Home Dossiers Achttiende eeuw De Amsterdamse Wisselbank (1609-1820)

De Amsterdamse Wisselbank (1609-1820)

De Amsterdamse Wisselbank (1609-1820)
Finance: Banks.-Venetian banker of the 16th century.-Watercolour by Jan Grevenbroich (1731-1807) based on a contemporary image.

Geertje Dekkers

Historicus en journalist

Gepubliceerd op: 25 februari 2009

Update 23 augustus 2021

Cover van
Dossier Achttiende eeuw Bekijk dossier

Vierhonderd jaar geleden richtte Amsterdam zijn Wisselbank op. Deze was van groot belang voor de bloei van de handel in de Gouden Eeuw. Maar de betrouwbaarheid van de Wisselbank werd aangetast toen er leningen werden verstrekt, en de kas het geld op de rekeningen niet meer dekte.

Juni 1672: het is dringen bij de Amsterdamse Wisselbank, gevestigd in het stadhuis op de Dam. In dit Rampjaar hebben de Fransen Utrecht ingenomen – Amsterdam is in gevaar. In de paniek over de toekomst van de Republiek ontstaat een financiële crisis, en iedereen met een rekening bij de Wisselbank vraagt zich af of zijn geld er straks nog wel is. Er ontstaat een run op de bank; rekeninghouders willen massaal hun geld terug.

Het doet denken aan de situatie rond de Engelse bank Northern Rock, die in september 2007 het vertrouwen van zijn klanten kwijtraakte. In lange rijen stonden dezen te wachten om hun geld op te halen. Maar er is een belangrijk verschil tussen toen en nu. De Amsterdamse bank bleek namelijk uiterst stabiel. Er waren evenveel munten en edelmetaal in kas als de klanten in guldens op hun rekening hadden staan. Iedereen die dat wilde, kreeg zijn geld terug. Toen dat duidelijk werd, was het gedaan met de run op de bank. Het vertrouwen was hersteld.

Bedrog

De Wisselbank was in 1609 opgericht om het financiële klimaat van Amsterdam te stabiliseren. In de stad circuleerde een onoverzichtelijke hoeveelheid van honderden uiteenlopende munten. De waarde ervan was vaak onduidelijk, vooral doordat de munten sleten of werden bijgevijld, om er kleine hoeveelheden metaal vanaf te halen. Dat kon weer worden verkocht.

In Amsterdam bestond geen sterke centrale munt, en vanwege de vele buitenlandse handelaren circuleerden er meer verschillende munten dan elders. Het gebrek aan overzicht kon leiden tot inflatie, waardoor goederen in Amsterdam duurder zouden zijn dan elders. En dat was slecht voor de handel. Er was de Amsterdamse burgemeesters veel aan gelegen om die te bevorderen. Amsterdam moest hét handelscentrum worden, en daarom richtte de stad in 1609 een wisselbank op.

De bank moest de kassiers vervangen die tot 1609 de financiën van kooplieden in Amsterdam beheerden. Dat waren een soort minibanken, die rekeningen bijhielden voor handelaren, uit de stad zelf en van elders. De kassiers inden tegoeden voor hun opdrachtgevers: contant of door geld van de ene rekening naar de andere over te maken. Vanwege het gebrek aan betrouwbare munten werkten kooplieden bij voorkeur met geld op papier.

Daarnaast verstrekten de kassiers leningen, aan kooplieden die ze vertrouwden. Andersom gold dat overigens ook: een koopman moest een kassier persoonlijk vertrouwen om een rekening bij hem te openen. Geen verstandig mens deed zaken met een onbekende; het was maar afwachten of die zich aan zijn afspraken zou houden. Goede persoonlijke relaties of aanbevelingen waren noodzakelijk om zaken te doen. Een betrouwbare reputatie was alles.

