Home Nederland bouwde de hoogovens van Tata Steel in de jaren twintig

Nederland bouwde de hoogovens van Tata Steel in de jaren twintig

  • Gepubliceerd op: 09 apr 2025
  • Update 24 okt 2025
  • Auteur:
    Jonas Penning de Vries
Hoogovens in aanbouw, 1923.

De toekomst van Tata Steel is onzeker. De hoogovens bij IJmuiden werden ooit gebouwd om ‘strategisch onafhankelijk’ te zijn op het gebied van staal. Door de Eerste Wereldoorlog kon het metaal niet meer uit Duitsland en Engeland komen.

Aan het begin van de twintigste eeuw draaide de Nederlandse economie voor een groot deel op buitenlandse handel, net als nu. Hier kwam na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog verandering in. Handelsschepen konden niet aanmeren vanwege de Engelse zeeblokkade en de Duitse onderzeebotendreiging.

Meer historische context bij het nieuws van vandaag?

Meld u aan voor de gratis nieuwsbrief van Historisch Nieuwsblad.
Ontvang historische artikelen, nieuws, boekrecensies en aanbiedingen wekelijks gratis in uw inbox.

In de metaalsector werd de oorlog sterk gevoeld. Nederland produceerde zelf geen ruwijzer, maar importeerde dit uit Engeland, Duitsland, Frankrijk en België. Deze landen hadden het staal nu zelf nodig voor de oorlogsproductie, of konden simpelweg niet leveren vanwege de blokkades.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel leest u historische achtergronden bij het nieuws van vandaag. U heeft al een abonnement voor €4,99 per maand.

Beste locatie

Om niet langer afhankelijk te zijn van andere producenten werd onder leiding van de voormalige directeur van de Nederlandse Staatsmijnen Henri Wenkebach een plan bedacht om een Nederlands hoogovenbedrijf te op te zetten. Hij had zijn organisatorisch talent al eens bewezen: ondanks een gebrek aan ervaring als mijnbouwingenieur wist hij de Staatsmijnen succesvol te runnen. Met een stel compagnons en steun van de staat wilde hij nu een volledig Nederlands staalbedrijf op poten zetten. Van het smelten van ijzererts tot het walsen van stalen platen, alles moest in eigen land gebeuren.

Eerst moest er worden gezocht naar een geschikte locatie. In de jaren voor de Eerste Wereldoorlog was het gebruikelijk geweest om hoogovens bij aangrenzende kolenvelden te bouwen, zodat het transport van steenkool (de brandstof voor de ovens) niet te prijzig zou zijn. Maar door technologische vernieuwingen was het nu mogelijk om hoogovens efficiënter op te stoken: er was minder steenkool nodig om de juiste temperaturen te bereiken. Het werd rendabel om kolen te importeren, dus hoefde een hoogoven niet meer naast een kolenveld te liggen. Dat betekende dat de initiatiefnemers bij het bepalen van de locatie van de hoogovens  vooral keken naar de exportmogelijkheden. Zo kwamen ze uit bij hoogovens aan zee.

Hoogovens in aanbouw, 1923.
De hoogovens in aanbouw, 1923.

Wenkebach overwoog eerst Rotterdam als locatie, maar daar was de ondergrond te zwak om zware fabrieken te bouwen. Bij IJmuiden was er wel geschikte grond, en bovendien toegang tot het Noordzeekanaal. Erts kon daardoor makkelijk worden geïmporteerd, en staalproducten worden geëxporteerd. De keuze voor IJmuiden was daardoor snel gemaakt.

Staal voor een nieuwe oorlog

Na de oorlog ging de wereldeconomie weer van het slot, maar dat was geen gunstige ontwikkeling voor de kersverse Koninklijke Nederlandsche Hoogovens. Engeland en Duitsland, de vroegere leveranciers van staal, waren nu concurrenten op de wereldmarkt geworden. Bovendien was de staalproductie na de oorlog bijna gehalveerd en had er in de hele staalindustrie een grootschalige schaalvergroting plaatsgevonden, die extra investeringen noodzakelijk maakte om de hoogovens rendabel te maken. De plannen werden daarom omgegooid.

In plaats van de bouw van een staalwalserij zou Koninklijke Hoogovens zich volledig richten op het produceren van ruwijzer; in het bijzonder ruwijzer met een laag fosforgehalte, waar metaal van kon worden gemaakt dat extra bestand was tegen plotselinge druk en klappen. Met andere woorden: staal dat geschikt was voor het maken van pantserplaten voor een nieuwe oorlog.

