Helga Velden is achttien jaar als ze vlak na de oorlog aan het werk gaat in Tiergarten, het grote park van haar woonplaats Berlijn. Het park ligt bezaaid met puin en explosieven, en zij ruimt die op. Dus daar staat ze, samen met veertig andere vrouwen, op straat oorlogsmateriaal te sorteren. De Sovjetmilitair die het werk coördineert, heeft hun aangeraden de munitie in het nabijgelegen meer te gooien. Voor de zekerheid, om te voorkomen dat er alsnog iets ontploft.
Velden is één van de vele Trümmerfrauen (‘puinvrouwen’), die met hun blote handen Duitsland na de oorlog weer opruimen. Aangezien veel mannen zijn gesneuveld, gevangengezet of vermist, komt het zware werk op hun schouders terecht. Ze melden zich in groten getale vrijwillig aan, omdat ze geloven in een nieuwe toekomst.
Dit artikel is exclusief voor abonnees
Er zijn talloze foto’s van vrouwen zoals Velden. Ze staan te midden van het puin met een hamer of baksteen in de hand, zakdoekje op het hoofd, schort over de rok. Ze trekken samen een kar vol brokstukken, of geven lachend bakstenen aan elkaar door. Decennia later worden zij nog steeds bejubeld als haast mythologische figuren. Zo memoreert de voormalige bondskanselier Helmut Kohl in 2005: ‘Ze waren de wanhoop nabij, (…) maar gaven niet op. Zo werden deze “puinvrouwen” een symbool van de Duitse wil tot wederopbouw en van hun overlevingskracht in de naoorlogse periode.’ De Trümmerfrauen zijn de heldinnen van de wederopbouw.
Behalve dan, dat het niet helemaal klopt.
Dwangarbeid
Om te beginnen zijn de Trümmerfrauen geen wijdverspreid fenomeen: op het hoogtepunt, in mei 1946, zijn het er in Berlijn ongeveer 26.000. Al snel wordt namelijk duidelijk dat de 400 miljoen kubieke meter puin niet aan onervaren burgers kan worden overgelaten. Verreweg de meeste opruimings- en bouwwerkzaamheden gebeuren dan ook door mannen van professionele bedrijven met machines.
Daarnaast was er vaak niks vrijwilligs aan. Al tijdens de oorlog lieten de nazi’s krijgsgevangenen en concentratiekampbewoners voor straf puinruimen, na de oorlog nemen de geallieerden die praktijk over. Voortaan zijn het de voormalige NSDAP-leden die deze dwangarbeid moeten verrichten. Tussen de zogenaamde ‘heldinnen’ zitten dus ook nazi’s. Wie bovendien niet door straf wordt gedwongen, wordt dat wel door honger en schaarste: werklozen die werk weigeren, raken hun voedselbonnen kwijt.
Ook Helga Velden wordt gedwongen. Na de oorlog moet zij zich net als alle Duitsers melden. De Sovjetofficier die ze tegenover zich krijgt, vraagt of ze lid was van de Bund Deutscher Mädel, de meisjesvariant van de Hitlerjugend. Nee, antwoordt Velden. De officier gelooft er geen snars van. ‘Blijkbaar was geen enkele Duitser een nazi, wie heeft dit dan allemaal aangericht?’ En dus moet Velden de volgende dag in Tiergarten aan het werk.

Veldens ouders zijn tijdens de oorlog anti-nazi, maar hun afkeer blijft binnenskamers. ‘Mijn vader zei altijd: “Ik ben geen held, ik ga niet bij het verzet, ik wil deze nachtmerrie overleven,”’ vertelt Velden daar later over. Toch ondervindt ze wel de consequenties van hun anti-nazistische houding. Ze wil graag lerares worden, maar voor die baan komt ze niet in aanmerking – juist omdat ze géén lid is van de Bund Deutscher Mädel. Haar vader regelt daarop een baantje bij het bedrijf waar hij zelf ook werkt, ze volgt er een opleiding tot technisch tekenaar.