Handelaren konden er helaas niet voldoende op vertrouwen dat ze goed geld van de kassiers zouden krijgen als ze contanten nodig hadden. Die betaalden het liefst uit in oude, afgesleten of gevijlde munten. Daar kwam nog bij dat er een grote behoefte was aan geldstukken van goede kwaliteit, ‘negotiepenningen’. Handelaren met goederen uit het Verre Oosten en de Baltische landen eisten betaling in deze penningen. Kassiers werden ervan beschuldigd dat ze die verzamelden en doorverkochten tegen een hogere koers. Wat overbleef op de markt was het mindere muntgeld, en dat was weer slecht voor de stabiliteit. ‘Daeronder groot bedroch is schuylende,’ zei de vroedschap in 1604 over de kassiers.

Het Amsterdamse stadsbestuur vond dat er een einde moest komen aan deze praktijken. Er kwam één wisselbank en het werd verboden als kassier te werken, om ‘alle steygeringhe ende confusie in ’t stuck van de munte te weeren’, zoals een besluit van de vroedschap van 31 januari 1609 het verwoordde. In de praktijk liep het anders. Kassiers verdwenen dus niet van de markt, maar moesten wel een groot aandeel afstaan aan de bank.

Solide

De Wisselbank was een centrale bank voor de hele stad, net zoals de Nederlandsche Bank dat nu is voor Nederland. Dat was een nieuw fenomeen. De bank stelde een centrale, waardevaste gulden in, waarmee iedereen kon rekenen. Rekeninghouders wisten dat ze goede guldens zouden krijgen als ze hun geld contant opvroegen. Daarmee verdwenen alle andere munten natuurlijk niet in één keer van de markt. Maar een gulden die op een rekening stond bij de Wisselbank, een ‘bankgulden’, was solide. Dat had te maken met het feit dat de bank officieel geen leningen verstrekte. De bank had al het geld dat op rekeningen stond ook daadwerkelijk in kas.

Kooplieden waren gewend te werken met kassiers die ze kenden, maar de bank was een anonieme instantie. Daarom stond de stad Amsterdam garant. De stad was zo rijk dat ze de bank een solide aanzien gaf. Kooplieden hadden daarom vertrouwen in de Wisselbank, die van groot belang werd voor de gigantische bloei van de handel in de Gouden Eeuw.

Rekeninghouders konden bij de Wisselbank geld van de ene naar de andere rekening laten overschrijven, ook internationaal. Internationale handelsfirma’s openden er rekeningen; veel belangrijke transacties liepen via de bank en dus via Amsterdam, dat een centrum van de geldhandel werd. Hoewel de Amsterdamse Wisselbank niet de eerste was – er was er al een in Venetië –, inspireerde het Amsterdamse succes andere steden in de Republiek om ook een wisselbank op te richten: in Middelburg (1616), Rotterdam (1621) en Delft (1621). Ook verder weg werd het voorbeeld opgevolgd: Hamburg, bijvoorbeeld, kreeg een wisselbank in 1619.

De stabiele bankgulden werd een belangrijke munt, niet alleen in Amsterdam, maar ook in de rest van de wereld. Omdat de bankgulden terugging op gewilde, grote geldstukken, lag de koers net iets hoger dan de gewone gulden. De papieren munt speelde in de internationale handel een vergelijkbare rol als de dollar in de tweede helft van de twintigste eeuw.

In 1620, bijvoorbeeld, eiste de VOC van haar afnemers betaling in bankguldens. Veel handelaren openden dan ook een rekening bij de Wisselbank. Kort na de oprichting waren er al 730 rekeningen; dat aantal zou oplopen tot ongeveer 2900 in 1720. Handelaren maakten graag gebruik van de diensten van de bank, ook al kostten die geld – een rekeninghouder betaalde om zijn geld op een rekening te mogen hebben. De Wisselbank was weinig flexibel: leningen waren officieel niet mogelijk. Toch werd de bank een succes.

