Home ‘Oekraïne maakt het verleden politiek’

‘Oekraïne maakt het verleden politiek’

De Oekraïense regering gebruikt in het verzet tegen de Russische indringers de geschiedenis als wapen. De officiële versie van het verleden is nationalistisch en laat weinig ruimte voor afwijkende interpretaties en debat. Daarover maakt de Oekraïense historicus Georgiy Kasianov zich zorgen. ‘Het is moeilijk om iets kritisch te schrijven.’

Een verhongerde man op straat tijdens de Holodomor. Charkiv, 1932.
Een verhongerde man op straat tijdens de Holodomor. Charkiv, 1932.

Jurgen Tiekstra

Onderzoeksjournalist

Gepubliceerd op: 10 oktober 2026

Update 2 oktober 2026

In zijn thuisland Oekraïne is hij formeel met pensioen: de gerenommeerde historicus Georgiy Kasianov. Maar hij zet zijn onderzoekswerk naar de herinneringspolitiek in Oekraïne en Rusland voort aan de Maria Curie-Skłodowska Universiteit in Lublin, Polen. Voorlopig blijft hij daar, ondanks dat twee zonen van hem vechten in het Oekraïense leger.

Kasianov heeft net een boek afgerond over de herinneringspolitiek rond de Holodomor – de vernietigende hongersnood in de toenmalige Sovjetrepubliek Oekraïne, een gevolg van het despotisme van dictator Stalin. Het verhaal van de Oekraïense staat is dat deze hongersnood welbewust gericht werd tegen het Oekraïense volk en daarom een genocide was. Onder academische historici bestaat echter geen consensus hierover.

Opvallend aan Kasianov is dat hij volkomen openhartig, zelfs met een zekere ingehouden humor, praat over hoe in het huidige Oekraïne geschiedschrijving is verworden tot een politiek instrument. Opgegroeid in de Sovjet-Unie, beleeft hij een ‘déjà vu’, zegt hij zelfs. In de communistische heilstaat waarin hij groot werd, was de geschiedenis doordesemd met ideologie. Iets vergelijkbaars gebeurt weer. Niet alleen in Oekraïne en vanzelfsprekend ook Rusland. Nee, het lijkt een globaal fenomeen geworden, ook te zien in bijvoorbeeld de Verenigde Staten.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van nu. Je leest al voor €4,99 per maand.

Is uw academische onderzoek naar herinneringspolitiek nog altijd mogelijk in Oekraïne?

Kasianov: ‘In 2007 hield ik in Leipzig een presentatie over de herinneringspolitiek rond de Holodomor. Dat was op het toppunt van de campagne van Oekraïne voor de erkenning ervan. Een van de Westerse deelnemers benaderde me na afloop en vroeg: “Ben je niet bang om dit soort dingen te zeggen? Je gaat in tegen de stroom.” Ik zei: “Ik leef in een democratisch en pluralistisch land, waarom zou ik bang zijn?”

Volodymyr Zelensky en zijn vrouw Olena Zelenska bij de Holodomor-herdenking in Kyiv, 23 november 2024.
Volodymyr Zelensky en zijn vrouw Olena Zelenska bij de Holodomor-herdenking in Kyiv, 23 november 2024.

Nú zou ik dat antwoord niet meer geven. Een vriend van mij, Oleksiy Tolochko, een fantastische historicus, heeft gezegd dat geschiedschrijving in Oekraïne voorbij is als intellectuele onderneming. De instelling in Kyiv waar ik 37 jaar voor heb gewerkt, het Instituut voor Geschiedenis van Oekraïne, doet nu vooral dienst als propaganda-instrument. De onderzoekers doen wat ze moeten doen: landen die in oorlog zijn, moeten contrapropaganda bedrijven. Wanneer een land in staat van oorlog is, mobiliseert ze alles waarover ze beschikt; ook ideologische middelen. Helaas gaat dat ten koste van de analytische geschiedschrijving.’

Wat was er zo controversieel aan uw lezing?

‘Die ging niet over de Holodomor zelf, maar over de plek van die gebeurtenis in de herinneringspolitiek. De grap is dat ik in de jaren tachtig en negentig een van degenen was die de Holodomor, zogezegd, ontdekt hebben en het beeld naar voren brachten van de hongersnood als een genocide.

In het midden van de jaren 2000 zag ik dat een paar collega’s betrokken raakten bij het voorbereiden van documenten voor volksvertegenwoordigers in de Verkhovna Rada, het Oekraïense parlement: dat zou gaan stemmen over een herinneringswet, die de officiële interpretatie van de Holodomor als een genocide vastlegde. Hierover was controverse tussen enerzijds de zogenaamde nationaal-democraten en anderzijds de Partij van de Regio’s en de communisten. Er vonden verhitte debatten plaats, maar de wet kwam erdoor.

