de dood van zijn vrouw niet het einde hoefde te zijn van een leven van emoties en passie.
Het bijzondere was dat Sally een halfzus was van zijn overleden echtgenote. Jefferson had de Hemings-familie en vele tientallen andere slaven geërfd van de vader van Martha, die Sally had verwekt bij een slavin. Dit soort seksuele relaties, per definitie gebaseerd op uitbuiting, waren heel gebruikelijk op plantages. Vaders en zonen kenden weinig remmingen en brave zuidelijke echtgenotes keken de andere kant op – zelfs als de kinderen van hun slaven verdacht veel leken op andere familieleden. Hoe Sally eruitzag weten we niet, maar volgens getuigenissen hadden de vrouwen in de Hemings-familie een lichte huidskleur en waren ze bijzonder aantrekkelijk.
Sally Hemings was in 1787 als 14-jarige mee naar Parijs gekomen met Jeffersons jongste dochter Mary. De twee hadden op Monticello altijd met elkaar opgetrokken en hadden een hechte band.
In Jeffersons ambassadeurswoning vervulde Hemings aanvankelijk huishoudelijke taken, net als haar broer James. Hij was ouder en kreeg in Frankrijk op instigatie van Jefferson een opleiding tot kok. Voor beide Hemingsen gold dat ze in Frankrijk, dat de slavernij al had afgeschaft, in principe vrij waren. Ze kregen van Jefferson veel ruimte en konden in Parijs verrassend zelfstandig leven. Voor slaven die Virginia gewend waren moet een definitief verblijf in Frankrijk een aanlokkelijk perspectief zijn geweest. Sally had kunnen kiezen voor een vrij bestaan in Frankrijk, maar besloot in 1789 toch met Jefferson mee terug te gaan naar Amerika. Ze was toen al zwanger van hun eerste kind. Volgens haar zoon Madison ging ze mee omdat hij beloofde dat haar kinderen op 21-jarige leeftijd de vrijheid zouden krijgen.

De relatie Jefferson-Hemings is een van de beroemdste liaisons in de Amerikaanse geschiedenis. Niemand kan zeggen wat de verhouding tussen beiden precies behelsde, of er liefde in het spel was. Volgens velen is dat in een patroon-slaafrelatie inherent onmogelijk. Hoe dan ook was romantische liefde in de achttiende eeuw minder belangrijk; economische en praktische overwegingen gaven vaker de doorslag. Evenmin is duidelijk of het voor Jefferson belangrijk was dat Sally een halfzus was van zijn geliefde Martha. Wel weten we dat Jefferson de kinderen die hij bij Sally verwekte goed behandelde. Hij erkende hen niet formeel, maar gedroeg zich in de praktijk wel als hun vader. Voor zover ze de vroege kinderjaren overleefden, leerden ze allemaal lezen en schrijven, en soms vioolspelen – een van Jeffersons passies. Ze kregen allemaal opleidingen die hun de vaardigheden verschaften om zich in de wereld buiten Monticello te handhaven.
Wit genoeg
Hemings baarde haar eerste kind, Harriet, vrij snel na terugkeer in Amerika. Ze was toen zestien of zeventien jaar oud. Deze dochter overleed in 1795. Ook een zoon met de naam Edy of Thenia stierf jong. De vier kinderen die de volwassenheid bereikten laten zien welke mogelijkheden niet erg zwart ogende slaven hadden in het diep racistische Amerika van voor de Burgeroorlog.
William ‘Beverly’ Hemings werd geboren rond 1798. Zijn vader had zich teruggetrokken op Monticello, na een teleurstellend ministerschap, waarin hij vooral slag leverde met Alexander Hamilton, de minister van Financiën. Hij bereidde zich voor op de presidentscampagne in 1800. Beverly speelde viool, net als zijn vader. Volgens de uitvoerige administratie die Jefferson bijhield van alles wat er op zijn plantage gebeurde, zou Beverly in 1822 zijn ‘weggelopen’. Gegeven de afspraken die Sally en Jefferson hadden gemaakt, is dit waarschijnlijk niet meer dan een notitie die aangeeft dat Beverly mocht vertrekken, een stilzwijgende vrijlating. Hij was blijkbaar wit genoeg om te kunnen opgaan in de witte Amerikaanse samenleving. Zijn familie hoorde nooit meer van hem.