Dat had er ook mee te maken dat een rekening bij de bank min of meer verplicht was. De stad had bepaald dat alle transacties van 600 gulden en meer via de bank moesten lopen – vanaf 1643 was dat 300 gulden. Maar het grote succes berustte op de grote stabiliteit van de Wisselbank: op de garantie van de stad Amsterdam en op het feit dat de bank altijd al zijn geld in kas had. Daardoor doorstond de bank grote stormen, waaronder de tulpenmanie, toen de nodige kooplieden failliet gingen, en de paniek van het Rampjaar.

Schulden

In Middelburg en Rotterdam verliep het Rampjaar minder soepel. De wisselbanken kwamen in de problemen toen rekeninghouders hun geld kwamen eisen en moesten hun betalingen opschorten. De burgemeesters van Amsterdam hadden hieruit kunnen leren hoe belangrijk hun beleid was om geen geld uit te lenen. Er bestond altijd het risico dat leningen niet werden terugbetaald, en dan zou de bank in de problemen komen als rekeninghouders geld wilden zien.

Toch begon het stadsbestuur steeds meer leningen te verschaffen: in het geheim, tegen de eigen regels in. Alle werknemers moesten hun mond houden, en deden dat ook. De rekeninghouders hadden niets in de gaten. Vooral de VOC leende veel. De cost ging voor de baet uit, dus de compagnie had behoefte aan grote sommen geld. In de loop van de achttiende eeuw leende de Wisselbank haar steeds meer. Daarnaast ging de stad Amsterdam ertoe over zelf geld uit te lenen, dat zijzelf weer had geleend van de Wisselbank.

Dat ging niet goed, en de schulden bij de bank stapelden zich op. Eind 1779 had de VOC 1,3 miljoen gulden schuld bij de bank. Vier jaar later, eind 1783, was die opgelopen tot het gigantische bedrag van 7,7 miljoen. De schuld van de stad aan de bank was toen 2,3 miljoen. Met de Republiek ging het slecht in deze jaren. Het land was zijn vooraanstaande positie in de wereld kwijt en veel Nederlanders vreesden dat het politiek en economisch ten onder ging. De Republiek verloor de Vierde Engelse Oorlog (1780-1784), en patriotse revolutionairen roerden zich om een einde te maken aan het stadhouderlijk bewind, dat volgens hen verantwoordelijk was voor alle ellende.

In dit klimaat kwamen de leningen van de Wisselbank uit. Rekeninghouders verloren hun vertrouwen en vroegen hun geld terug. De koers van de bankgulden daalde. Eind jaren 1780 was hij minder waard dan de echte gulden, en in 1791 zagen de burgemeesters zich gedwongen 6 miljoen gulden aan de bank te lenen om die te stabiliseren. Ruim tweehonderd jaar later pakt minister Bos het min of meer hetzelfde aan.

De lening van de stad hielp even en de bankgulden trok weer aan. Maar toen vielen de Fransen wéér binnen, in de winter van 1794-’95. Net als in 1672 leidde dit tot een run op de bank, maar deze keer bleken de reserves niet groot genoeg. Het was gedaan met de ooit zo machtige Wisselbank. Het zou nog tot 1820 duren voordat hij officieel werd opgeheven, maar een rol van betekenis speelde hij niet meer.

Sinds de ondergang van de Amsterdamse Wisselbank zijn er vaker grote financiële problemen ontstaan door onvoldoende gedekte leningen. In de huidige economische crisis is het niet anders. Weliswaar hebben bankiers allerlei geraffineerde constructies bedacht om de risico’s te beperken, maar risicovolle leningen kunnen nog steeds het einde betekenen van een bank. De neergang van de Wisselbank had een waarschuwing kunnen zijn.