Later had ik een gesprek met een van de historici die had meegewerkt, en ik vertelde hem dat er in het vakgebied nog discussie gaande is: wás het wel een genocide? Mijn collega antwoordde: “Wat voor discussie is er nog mogelijk? We hebben nu een wet, die zegt dat de Holodomor een genocide was.” Dat verbaasde me enorm. En daarover sprak ik in Leipzig: als een parlement de historische waarheid bepaalt, is er geen wetenschap meer.

De kernthese van de genocideleer is dat er een intentie moet zijn geweest, maar er is geen documentair bewijs dat de hongersnood intentioneel georganiseerd is. De hongersnood van 1932-33 was verschrikkelijk en raakte meerdere regio’s: de zwarte-aardegebieden in Rusland, in Oekraïne, in de noordelijke Kaukasus en in Kazachstan. In Kazachstan zat het net anders: daar leefde een nomadische bevolking, die de Sovjets wilden groeperen in collectieve boerderijen. Als gevolg daarvan vertrokken honderdduizenden mensen uit Kazachstan, of stierven omdat hun manier van produceren niet paste bij collectieve boerderijen. Oekraïne verloor 11 tot 12 procent van de bevolking aan de hongersnood, Kazachstan verloor bijna de helft.

Het interessante is dat Oekraïne de Holodomor aanhoudend op een internationaal niveau heeft gepolitiseerd, wat ertoe geleid heeft dat ongeveer 35 parlementen de hongersnood erkennen als een genocide. Maar Oekraïne zelf erkent niet de Armeense genocide van 1915. Alle oproepen daartoe van Armenië en de Armeense gemeenschap in Oekraïne worden verworpen. Dat is een paradoxale situatie. Oekraïne wil zijn relatie met Turkije en Azerbeidzjan niet bederven. Ook Duitsland erkende de Armeense genocide pas in 2016, en de Verenigde Staten in 2019.

Verhongerde man op straat tijdens de Holodomor
Verhongerde man op straat tijdens de Holodomor

De campagne voor de erkenning van de Holodomor ontstond in de jaren tachtig in de Oekraïense diaspora, op een golf van anticommunisme. Daarna werd het overgenomen door de nieuwgeboren staat Oekraïne, door de eerste president Kravtsjoek. Hijzelf was in 1986 nog het hoofd geweest van het ideologische departement van het Centrale Comité van de Communistische Partij in Oekraïne, en zat middenin de zogenaamde ‘antipropaganda’-maatregelen tegen de Holodomor-campagne: hij gaf toen instructies aan historici. Juist onder zijn presidentschap is daarna de Holodomor een ideologisch onderdeel geworden van de opbouw van een nieuwe staat. Zijn opvolger, president Koetsjma, heeft die politiek doorgezet. De latere president Joesjenko perfectioneerde dat: hij plaatste de Holodomor in het centrum van zijn herinneringspolitiek, en gebruikte die ook om zijn politieke tegenstanders onder druk te zetten. Tijdens het debat over de Holodomor werden zij weggezet als pro-Russisch.’

In hoeverre is er in Oekraïne nog ruimte voor uw historisch onderzoek?

‘Het strafrecht bevat een wetsartikel dat gebruikt zou kunnen worden tegen historici die iets schrijven wat de machthebbers niet gepast vinden. Artikel 436.1 verbiedt het verspreiden van propaganda en symbolen van het communisme en nazisme. Ik heb 307 rechtszaken onderzocht, en er waren twee of drie veroordelingen voor de verspreiding van nazisymbolen. Dat ging om kleine zaken, zoals een laagopgeleide vent die een SS-Panzerdivision-shirt had gekocht. Meer dan 300 rechtszaken betroffen communistische symbolen. In die strafzaken kom je geen historici of journalisten tegen, maar gewoon mensen die bijvoorbeeld een post op sociale media hebben geliket. Toch denk ik dat dit strafrechtartikel een potentiële dreiging is voor historici.

Een communiste ruziet met een politieagent tijdens een bijeenkomst van de Communistische Partij in Kyiv, 1 mei 2015. Op 9 april stemde het Oekraïense parlement voor een verbod op communistische propaganda en symbolen.
Een communiste ruziet met een politieagent tijdens een bijeenkomst van de Communistische Partij in Kyiv, 1 mei 2015. Op 9 april stemde het Oekraïense parlement voor een verbod op communistische propaganda en symbolen.