In 1924 werden de ovens in IJmuiden eindelijk opgestart, terwijl er in Nederland zelf op dat moment geen vraag was naar het speciale ruwijzer. De vertegenwoordigers van de Koninklijke Hoogovens moesten per fiets en trein het land door om hun product aan de man te brengen. Toen de economische crisis van de jaren dertig aanbrak, verkeerde Hoogovens in zwaar weer, maar ook toen ging de productie stug door. Een tijdlang waren de Koninklijke Hoogovens, zelfs tijdens de crisisjaren, de grootste producent van ruwijzer ter wereld. Ondanks tegenslagen, en zonder het oorspronkelijke doel te bereiken van een volledige, compleet autonome staalproductieketen in Nederland, werden de hoogovens toch een economisch succes.

Na de Tweede Wereldoorlog breidde het bedrijf gestaag uit, met nieuwe hoogovens en meer smelterijen. In 1972 fuseerde de Koninklijke Hoogovens met het Duitse bedrijf Hoesch, waarna het bedrijf tien jaar standhield. Het idee hierachter was dat de ovens in IJmuiden ruwijzer zouden leveren voor verdere verwerking in Dortmund, maar door de staalcrisis van de jaren zeventig werd uiteindelijk de stekker uit de samenwerking getrokken.

Bij Hoogovens vonden door de crisis ook meerdere ontslagen plaats, maar stakingen bleven uit. In 1999 fuseerde het bedrijf met British Steel en werd het onder de nieuwe naam Corus de op twee na grootste staalproducent ter wereld. In 2007 kwamen de hoogovens in handen van Tata Steel. De Britse en Nederlandse afdelingen werden in 2021 opgedeeld in Tata Steel UK en Tata Steel Nederland.

Meer weten:

  • Door staal gedreven. Van Hoogovens tot Tata Steel 1918-2018 door Bram Bouwens en Joost Dankers.

Nieuwste berichten

Sibrandus Stratingh
Sibrandus Stratingh
Artikel

Elektra stuwde Nederland op in de vaart der volkeren

De elektromotor is van cruciale betekenis geweest voor de industriële ontwikkeling in Nederland. De machine heeft een blijvende stempel gedrukt op een economie die zijn kracht vooral dankt aan het midden- en kleinbedrijf, en minder − zoals in de ons omringende landen − aan grote industriële ondernemingen.   De industrialisatie in Nederland kwam gedurende de negentiende eeuw traag...

Lees meer
Memorial bij een residential school in Canada, 2001
Memorial bij een residential school in Canada, 2001
Artikel

Kostscholen voor inheemse kinderen zijn een schandvlek voor Canada

Meer dan een eeuw lang moesten inheemse kinderen in Canada naar speciale kostscholen om tot ‘echte’ Canadezen te assimileren. Lijfstraffen, honger en kinderarbeid waren er aan de orde van de dag. Nog regelmatig volgen onthullingen over de manier waarop de kinderen zijn behandeld. Dat staat een verzoening met de inheemse bevolking in de weg. Op...

Lees meer
Michiel de Ruyter sterft op zee.
Michiel de Ruyter sterft op zee.
Interview

‘Michiel de Ruyters laatste dagen moeten verschrikkelijk zijn geweest’

Admiraal Michiel de Ruyter overleed 350 jaar geleden aan verwondingen die hij opliep tijdens de Zeeslag bij de Etna. Daar leidde hij een Nederlands-Spaanse vloot in de strijd tegen de Fransen. In 1676, het laatste levensjaar van Michiel Adriaenszoon de Ruyter reconstrueert conservator van het Marinemuseum Graddy Boven de aanloop naar die slag en De Ruyters laatste maanden.  Waarom vond de Zeeslag bij de Etna plaats?   ‘Sicilië was in 1676 Spaans...

Lees meer
Jesse Jackson is in tranen als CNN voorspelt dat Obama de verkiezingen gaat winnen
Jesse Jackson is in tranen als CNN voorspelt dat Obama de verkiezingen gaat winnen
Artikel

Zwarte activist Jesse Jackson plaveide de weg voor Obama

De Amerikaanse burgerrechtenactivist Jesse Jackson is op 84-jarige leeftijd overleden. Hij heeft grote politieke betekenis gehad voor de zwarte gemeenschap in zijn land. V­óór Barack Obama was er Jesse Jackson. Als jonge correspondent maakte ik op 3 november 1983 mee hoe Jackson zich voor het eerst kandidaat stelde voor het presidentschap. Hij deed dat in...

Lees meer
Loginmenu afsluiten