MEER INFORMATIE
In 2009 verscheen Marius van Nieuwkerk (red.), De Wisselbank. Van stadsbank tot bank van de wereld. Over de betekenis van de Wisselbank, in Amsterdam en de rest van de wereld. De (ondergang van de) Wisselbank komt zijdelings aan de orde in J.L. van Zanden, A. van Riel en I. Cressie, The Strictures of Inheritance. The Dutch Economy in the Nineteenth Century (2004) en het alleen nog antiquarisch verkrijgbare W. Korthals Altes, De geschiedenis van de gulden. Van pond Hollands tot euro (2001).
Adam Smith ten slotte gaat in An Inquiry into the Nature And Causes of the Wealth of Nations (1776) uitgebreid in op de werking van de Amsterdamse Wisselbank. Het is dan nog niet duidelijk hoe slecht het feitelijk gesteld is met de bank; ga op de website www.adamsmith.org naar het kopje ‘Students’, en klik hieronder op ‘Adam Smith’. Klik op deze pagina op The Wealth of Nations. U komt dan terecht bij de inhoudsopgave van het boek. Om bij de juiste pagina te komen, klikt u onder ‘Book four’ op ‘Chapter 3, part 1 – Of the Unreasonableness of those Restraints even upon the Principles of the Commercial System’.

Nieuwste berichten

Count Binface wordt geïnterviewd voor de verkiezingen in Clacton-On-Sea, 29 juli 2026.
Count Binface wordt geïnterviewd voor de verkiezingen in Clacton-On-Sea, 29 juli 2026.
Artikel

De eerste parodiepartij ontstond in een Tsjechische kroeg

Bij de tussenverkiezing in het Britse Clacton-on-Sea werd de rechts-populistische Reform UK-leider Nigel Farage uitgedaagd door Count Binface. Deze buitenaardse graaf met een vuilnisbak over zijn hoofd, een project van komiek Jon Harvey, drijft de spot met de Britse politiek. In 1911 deed de Tsjechische schrijver Jaroslav Hašek, die later beroemd werd met zijn verhalen...

Lees meer
Tijdens een protest in Toulouse roept BDS op tot een boycot van Israël, september 2025
Tijdens een protest in Toulouse roept BDS op tot een boycot van Israël, september 2025
Interview

Boycots hebben minder kans van slagen, zegt historicus

Pro-Palestijnse activisten hopen met boycots de internationale steun voor Israël onder druk te zetten. De Amerikaanse historicus Emily Twarog onderzoekt de geschiedenis van boycots. ‘Doordat we bijna alles online bestellen, is de fysieke ruimte die activisten nodig hebben verdwenen.’ Coca-Cola, Carrefour en Zara hebben op het eerste gezicht weinig overeenkomsten. Maar alle drie staan ze...

Lees meer
Tienduizenden Marokkanen proberen bij Ceuta de grens over te steken.
Tienduizenden Marokkanen proberen bij Ceuta de grens over te steken.
Interview

Spanje wilde Ceuta niet afstaan als het Gibraltar niet kreeg

Tienduizenden Marokkaanse jongeren staken massaal de grens over bij de Spaanse exclave Ceuta. Paolo De Mas, voormalig directeur van het Nederlands Instituut Marokko, legt uit hoe Ceuta eeuwen geleden in Spaanse handen kwam en bleef. ‘Voor Marokko is Ceuta een handzaam middel om pijnlijke politieke druk uit te oefenen op Spanje.’ Na nepnieuws en oproepen...

Lees meer
Soldaten bestormen het strand van Normandië in Pressure.
Soldaten bestormen het strand van Normandië in Pressure.
Artikel

Meteorologen ruziën over D-Day in film ‘Pressure’

Weersvoorspelling een saai onderwerp? Niet als het verloop van een oorlog ervan afhangt. Het op feiten gebaseerde Pressure toont de hoogoplopende ruzie tussen geallieerde meteorologen over de verwachting voor D-Day. Bedolven onder tegenstrijdige adviezen moet opperbevelhebber Dwight Eisenhower beslissen over de invasiedatum. Als D-Day een maand eerder was gepland, waren meteorologen het volstrekt met elkaar...

Lees meer
Loginmenu afsluiten