Datzelfde artikel bevat nog een tweede lid, over een verbod op het rechtvaardigen van de Russische agressie. Het kan zijn dat je iets op een sociaal netwerk schrijft en beschuldigd wordt van het goedpraten van de Russische agressie. Er zijn al veroordelingen geweest, maar ik heb geen uitspraken gezien die bijvoorbeeld journalisten of opiniemakers hebben geraakt.

Maar als we even voorbijgaan aan het strafrecht: ik kon een artikel over herinneringspolitiek publiceren in het lokale academische tijdschrift Intermarum. Het artikel ging over het mondiale fenomeen dat staten en staatshoofden een revisie van het officiële historische narratief beschouwen als een existentiële bedreiging van hun identiteit. Toen het artikel was geredigeerd en ik het terugkreeg, zag ik dat alle Russische persoonsnamen en geografische verwijzingen met een kleine letter waren herschreven. Ik kwam erachter dat er een Oekraïense staatscommissie is die gezegd heeft dat dit een optie is.

Natuurlijk begrijp ik de emoties als de vijand aan de poorten staat, maar als je je eigen taal verkracht omwille van een gevecht tegen het kwaad, wat is dan het verschil nog tussen jou en de vijand? Dus ik heb de betreffende zinnen herschreven, en als ik het over bijvoorbeeld “Poetin” of ‘Rusland”“Rusland” had, heb ik die namen aan het begin van de zin geplaatst zodat ze automatisch een hoofdletter kregen. Wat dit tijdschrift ook deed, was alle verwijzingen schrappen naar Russische bronnen. In mijn artikel staan dus citaten, maar zonder voetnoot. Dat gaat in tegen alle basale academische regels.

De sfeer in Oekraïne is dus niet gunstig voor visies die beschouwd worden als afwijkend of schadelijk voor de officiële versie van de geschiedenis. Die officiële versie is meer en meer etnocentrisch. Het is bijvoorbeeld moeilijk iets kritisch te schrijven over de Organisatie van Oekraïense Nationalisten (OOeN), die nu onderdeel is geworden van de officiële ideologie. (De OOeN is een nationalistische groepering die vanwege haar streven naar Oekraïense onafhankelijkheid samenwerkte met de nazi’s, betrokken was bij pogroms, evenals bij de etnische zuiveringen van Polen in het hedendaagse West-Oekraïense gebied Wolynië, red.).

Het ironische is dat de politici die de OOeN nu promoten, nagenoeg niks weten over deze organisatie. Ze weten niet dat de OOeN van het begin af voorstander was van een totalitair Oekraïne, een één-partijregime met een Führer-principe. Het diplomatieke schandaal eerder dit jaar tussen Oekraïne en Polen, doordat Zelenski een militair detachement wil laten vernoemen naar helden van de OePA (de militaire tak van de OOeN, red.), gaat exact hierom: incompetentie. Het is onduidelijk om welke legereenheid het gaat die gevraagd heeft om deze vernoeming, maar het zal een eenheid zijn met radicale nationalisten. Er zitten nationalisten en neonazi’s in het Oekraïense leger, al is dat niet structureel. Het is gewoon zo dat er een aantal radicaal-nationalistische eenheden is voor wie het een tweede natuur is om tegen Rusland te vechten. Dat doen ze ook effectief.

Ultranationalisten herdenken de oprichting van het Oekraïense Opstandelingenleger (OePA). Kyiv, 14 oktober 2013.
Ultranationalisten herdenken de oprichting van het Oekraïense Opstandelingenleger (OePA). Kyiv, 14 oktober 2013.

Maar als het gaat om dit soort symbolische gebaren als het vernoemen van legereenheden… Mensen hebben natuurlijk gelijk dat Oekraïne zelf mag bepalen wat het doet. Maar allereerst: president Zelenski vertegenwoordigt niet alle gezichtspunten in Oekraïne. En ten tweede: Zelenski is op dit punt volkomen ongeletterd. Hij neemt beslissingen die zijn imago als liberaal ondermijnen. Die vernoeming vergiftigt onze relatie met vooral Polen. Wat zich nu afspeelt, is absoluut absurd.’

U was ondertekenaar van een open brief die steun uitsprak voor de Oekraïense Holocaustonderzoekster Marta Havryshko. Zij zegt bedreigd te worden en werkt nu in de Verenigde Staten.

