• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Account aanmaken
    dinsdag 8 maart 2022

    Collaboreerden Oekraïners massaal tijdens de oorlog?

    Door: Marc Jansen

    Volgens Poetin wordt Oekraïne geregeerd door neonazi’s en moest hij zijn leger sturen om het land te ‘denazificeren’. Veel Russen geloven hem, omdat Oekraïense nationalisten tijdens de Tweede Wereldoorlog collaboreerden met de Duitse bezetter. Wat het Kremlin echter niet vertelt, is dat nog veel meer Oekraïners tegen het fascisme vochten.

    Op 17 september 1939 viel het Sovjetleger Polen in het oosten aan. De bezetting vloeide voort uit het niet-aanvalsverdrag dat Jozef Stalin een maand eerder had gesloten met Adolf Hitler. Een geheim protocol gaf de Sovjet-Unie de vrije hand in het toenmalige oosten van Polen (tegenwoordig het westen van Oekraïne en Belarus), de Baltische landen en Bessarabië (ongeveer het huidige Moldavië). In ruil daarvoor mocht Hitler het westen van Polen bezetten, wat hij twee weken voor de Sovjet-invasie ook deed. In de stad Brest vond een gezamenlijke militaire parade van Duitse en Sovjet-troepen plaats.

    Officieel heette het dat het Rode Leger in Oost-Polen de Russische ‘bloedbroeders’ – de hier woonachtige Oekraïners en Wit-Russen – ‘bescherming’ kwam bieden. Een deel van de vier à vijf miljoen Polen die er ook woonden, werd gedeporteerd of zelfs vermoord – zoals bijna 22.000 slachtoffers in de bossen van Katyn.

    West-Oekraïne, met als belangrijkste stad Lviv, werd op 1 november 1939 na geregisseerde verkiezingen bij de Sovjetrepubliek Oekraïne gevoegd. Op deze ‘hereniging’ volgde gelijkschakeling met het Sovjet-systeem, inclusief collectivisatie van de landbouw, antireligieuze propaganda en repressie.

    Maar Stalin haalde op deze manier ook de Organisatie van Oekraïense Nationalisten (OOeN) binnen. Weliswaar was in zijn opdracht de leider, Jevhen Konovalets, op 23 mei 1938 vermoord op de Rotterdamse Coolsingel. Maar de OOeN was blijven voortbestaan. De organisatie viel uiteen in twee rivaliserende delen, waarvan een onder leiding stond van Stepan Bandera (OOeN-B). Zeker deze tak bewoog zich ver in fascistische richting, inclusief leiderscultus, eenpartijstelsel, bewondering voor Hitlers nieuwe Europese orde, en antisemitisme. De Joden presenteerden voor Bandera’s nationalisten, net als voor de nazi’s,  het bolsjewistische bewind. Bovendien streefden de nationalisten een homogene Oekraïense staat na, zonder rechten of zelfs plaats voor etnische minderheden zoals Joden en Polen.

    Pogroms

    Hitler beschouwde het niet-aanvalsverdrag met Stalin slechts als een tijdelijke manoeuvre. Op 22 juni 1941 vielen zijn legers de Sovjet-Unie binnen. Aan Duitse zijde rukten ook twee bataljons van de OOeN-B op, Nachtigall en Roland, samen zo’n 800 man sterk. Ze dachten de invasie voor eigen doeleinden te kunnen gebruiken. Daags na de inname van Lviv (Lemberg voor de Duitsers) op 29 juni riep Jaroslav Stetsko namens de OOeN-B een onafhankelijke Oekraïense staat uit. Bandera was daar overigens niet bij, ook al heet Lviv tot op de dag van vandaag ‘Banderstadt’ in de Russische propaganda.

    Stepan Bandera.

    Bij het begin van de Duitse invasie ‘ruimde’ de geheime politie van de Sovjet-Unie de gevangenissen, waar ook veel Oekraïense politieke gevangenen zaten opgesloten. Wie niet naar het oosten werd geëvacueerd, kreeg de kogel. Een lot dat duizenden gevangenen in West-Oekraïne trof. Toen de plaatselijke bewoners de gevangenissen openden, vonden ze de mismaakte lijken.

    De Sovjetautoriteiten waren inmiddels vertrokken en de bewoners koelden hun woede op de plaatselijke Joden. Dat dezen niets met de wandaden van de geheime politie te maken hadden, deed niet ter zake. Het kwam tot pogroms, waarbij volgens de Duitse historicus Kaj Struve tussen de 7300 en 11.300 Joden werden vermoord. Struve komt in zijn boek Deutsche Herrschaft, ukrainischer Nationalismus, antijüdische Gewalt tot de slotsom dat dit vanzelfsprekend een grote misdaad was van de Oekraïense nationalisten. Stetsko was er voorstander van om ‘de Duitse methoden om het Jodendom uit te roeien’ in Oekraïne in te voeren.

