In de zestiende eeuw gebruikten Leidenaren 532 Franse leenwoorden voor de eerste keer. Daarna daalde het aantal nieuwe introducties gestaag, tot enkele tientallen in de negentiende eeuw. Het daadwerkelijke gebruik van die woorden had een ander verloop: dat piekte in de eerste helft van de negentiende eeuw.
Assendelft keek ook naar Franse achtervoegsels die aan Nederlandse woorden werden geplakt, zoals ‘-age’ (als in: ‘lekkage’), ‘-eren’ (als in: ‘halveren’) en ‘-eel’ (‘universeel’). Ook daarvan piekte het gebruik in de eerste helft van de achttiende eeuw.