‘Ja, ik weet het. Ik ben geen fan van Marta’s stijl en de vorm waarin ze haar gedachten presenteert, waarbij ze de neonazi’s in het Oekraïense leger gelijkt stelt met het hele leger. Ik heb zelf twee zonen in het leger, dus dat klopt absoluut niet. In werkelijkheid zijn de eenheden die neonazi’s bevatten in ideologisch opzicht geïsoleerd.

Maar waar ik me tegen moet verzetten is dat neonazi’s en ultranationalisten zich vrij voelen in Oekraïne. Dat is niet pas begonnen met de oorlog in 2022, maar volgens mij al na 2014. Het conflict met Rusland is daar zeker een stimulans voor. Aanvankelijk had ik de open brief zelf niet ondertekend, maar toen ik de persoonlijke bedreigingen zag, ook van haar kinderen, heb ik besloten dat wel te doen.’

Aan het begin van 2014 vond in Kyiv de Maidan-revolutie plaats. Als je de academische studie Ukraine’s Unnamed War van onderzoekers Dominique Arel en Jesse Driscoll leest, krijg je niet de indruk dat dit een zuiver democratische omwenteling was. De gevluchte president Janoekovitsj was rechtmatig verkozen. Ook hebben demonstranten grof geweld gebruikt. Dat is een ongemakkelijke kant van het verhaal.

‘Allereerst: de gebeurtenis is gesacraliseerd. Ken je de term “de Hemelse Honderd”? Sowieso zijn er meer dan honderd doden gevallen, maar sommige slachtoffers zijn niet in die lijst opgenomen omdat ze bijvoorbeeld niet omkwamen op de Maidan zelf. Ik woonde destijds in Kyiv op de linkeroever en ken het verhaal van een man die vlakbij mijn huis is doodgeslagen. Nu heb je in Kyiv het Museum van de Maidan en het Museum van de Hemelse Honderd, en is de Institutskalaan veranderd in een soort heilige plek, met zelfs een kleine kerk.

Stel je voor dat je naar een kerk gaat die gewijd is aan een heilige en je zegt: “Waarschijnlijk gaat het hier om een mythe, waarschijnlijk heeft deze persoon nooit bestaan.” Of er zijn relikwieën met lichaamsdelen van de heilige die wel in 200 kerken worden tentoongesteld, waardoor de heilige drie of vier handen moet hebben gehad, en veertig vingers.

Parlementslid Ivanna Klympush-Tsintsadze legt bloemen bij het monument voor de Hemelse Honderd. Kyiv, 20 februari 2026.
Parlementslid Ivanna Klympush-Tsintsadze legt bloemen bij het monument voor de Hemelse Honderd. Kyiv, 20 februari 2026.

Stel je nu voor dat je naar het Museum van de Maidan gaat en zegt: “De revolutie was waarschijnlijk niet volkomen democratisch, en er waren rechtse groeperingen die machinegeweren hadden en opzettelijk een fysieke confrontatie met de oproerpolitie uitlokten.” Zo’n drie of vier jaar geleden heeft ene Ivan Bubentsjik gezegd in een interview met een journalist dat hij een kalasjnikov had en op politie heeft geschoten.

Mijn voormalige baas, die het hoofd was van de Soros Foundation in Oekraïne, bracht in die tijd een bezoek aan het Maidan-hoofdkwartier in het vakbondsgebouw. Dat was begin december 2013. Hij vertelde mij daarna dat de mensen daar klaar waren voor grootschalig geweld en dat ze wapens hadden. Hij noemde jachtgeweren, die in Oekraïne vrij normaal zijn. De samenstelling van de demonstranten was erg heterogeen. Maar toegegeven moet worden dat de rechtse groeperingen het best georganiseerd waren, en voortdurend provocatief geweld gebruikten.

Ook belangrijk was het grote portret van Stefan Bandera (de omstreden OOeN-leider tijdens de Tweede Wereldoorlog) dat al op de Maidan stond sinds, volgens mij, begin december 2013. Het stond naast het podium op het plein en is daar neergezet door het Congres van Oekraïense Nationalisten.’

Kan de huidige omgang met de geschiedenis blijvende schade in de Oekraïense samenleving aanrichten?

‘Ja. Het effect is nu al zichtbaar. Sommige boeken kunnen in Oekraïne niet circuleren. Zoals de roman van Jonathan Littell, De Welwillenden uit 2006 (daarin komt de massamoord op Joden door nazi’s bij het ravijn van Babi Jar in Kyiv, red.). Sommige Oekraïners worden er niet rooskleurig in beschreven. Littell weigerde de vertaling van zijn boek omdat de Oekraïense uitgever in een nawoord “uitleg” wilde laten geven van wat de Oekraïense hulppolitie heeft gedaan. Een ander voorbeeld is de Russische vertaling van het boek van historicus Anthony Beevor over de slag bij Stalingrad, waarin hij de massamoord bij Bila Tserkva beschrijft waarbij Oekraïense hulppolitie bij de executies assisteerde. Verder heb je bijvoorbeeld de speelfilm Volhynia uit 2016 van de Poolse filmmaker Wojciech Smarzowski. Die film (over de etnische zuiveringen in Wolynië, red.) mocht niet in Oekraïense bioscopen worden vertoond.’