    Toen de plaatselijke bewoners de gevangenissen openden, vonden ze de mismaakte lijken.

    Struve plaatst hierbij de kanttekening dat de nationalisten tot de pogroms werden aangezet door Duitse politie- en legereenheden. De Duitsers waren bovendien verantwoordelijk voor het merendeel van de executies. Vooral de pantserdivisie Wiking van de Waffen-SS, waarin enkele honderden Nederlandse oostfrontstrijders meevochten, maakte zich hier schuldig aan. In Struves boek komt ook de destijds in Lviv en omstreken werkzame Nederlandse zakenman en SS’er Pieter Menten voor, evenals zijn bijdrage aan de Jodenmoord.

    De Duitsers waren erop uit om alle Joden de dood in te jagen. Eerst tijdens de ‘Holocaust door kogels’. Zo werden in het ravijn van Babi Jar bij Kiev op 29 en 30 september 1941 33.771 Joden doodgeschoten. Later in de gaskamers. In totaal kwamen meer dan anderhalf miljoen Oekraïense Joden om het leven. Onder meer de overgrootvader en drie ooms van de huidige president Volodymyr Zelensky. Oekraïense Hilfswillige verleenden hand- en spandiensten bij de Holocaust. Zoals de kampbewaker Ivan Demjanjoek, die zich liet rekruteren door de Duitsers nadat hij als Sovjetsoldaat krijgsgevangen was gemaakt.

    Oekraïense ‘Untermenschen’

    Ondertussen zagen de Duitsers niets in het onafhankelijkheidsstreven van de Oekraïense nationalisten. Zij erkenden de zelfstandige Oekraïense staat van Stetsko niet. In juli 1941 namen zij Oost-Galicië op in het Generalgouvernement für die besetzten polnischen Gebiete. De rest van het volledig bezette Oekraïne werd een Reichskommissariat, geleid door de oekraïnofobe Erich Koch. Bij zijn aankomst in Oekraïne verklaarde hij: ‘Onze taak is Oekraïne alle goederen af te nemen waar we de hand op kunnen leggen, zonder aandacht te schenken aan de gevoelens of het bezit van de Oekraïners.’ Bandera werd in Ehrenhaft (‘eervolle gevangenschap’) gevoerd, net als Stetsko. Vanaf de herfst van 1941 arresteerden de Duitsers veel OOeN-B-leden.

    Zelfs in West-Oekraïne sloeg het enthousiasme voor de Duitsers om, toen bleek dat die de Oekraïners – zij het in mindere mate dan de Russen – tot de Untermenschen rekenden. Hitler noemde hen in september 1941 ‘even lui, ongeorganiseerd en nihilistisch-Aziatisch’ als de Russen. ‘Wij zijn een Herrenvolk,’ zo stond in de richtlijnen van de Wehrmacht voor de omgang met de Oekraïense burgerbevolking. ‘Dat moet bedenken dat de geringste Duitse arbeider uit het oogpunt van ras en biologie duizendmaal waardevoller is dan de bevolking hier.’

    Oekraïne was leeg te plunderen, de bevolking te knechten en uit te roeien.

    De Duitsers zeiden Lebensraum nodig te hebben. Oekraïne moest een agrarische kolonie worden. Het land was leeg te plunderen, de bevolking te knechten en uit te roeien. Al het voedsel en andere directe levensbehoeften die de Oekraïners gebruikten, werden onthouden aan het Duitse volk. Dat was diefstal. De Duitsers hongerden de Oekraïners uit en stelden hen massaal als slaven te werk in Duitse of Oostenrijkse fabrieken en boerderijen te werk. Anders dan de lokale boeren hadden gehoopt, bleven de kolchozen die de Sovjets hadden ingevoerd in bedrijf. Ze moesten er zelfs extra gedisciplineerd doorzwoegen om de Duitsers van zo veel mogelijk graan te voorzien.

    Sovjet-partizanen

    Het is wrang dat Stepan Bandera door sommige Oekraïners nog steeds als een held wordt vereerd. In Lviv en andere West-Oekraïense steden zijn standbeelden van hem verrezen. Hij geldt er als een anti-Sovjetstrijder, niet als de antisemiet en fascist die hij in werkelijkheid was. Zijn volgelingen hadden het niet alleen op Joden voorzien, maar in het verdere verloop van de Tweede Wereldoorlog namen enkele duizenden partizanen van het aan de OOeN gelieerde Oekraïense Opstandelingenleger OePA deel aan het moorddadig wegwerken van de Polen uit West-Oekraïne.

    Monument van Stepan Bandera in Oekraïne.