Harriet Hemings werd in 1801 geboren en kreeg zoals gebruikelijk was de naam van de eerste dochter, die in 1795 was overleden. Volgens getuigen kon zij net als Beverly voor wit doorgaan. Ook zij verliet Monticello rond 1822, vrij door de afspraak met Jefferson. Volgens haar broer Madison zou zij getrouwd zijn met een witte man. Net als bij Beverly werd daarna niets meer van haar vernomen. In beide gevallen was dat zo goed als vanzelfsprekend: je kon vanuit je maatschappelijke positie als witte burger bezwaarlijk op bezoek gaan bij je slavenfamilie. Anders gezegd: de prijs die je betaalde voor deelname aan de witte samenleving was het ontkennen van je familie en je afkomst. Beverly en Harriet moesten breken met de hechte Hemings-clan.
Het meest is bekend over Madison Hemings (1805-1877), de man van het interview in 1873. Hij werd vernoemd naar James Madison, Jeffersons beste vriend, de opsteller van de Amerikaanse grondwet. Madisons verhaal over de ‘afspraak’ lijkt te worden bevestigd omdat Jefferson, die overleed in 1826, in zijn testament Madison de vrijheid gaf, net als diens broer Eston (1808-1856).
Sally Hemings zelf werd kort na Jeffersons dood informeel vrijgelaten door zijn wettige dochter Martha. De laatste jaren van haar leven woonde Sally in Charlottesville, de stad vlakbij Monticello, bij Madison en Eston.
Na Sally’s dood, in 1835, verhuisde Madison Hemings naar Ohio, een vrije staat, dat wil zeggen, een staat waar slavernij niet was toegestaan. Hij werkte er als timmerman en kleine boer, trouwde met ene Mary McCoy en kreeg negen kinderen. Anders dan Beverly en Harriet identificeerde hij zich als een zwarte man.
Afhankelijk van slavernij
In zijn Notes on the State of Virginia suggereerde Jefferson dat zwarte Amerikanen inferieur waren, zowel fysiek als intellectueel. Zijn standpunt kan niet anders dan als racistisch worden omschreven. Ondertussen schreven hij en de andere Founding Fathers in de befaamde Onafhankelijkheidsverklaring ‘all men al born equal’. Ze worstelden allemaal met het probleem dat ze zich geleidelijk tegen de slavernij keerden, maar er niet vanaf konden zonder zichzelf te ruïneren. Ze konden hun plantages niet runnen zonder slaven.
In 1820, tegen het einde van zijn leven, schreef Jefferson aan een vriend: ‘We hebben de wolf bij de oren, en we kunnen hem net zo min vasthouden als hem veilig laten gaan. Gerechtigheid zit in de ene schaal, zelfbehoud in de andere.’
Ook de jongste zoon Eston Hemings werd op Monticello geboren. Hij zou volgens tijdgenoten sprekend op Thomas Jefferson geleken hebben – wat nogal opvallend moet zijn geweest, gezien diens rossige haar en lange, slungelige gestalte. Hij vertrok na zijn vrijlating naar Ohio, waar hij werkte als beroepsmusicus. Rond 1850 verhuisde Eston met zijn gezin naar Wisconsin. Hij presenteerde zichzelf van toen af aan als wit en noemde zich Eston H. Jefferson.
Troost
Hoewel Sally’s kinderen een aangenamer leven hadden dan de meeste slaven, springt vooral het contrast met Jeffersons twee witte dochters in het oog. De oudste, Martha, bracht vijf jaar door in Frankrijk, sprak vier talen en was naar buiten toe vaak de vrouw des huizes. In feite bestierde zij Monticello en trad op als First Lady toen Jefferson als president in het Witte Huis zat. In Washington kon Jefferson het zich immers niet permitteren om Sally als huisgenoot te hebben, laat staan om haar kinderen door de gangen van het Witte Huis te laten banjeren.
Zijn jongste witte dochter Mary was geboren in 1778 en trouwde met haar neef John Wayles Eppes. Ze hadden hun eigen plantage in Virginia. Behalve een aantrekkelijk uiterlijk had ze van haar moeder ook een zwakke gezondheid geërfd. Ze herstelde nooit van de geboorte van haar derde kind en overleed in 1804. Jefferson zat weken aan haar ziekbed en was opnieuw in diepe rouw. Maar hij zocht ook troost bij Sally: Madison werd in deze periode verwekt.

De officiële dochters droegen de Jefferson-naam en erfden zijn bezittingen, wat gezien Jeffersons schulden geen onverdeeld genoegen was. In de elitekringen van Virginia draaiden Martha en Mary volop mee, de Hemings uiteraard niet. In hoeverre de liefhebbende dochters konden waarderen dat hun eenzame vader steun vond bij Sally zal nooit duidelijk worden. Voor zover we weten waren de verhoudingen geprikkeld, maar duidelijk.
Thomas Jeffersons historische reputatie verandert steeds. In ieder geval kan zijn optreden het best worden geplaatst in zijn eigen tijd. Ja, hij was een slavenhouder. Ja, hij had kinderen met een vrouw die letterlijk zijn eigendom was. En nee, hij heeft die kinderen nooit publiekelijk erkend. Dat zou in zijn tijd en omgeving wel heel opmerkelijk zijn geweest. Maar dat hij consequenties verbond aan zijn vaderschap en voor hen zorgde en hen vrijliet, was meer dan menig andere plantagehouder deed.
Meer weten
- The Hemingses of Monticello (2009) door Annette Gordon-Reed over verschillende generaties.
- Founding Fathers (2026) door Frans Verhagen over de grondleggers van de Verenigde Staten.
- Thomas Jefferson (2013) door Jon Meacham is de beste biografie.
