Winton was een zoon van naar Engeland geëmigreerde Duits-Joodse ouders. Hij werd een succesvolle beurshandelaar, wat een socialistische overtuiging niet in de weg zat. Toen na de Duitse annexatie van Sudetenland in 1938 Praag overstroomd werd met vluchtelingen, stelde Winton een Joodse hulporganisatie voor om Joodse kinderen bij Engelse adoptieouders onder te brengen. Er waren veel bureaucratische barrières, met als groot struikelblok de Nederlandse weigering om Joodse vluchtelingen op Nederlands grondgebied toe te laten. Daardoor zouden de kinderen niet via Nederland naar Engeland kunnen reizen. Pas na de garantie van de Britse autoriteiten dat er geen kinderen in Nederland zouden achterblijven, mochten ze voor de overtocht per trein naar Hoek van Holland reizen.
De film verzwijgt deze Nederlandse historische schandvlek niet. In One Life blikt Winton als oude man terug op de reddingsoperatie, waarbij hij vooral gekweld wordt door de mislukte laatste treinreis. De trein met 250 kinderen zou op 1 september 1939 vertrekken, maar op die dag sloot het net door de Duitse inval van Polen. Van deze kinderen overleefden slechts twee de oorlog. Gruwelijk, maar One Life laat vooral zien dat één mens het verschil kan maken.