    Na de oorlog probeerden de nationalisten hun antisemitisme en collaboratie met Hitler weg te poetsen. De voormalige president van Oekraïne Viktor Joesjtsjenko verleende de commandant van de OePA, Roman Sjoechevytsj, in 2007 postuum de eretitel van ‘Held van Oekraïne’. In 2010 viel die eer aan Bandera zelf ten deel. De titel werd hem weer afgenomen door Joesjtsjenko’s opvolger Viktor Janoekovitsj.

    Sinds Janoekovitsj in 2014 ten val is gebracht tijdens de Majdanrevolutie, verspreidt de Russische president Poetin de leugen dat de nieuwe Oekraïense regering uit neonazi’s bestaat. Velen in Rusland, en ook daarbuiten, hechten geloof aan Poetins woorden en denken daarbij aan de Duitse bezettingstijd.

    Maar het staat buiten kijf dat er veel meer Oekraïners dienden in het Sovjetleger en bij de Sovjetpartizanen, dan in de nationalistische milities. Buiten West-Oekraïne was het enthousiasme voor de OOeN sowieso een heel stuk geringer. Naar schatting zaten er in het Rode Leger zeven miljoen Oekraïners. Een van hen was de grootvader van Zelensky. Een beroemde Oekraïense Sovjetpartizaan was Sydir Kovpak, die met zijn eenheid van 1600 man een guerrillastrijd tegen de Duitsers voerde, en van Polesië in het noorden helemaal wist door te dringen tot de Karpaten in het zuidwesten.

    Duits schuldgevoel

    Begin 1944 begon het Sovjet-leger aan de herovering van Oekraïne, nadat het een jaar eerder bij Stalingrad aan de Wolga de Duitse opmars definitief had gestuit. Na de uiteindelijke overwinning op nazi-Duitsland behield Stalin al het gebied dat hij in 1939 had verworven dankzij zijn verdrag met Hitler. Polen en Oekraïners werden uitgewisseld tussen het nieuwe, communistische Polen en Sovjet-Oekraïne.

    Stepan Bandera zocht zijn toevlucht in München, waar een KGB-agent hem in oktober 1959 vermoordde. De nationalistische strijd van de Oekraïners, met name in het westen van het land, ging nog tot ver in de jaren vijftig door en kostte de Sovjet-autoriteiten veel kopzorgen. Maar tot meer autonomie voor Oekraïne leidde deze strijd niet.

    Oekraïne heeft na Belarus en Polen het meest van de Tweede Wereldoorlog geleden

    Het naoorlogse Duitsland koesterde een diep schuldgevoel jegens de Russen, maar veel minder tegenover de Oekraïners. Dat is nergens op gebaseerd. Gedurende de Tweede Wereldoorlog zijn 26,6 miljoen Sovjetburgers omgekomen. Dat waren niet alleen maar Russen. In de Russische deelrepubliek vonden 14 miljoen mensen (van wie 7,2 miljoen militairen) de dood, dat wil zeggen 12,7 procent van de bevolking. In Oekraïne – waar tot 1954 de Krim niet bij hoorde – waren er 6,85 miljoen doden te betreuren (van wie 1,65 miljoen militairen), oftewel 16,3 procent van de bevolking. Het hoogst scoorde Belarus met 2,3 miljoen doden (waarvan 620.000 militairen), wat gelijk stond aan 25,3 procent van de bevolking in die specifieke Sovjetrepubliek.

    Oekraïne heeft na Belarus en Polen het meest van de Tweede Wereldoorlog geleden. Die verwoestte meer dan 700 Oekraïense steden, 28.000 dorpen, 16.000 fabrieken en 28.000 collectieve boerderijen. Tien miljoen mensen werden dakloos. Voor historicus Timothy Snyder is dit reden om Oekraïne – samen met Belarus, de Baltische landen, Polen en het westen van Rusland – tot de ‘bloedlanden’ te rekenen, waar de terreur van Hitler en Stalin elkaar overlapten.

    De Sovjet-overname van Oost-Polen in 1939 zette de maatschappij op zijn kop. Aan het  multiculturele karakter van de regio kwam toen een eind. Eeuwenlang hadden Polen, Oekraïners, Joden en andere etnische groepen er zo niet samen, dan toch naast elkaar geleefd. Shimon Redlich, een Israëlisch historicus die in 1935 in Oost-Galicië werd geboren, schrijft in zijn memoires: ‘De ongekende oorlogsomstandigheden en de beestachtigheid van het leven onder zowel de Sovjets als de Duitsers haalde het slechtste in de menselijke aard naar boven.’

    Marc Jansen is historicus. In 2014 verscheen zijn boek Grensland over de geschiedenis van Oekraïne.