Op 28 oktober 1886 was New York vol rook en lawaai. Terwijl duizenden toeschouwers zich langs de kades verdrongen en schepen hun stoomfluiten lieten klinken, stond op Bedloe’s Island een reusachtige vrouw te wachten tot haar sluier zou worden weggetrokken. President Grover Cleveland was erbij, evenals een bont gezelschap van hoogwaardigheidsbekleders, veteranen en nieuwsgierige New Yorkers. Toen het doek eindelijk viel, barstte de stad los in gejuich en scheepsgetoeter: een Franse vrouw met een fakkel in haar opgeheven hand, klaar om de binnenvarende schepen te begroeten.
Speciale editie: De wederopstanding van China
- Ontdek de lange geschiedenis van de Rode Draak
- Van de Zijderoute tot de Chinese Droom
- Inclusief: het verlies van Taiwan
Historisch Nieuwsblad tijdelijk al vanaf 4,99 per maand
- Ontdek onbekende feiten en verbanden met tophistorici
- Lees & luister en krijg volledige toegang
- Papier én digitaal via de Historisch Nieuwsblad-app
Het idee voor het Vrijheidsbeeld ontstond bij de Franse jurist Édouard René de Laboulaye, die de afschaffing van de slavernij en het honderdjarige bestaan van de Amerikaanse republiek wilde vieren. Beeldhouwer Frédéric Auguste Bartholdi kreeg de uitvoering op zijn schouders. Hij greep terug op een eerder afgewezen ontwerp voor een vuurtoren bij het Suezkanaal. Voor het metalen skelet achter het koperwerk klopte hij aan bij het ingenieursbureau van Gustave Eiffel.
Vuurtoren
Voordat Bartholdi aan het Vrijheidsbeeld werkte, droomde hij van een ander kolossaal project: een enorme vrouwenfiguur als vuurtoren bij de ingang van het Suezkanaal, ‘Egypte brengt het licht naar Azië’ genaamd. De Egyptische onderkoning zag echter af van het kostbare plan. Volgens een bekend verhaal recyclede Bartholdi het concept simpelweg voor Amerika — van fakkeldragende vuurtoren tot fakkeldragend vrijheidssymbool, met slechts een verandering van locatie en betekenis.


Bartholdi bouwde vier versies van het beeld, de laatste telkens een stukje groter dan de vorige. Na enige tijd reikte het reusachtige koperen hoofd van Lady Liberty boven de daken van Parijs uit.


Om het kostbare project te financieren, werd in Frankrijk een nationale loterij opgezet. Van de Amerikanen werd verwacht dat zij de bouw van het voetstuk regelden. Het enthousiasme daarvoor was in eerste instantie ver te zoeken. Pas toen krantenmagnaat Joseph Pulitzer in 1885 de lezers van The World opriep tot kleine donaties, stroomde het benodigde geld binnen. Zo werd de bouw van het Vrijheidsbeeld het resultaat van samenwerking tussen gewone mensen in Frankrijk en Amerika.


In mei 1885 verliet het gedemonteerde beeld Frankrijk, verpakt in ruim 200 kratten, aan boord van het fregat Isère. Omdat het voetstuk nog niet klaar was, bleef het na aankomst in New York maandenlang opgeborgen liggen, tot de onthulling op 28 oktober 1886 eindelijk een feit was.

Vanaf dat moment zou de gigantische dame het eerste zijn wat miljoenen immigranten zagen van hun nieuwe vaderland, een baken van hoop. Zeventien jaar later kreeg dat gevoel woorden: op de sokkel verscheen een gedicht van Emma Lazarus met het beroemde welkom aan de ‘vermoeiden en armen’. Pas toen werd Lady Liberty het ultieme symbool van de Verenigde Staten als een veilig toevluchtsoord.


Vermoeiden en armen
Het gedicht The New Colossus, dat op het voetstuk van het Vrijheidsbeeld staat, schreef Emma Lazarus in 1883 voor een veiling ter financiering van het voetstuk. De dichter liet Lady Liberty zeggen: ‘Geef me jouw vermoeiden, jouw armen,/jouw opeengepakte massa’s die snakken naar vrijheid,/het ongelukkige schuim van jouw overvolle kust./Zend hen, de thuislozen, door de wind verstrooid, naar mij./Ik hef mijn lamp naast de gouden deur!’ Pas in 1903, op initiatief van een vriendin, werd de tekst op een plaquette in het beeld aangebracht — Lazarus zelf maakte dat niet meer mee, ze overleed in 1887. De regels groeiden uit tot het credo van Amerika, al beschouwen critici ze als een loze belofte, gezien de restrictieve immigratiewetten die het land bij tijd en wijle hanteert.