Arme zuster
Tussen de explosieven die Helga Velden na de oorlog moet sorteren, zitten ook de typische Duitse Stielhandgranaten, met een lange houten steel. Helga mag dat hout mee naar huis nemen, zodat ze er vuur mee kan stoken. Zo ontdekt haar vader na twee weken dat ze gevaarlijk werk doet. ‘Wát doe jij? Dat kan toch niet waar zijn! Dit is werk dat de nazi’s zouden moeten doen!’ Hij wil niet dat ze het nog een dag langer doet, en regelt bij de dokter ziekteverlof. Een paar dagen later ontploft er in Tiergarten een antitankwapen. Twee vrouwen komen om het leven, veertien raken ernstig gewond.
Daarna moet Velden een ingestort flatgebouw opruimen. Ze brengt wat metalen emmers van thuis mee, vult die met puin, stort ze in een kruiwagen, en sjouwt die naar buiten. Zeven maanden lang, 48 uur per week, samen met één andere vrouw.

De Trümmerfrauen worden een ware mediasensatie. In 1945 en 1946 staan de kranten vol verhalen en foto’s van de heldhaftige vrouwen. Het Berlijnse stadsbestuur wil zo het imago van het puinruimen opkalefateren, in de hoop dat meer mensen zich melden voor het zware werk. Die foto’s met lachende vrouwen? Die zijn in scène gezet. Soms dragen de vrouwen zelfs make-up en extra flatterende werkkleding. In Oost-Duitsland, dat behoort tot de Sovjetbezettingszone, groeit de Trümmerfrau in de jaren daarna uit tot het prototype van de nieuwe socialistische vrouw: geëmancipeerd, hardwerkend en pionier van gelijkheid tussen man en vrouw.
In West-Duitsland, dat behoort tot de bezettingszone van de Fransen, Britten en Amerikanen, gebeurt het omgekeerde. Daar krijgt de Trümmerfrau gaandeweg een steeds negatiever imago. In het Westen zien de mensen de vrouw liever in de rol van moeder en huisvrouw. De Trümmerfrau wordt in het Westen juist gebruikt om het Oosten zwart te maken: ze wordt afgeschilderd als die arme zuster die in het Oosten gedwongen mannenwerk verricht.
In de jaren tachtig verandert ook dat beeld weer. Dan komt in het Westen een vrouwenbeweging op die onderzoek doet naar de rol van vrouwen tijdens en na de oorlog. In publicaties wordt de Trümmerfrau weer op het schild gehesen als sterke vrouw die niet wanhoopt en de samenleving opnieuw opbouwt. Ten tijde van de eenwording van Duitsland in 1990 is er zo een mooie collectieve mythe ontstaan: de Trümmerfrau als symbool voor vernieuwing, veerkracht en wederopbouw van Duitsland.
RECONSTRUCT
Dit artikel is onderdeel van het Europese project RECONSTRUCT over de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Tot eind november is de voorstelling Pyrrha gooit een steen te zien in theaters door heel Nederland. Bekijk de speellijst op Pyrrhagooit.nl.
Tijdens het Geschiedenis Festival op 17 oktober kun je deelnemen aan het rollenspel De Nieuwe Stad. Meer informatie op Geschiedenisfestival.nl.
En Helga Velden? Zij wordt toch nog basisschoollerares. Na de oorlog worden veel leraren ontslagen vanwege hun banden met de nazipartij. Er is een groot tekort, en mensen met een andere opleiding worden opgeroepen zich om te scholen. Dat laat Velden zich geen twee keer zeggen. Haar eerste klas telt zestig leerlingen.
Zelf moet ze hard lachen als ze op 92-jarige leeftijd wordt geconfronteerd met het imago van ‘heldin’. ‘Het was geen heldhaftig werk, er moest nu eenmaal worden opgeruimd. We moesten ook gewoon eten, dat speelt ook een rol,’ zegt ze in een interview. Ze overlijdt in 2024 op 97-jarige leeftijd. Tot haar dood woont ze in Berlijn, niet ver waar ze in 1945 puinruimde.
Meer weten:
- Het interview met Helga Cent-Velden (2019) is te lezen op Zeitzeugenboerse.de
- Wolfstijd (2020) door Harald Jähner over het naoorlogse Duitsland bevateen hoofdstuk over de in scène gezette Trümmerfrauen-foto’s.
- Mythos Trümmerfrauen (2014) door Leonie Treber is de eerste wetenschappelijke studie over dit onderwerp.