Sinds 2021 kunnen sekswerkers bij het Sekswerk Meld- en Adviespunt terecht als zij gediscrimineerd of gestigmatiseerd worden door een werkgever of publieke instelling zoals de politie, een verzekeraar of een bank. De afgelopen vier jaar kwamen er 444 meldingen binnen van discriminatie en stigmatisering, schrijft het meldpunt in een rapport. Sekswerkers klagen over de gebrekkige toegang tot bank- en overheidszaken, maar ook over een tekort aan privacy, onveilige werkomgeving, voorvallen van seksuele grensoverschrijding en uitbuiting door pooiers en exploitanten.
Een vakbond voor sekswerkers
Dit artikel is exclusief voor abonnees
Tussen 1985 en 2012 konden sekswerkers met dit soort problemen terecht bij stichting De Rode Draad: een emancipatieorganisatie door en voor prostituees. Metje Blaak was zestien jaar lang bij de stichting werkzaam. Ze was als sekswerker actief op de Wallen en zag daar hoe prostituees onder slechte omstandigheden moesten werken. ‘De problemen die het Sekswerk Meld- en Adviespunt nu aan het licht brengt, speelden toen ook al,’ vertelt ze. ‘Ondanks dat de wereld van sekswerk ontzettend schimmig was, stonden autoriteiten veel toe, vaak ten koste van de prostituee. Met die insteek werd De Rode Draad opgericht. Iedere beroepsgroep had immers een vakbond. Dus waarom sekswerkers niet?’
Volgens Blaak werd de belangenorganisatie in eerste instantie niet serieus genomen. ‘Als we ergens een lezing kwamen geven, werd er gegiecheld: “Ah, daar komen die hoeren aan”. Het duurde lang voordat we onszelf op de kaart konden zetten; het stigma was er moeilijk af te krijgen.’
Het idee dat sekswerk een regulier beroep is, bracht destijds zelfs woedende reacties teweeg. Het was voor sommigen onvoorstelbaar dat prostitutie als arbeid werd gezien, en niet als afwijkend gedrag. Toch zette de organisatie door. ‘We wilden de prostituee wijzen op haar rechten,’ aldus Blaak.
Het Hoerencongres
Om de belangen van prostituees onder de aandacht te brengen, organiseerde De Rode Draad in 1985 en 1986 ‘hoerencongressen’ in Utrecht, Amsterdam en Brussel. Prostituees en oud-prostituees gingen met elkaar in gesprek over hun werk en ervaringen. Daarnaast werden een persconferentie en afsluitend Hoerenbal georganiseerd. ‘Het Hoerencongres en het bijbehorende Hoerenbal vond men ongelofelijk spectaculair,’ vertelt Blaak. ‘Het congres was er om ons zichtbaar te maken: alleen de naam al zorgde voor enorme nieuwsgierigheid en controverse. We maakten in ons werk de gekste, maar ook de meest verontrustende dingen mee en wilden laten zien wat dat met ons deed. Al die aandacht versnelde de acceptatie van sekswerkers.’
‘Maar volledige acceptatie was er ook vanuit de overheid nog niet,’ gaat Blaak verder. ‘In 2000 werd het bordeelverbod opgeheven en vanaf dat moment moesten we belasting betalen. In eerste instantie hadden we hier geen problemen mee; we verwachtten juist dat we hierdoor meer rechten zouden krijgen. Maar we mochten niks van de belasting aftrekken, behalve de condooms. Ook deed de Belastingdienst de meest absurde dingen: er kon zomaar iemand in je kamer staan om te zien hoeveel geld je die dag had verdiend. Prostituees droegen voortaan twee portemonnees bij zich, een met hun inkomen en een met een los tientje om aan de belastinginspecteur te laten zien. De nieuwe regelgeving voelde als een jacht op de prostituee. Van het idee dat prostitutie nu echt een vak was en we als sekswerkers eindelijk werden geaccepteerd, bleef weinig over.’

Ook andere regelgeving die op papier in het voordeel van prostituees was, werkte averechts. Zo moesten vrouwen in het kader van hygiëne hun slipjes op tachtig graden wassen. ‘Dan bleef er alleen een stukje katoen achter, en we moesten zelf voor de kosten opdraaien,’ zegt Blaak. Ook de regel dat ramen vanaf vier uur dicht moesten, was ongewenst. ‘Dit betekende dat de vrouw midden in de nacht over straat moest met al haar geld. Wat er dan met haar kon gebeuren, daar werd niet aan gedacht.’