Bent u nooit bang dat uw eigen kritische historische werk misbruikt wordt door de vijanden van Oekraïne?

‘Oppenheimer had hetzelfde dilemma toen hij aan de atoombom werkte: wie zou dat wapen gebruiken? Desondanks deed hij het. Ik voel me zeker niet verantwoordelijk voor hoe mijn werk gebruikt wordt door andere partijen. Het is mijn taak om op te schrijven wat de waarheid genoemd zou kunnen worden, en ik doe dat aan de hand van professionele voorschriften, met zekere regels en gebruiken die tot op bepaalde hoogte zullen garanderen dat ik dicht bij de waarheid kom. Het is ook een kwestie van de cultuur in een samenleving: als mensen het vermogen hebben om kritisch te denken, dan zullen ze onderscheid kunnen maken tussen de waarheid en het misbruik van die waarheid.’

Georgiy Kasianov

(1961) is geboren in Tsjeljabinsk, Rusland, en studeerde geschiedenis in Kyiv. Daarna doceerde hij onder meer aan de universiteiten van Cambridge, Harvard en Berlijn (Freie Universität). Van 2003 tot 2021 was hij afdelingshoofd bij het Instituut voor Geschiedenis van Oekraïne in Kyiv. Momenteel is Kasianov verbonden aan de Maria Curie-Skłodowska Universiteit in Lublin. In 2022 publiceerde hij het boek Memory Crash: Politics of History in and around Ukraine, 1980s-2010s

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 10 - 2026

Meer interviews

Andrea Wulf
Andrea Wulf
Interview

Racist zijn is een keuze, zegt historicus Andrea Wulf

De Britse historicus Andrea Wulf geeft een vergeten outsider zijn plaats terug in de geschiedenis. Een man die meer verlicht was dan de veel bekendere Verlichtingsdenkers van zijn tijd. ‘George Forster was in staat de ketenen van de vooroordelen te breken.’ Op 31 december 1793, vierenhalf jaar na de bestorming van de Bastille, werd in...

Lees meer
Lacrosse bij de Choctaw. Schilderij door George Catlin, circa 1846-1850.
Lacrosse bij de Choctaw. Schilderij door George Catlin, circa 1846-1850.
Interview

‘Oorlog diende om wraak te nemen’

Sinds wanneer voert de mensheid oorlog? En waarom eigenlijk? De Franse sociaal antropoloog Christophe Darmangeat zet dat op een rij in zijn boek Casus belli. ‘Jager-verzamelaars voerden al vernietigingsoorlogen.’ Wie denkt dat oorlog een simpel fenomeen is – twee groepen of landen die elkaar met wapens te lijf gaan om de ander uit te schakelen...

Lees meer
Anton Mussert met zijn vrouw Rie tijdens een Hagespraak in Lunteren, 22 juni 1940.
Anton Mussert met zijn vrouw Rie tijdens een Hagespraak in Lunteren, 22 juni 1940.
Interview

Auke Kok: ‘Mussert had je buurman kunnen zijn’

Hij was eerzuchtig, brutaal en zonder empathie. Maar ook getalenteerd, dapper en eigenlijk best charismatisch. Anton Mussert krijgt van zijn biograaf Auke Kok een menselijk gezicht. ‘Ik heb de indruk dat zijn vader altijd over zijn schouder meekeek.’ Het begon met dozen vol brieven en ander persoonlijk materiaal van Anton Mussert. Ze lagen al jaren...

Lees meer
Koen Ottenheym
Koen Ottenheym
Interview

‘Machthebbers schepten op over hun Romeinse verleden’

Reizend langs de limes, de grenzen van het Romeinse Rijk, onderzocht hoogleraar Koen Ottenheym de hernieuwde belangstelling voor de antieke geschiedenis vanaf de vijftiende eeuw. Die ging gepaard met misvattingen en manipulatie, zo beschrijft hij in De limes als legende. ‘In elke regio, in elke tijd werd de Oudheid voor een andere agenda gebruikt.’ Als...

Lees meer
Loginmenu afsluiten