In 1996 publiceerde de Amerikaanse politicoloog Daniel Goldhagen het boek Hitlers gewillige beulen, waarin hij beweerde dat de overgrote meerderheid van de Duitse bevolking sterk antisemitisch was en instemde met de vervolging en uitroeiing van de Joden. Hoewel deskundigen weinig heel lieten van zijn argumentatie en selectieve bewijsvoering, bestaat nog altijd het beeld dat de Duitsers misschien niet stonden te juichen bij de Shoah, maar toch wel vrij enthousiast waren over het naziregime. Want waarom zouden zij dat regime anders tot aan het bittere einde zijn blijven steunen?
Pre-order: De wederopstanding van China
- Ontdek de lange geschiedenis van de Rode Draak
- Van de Zijderoute en de Ming-dynastie tot Xi Jinping en de Chinese Droom
- Inclusief: de opiumoorlogen, de eerste vrouwelijke keizer én het verlies van Taiwan
Lees Historisch Nieuwsblad nu tijdelijk al vanaf 4,99 per maand
- Ontdek onbekende feiten en verbanden met tophistorici
- Lees & luister en krijg volledige toegang
- Papier én digitaal via de Historisch Nieuwsblad-app
De Duitse historicus Peter Longerich, die eerder biografieën schreef van Hitler, Himmler en Goebbels, stelt dat we ons niet moeten blindstaren op de propagandabeelden en de dagboeken en brieven uit die tijd. Volgens hem hebben sommige historici op basis van dat materiaal ten onrechte geconcludeerd dat het Derde Rijk een Zustimmungsdiktatur was: een dictatuur die de instemming van de meerderheid van de bevolking had, omdat het gepropageerde ideaal van een nationaal-socialistische Volksgemeinschaft door velen als aantrekkelijk werd ervaren.
Longerich ontkent niet dat de Duitse bevolking het beleid van Hitler en consorten de facto mogelijk maakte, of in ieder geval accepteerde, maar volgens hem moet deze volgzaamheid niet worden geïnterpreteerd als instemming, laat staan als enthousiasme. Op basis van duizenden rapporten van de Gestapo en de Sicherheitsdienst schetst hij een ander beeld, waarin er naast volgzaamheid ook sprake is van onvrede. In zijn optiek waren de Duitsers in meerderheid ‘onwillige volksgenoten’. De door hem bestudeerde rapporten van de geheime politie zijn al eerder door historici gebruikt, maar dan ging het vaak om deelstudies of het inkleuren van details. Longerich analyseert deze bronnen als eerste systematisch, en kijkt naar de gehele periode en alle regio’s van het Derde Rijk.
In de Stimmungs- und Lageberichten van de Gestapo en de Meldungen aus dem Reich van de SD werd vaak verwezen naar de grote aantallen burgers die meededen aan manifestaties en collectes van het regime, en naar de mate waarin zij de Hitlergroet brachten. Dit leverde doorgaans een positief beeld op. Bovendien wilden de rapporteurs aan hun superieuren graag laten zien dat ze zeer loyale nazi’s waren, zodat ze niet zelden propagandataal uitkraamden. Maar tegelijkertijd signaleerden ze ook zeer regelmatig uitingen van onvrede, kritiek, tegenwerking en sabotage. Zo werd er nogal eens geklaagd over het feit dat op allerlei openbare functies fanatieke leden van de NSDAP werden benoemd, terwijl die vaak allesbehalve capabel waren en hun macht niet zelden misbruikten.
Ook veel protestantse en katholieke gelovigen lieten zich geregeld kritisch uit over het in hun ogen onchristelijke regime, vooral toen dat psychiatrische patiënten en mensen met een verstandelijke beperking vermoordde. En tijdens de oorlog klaagden velen uiteraard over voedseltekorten en het oorlogsgevaar. Overigens was de kritiek vaak gericht op de lokale machthebbers, terwijl veel Duitsers ervan overtuigd waren dat de Führer niet op de hoogte was van alle misstanden, want anders zou hij er wel iets aan doen. Soortgelijke opmerkingen waren in de Sovjet-Unie te beluisteren over Stalin.
Longerichs conclusie dat het naziregime niet kon steunen op ‘een brede consensus onder de bevolking’ doet enigszins geforceerd aan. Het mag dan waar zijn dat de meeste mensen zich uit opportunisme of angst voor de repressie conformeerden, maar ze conformeerden zich wel. Ze stemden misschien niet allemaal van harte in met het regime, maar ze betoonden zich niettemin ‘gewillig’ om de oorlogs- en vernietigingsmachinerie draaiende te houden. Dit neemt niet weg dat het boek een schat aan informatie bevat over het dagelijks leven in het Derde Rijk.
Tot slot een waarschuwing: dit boek is allesbehalve goedkoop, maar de uitgever heeft niettemin besloten om het – overigens niet vertaalde – notenapparaat niet af te drukken, maar te verbannen naar de eigen website. Belachelijk en schandalig.
Onwillige volksgenoten. Hoe de Duitsers tegenover het naziregime stonden
Peter Longerich
558 p. Hollands Diep, € 49,99