Het kabinet-Jetten heeft nu plannen om de minimumleeftijd voor sekswerk te verhogen van 18 naar 21 jaar. Volgens de overheid zal dit de veiligheid van jonge prostituees waarborgen, maar belangenorganisaties stellen dat dit sekswerkers juist in een extra kwetsbare positie brengt. Ook Blaak vreest hiervoor. ‘Dit soort regelgeving remt niet. In plaats daarvan gaan meisjes van 18 of 19 jaar uit het zicht de prostitutie in, waar geen handhaving is. Het is daarnaast een krom initiatief: we hebben afgesproken dat je vanaf je achttiende volwassen bent. Je mag dan het leger in en iemand doodschieten, maar niet betaald met iemand naar bed.’
Machtsverhoudingen
Sinds 2019 kunnen prostituees worden beboet als ze zonder wettelijke vergunning werken. Hierdoor trekken sekswerkers zonder vergunning vaak te laat aan de bel als er iets misgaat. Ook geeft de vergunningsplicht indirect een machtspositie aan exploitanten: een sekswerker zonder vergunning heeft vaak geen andere mogelijkheid dan te blijven werken voor een onaangename werkgever.
‘Tegenwoordig zijn exploitanten bedrijfsleiders die de veiligheid van prostituees behoren te waarborgen,’ zegt Blaak. ‘Dat hebben we als stichting afgedwongen.’ Ze erkent dat er nog altijd een aantal rotte appels tussen zit, maar stelt dat dit er in de jaren zestig en zeventig veel meer waren. ‘Tegenwoordig bestaan er exploitanten met allerlei achtergronden, zo zijn er bijvoorbeeld pas afgestudeerden die een paar ramen hebben. Het is een economische onderneming waarin veel geschoolde mensen actief zijn. Zij hebben er belang bij dat sekswerkers veilig kunnen werken.’
Toch verdwijnt de machtsverhouding tussen exploitant en sekswerker niet. Om de veiligheid van prostituees te waarborgen, beval de overheid exploitanten om alarmsystemen te installeren. Sekswerkers kunnen daarop drukken wanneer zij zich onveilig voelen. ‘Maar als er in dezelfde kamer te vaak van die knop gebruik wordt gemaakt, moet de exploitant sluiten,’ vertelt Blaak. ‘Als gevolg daarvan verboden exploitanten sekswerkers op de knop te drukken. Zo werd de regelgeving geheel tenietgedaan.’
De emancipatie duurt voort
Na het recente rapport van het Sekswerk Meld- en Adviespunt gingen sekswerkers en belangenorganisaties de straat op. Metje Blaak begrijpt waarom er na al die jaren nog steeds gedemonstreerd wordt. ‘Vrouwen moeten ergens terecht kunnen voor raad en tegelijkertijd hun zelfstandigheid kunnen behouden. Er zijn inmiddels meer aanspreekpunten, maar de realiteit blijft hetzelfde: een minister of gemeente heeft geen verstand van de ervaringen van de prostituee.’
Blaak vertelt dat dit uiteindelijk een van de redenen was waardoor De Rode Draad in 2012 werd ontbonden. ‘Omdat we geen subsidie meer kregen, waren we alleen nog maar bezig met geld verdienen om de stichting levend te houden. We hadden geen tijd meer om daadwerkelijk iets voor de vrouwen te betekenen. Uiteindelijk hebben die eindeloze regeltjes ons de das omgedaan.’
Dat de stichting niet meer bestaat, vindt ze zorgwekkend. ‘Er is veel veranderd sinds we zijn opgedoekt. De komst van het internet heeft onvoorziene gevaren voor vrouwen in de prostitutie met zich meegebracht. Er komen voortdurend nieuwe misstanden bij omdat nieuwe vormen van illegaal sekswerk blijven ontstaan.’ Blaak ziet dat vrouwen wel in toenemende mate hulp zoeken bij de zedenpolitie en de GGD. ‘Maar sekswerk blijft altijd iets ondergronds,’ concludeert ze. ‘De overheid moet het vertrouwen winnen van de prostituees. Dat was het belang van De Rode Draad: we waren er niet voor de gemeenten, de overheid of de regeltjes, maar voor de vrouwen.’
