Nu de Turkse islamistische president Recep Tayyip Erdoǧan zich steeds feller tegen Israël keert, gebruikt Jeruzalem de Armeense genocide als stok om de Turken mee te slaan. Dat is ook de kern van de kritiek van historicus en journalist Tayfun Balçik, verbonden aan The Hague Peace Projects, die onderzoek deed naar de Armeense genocide: volgens hem heeft het Israëlische besluit alles te maken met geopolitiek.
Decennialang weigerde Israël de massamoord op zo’n anderhalf miljoen Armeniërs door het Ottomaanse Rijk een genocide te noemen, mede om de betrekkingen met Turkije niet te schaden. De regering in Jeruzalem lobbyde zelfs actief tegen erkenning van de Armeense genocide. Zij deed dit niet alleen vanwege strategische overwegingen, maar ook vanuit de overtuiging dat de Holocaust uniek is en dat geen andere historische misdaad dezelfde morele categorie mag raken. Het leed van Armeniërs mocht niet worden erkend, omdat het zou concurreren met het Joodse trauma. Balçik verzet zich fel tegen zulke hiërarchieën van leed, die hij ‘victim olympics’ noemt.
Keten van geweld
Israël benut de uniciteit van de Holocaust tegenwoordig als argument tegen het gebruik van de term genocide voor zijn eigen optreden in Gaza. Maar Balçik benadrukt dat slachtoffers kunnen veranderen in daders. ‘Dit komt helaas maar al te vaak voor,’ zegt hij. ‘In de Tweede Wereldoorlog waren de Joden slachtoffer van de Holocaust, nu plegen Israëliërs een genocide in Gaza en Libanon. Ook de Armeense genocide staat in een keten van geweld. De Ottomaanse machthebbers reageerden op eerdere etnische zuiveringen tegen Turkse moslims in de Balkan in 1913. Ze zagen de christelijke Armeniërs als een vijfde colonne, die het voortbestaan van het rijk bedreigden. De Armeniërs werden later ook zelf daders, tijdens de eerste oorlog om Nagorno‑Karabach in de jaren negentig, toen de Turkse Azerbeidzjanen het slachtoffer werden van grootschalige etnische zuiveringen. Trauma garandeert geen morele superioriteit en maakt van slachtoffers niet automatisch mensenrechtenactivisten. Zij brengt juist vaak nieuwe wreedheden voort.’
Dat verklaart volgens Balçik mede waarom Armenië koel heeft gereageerd op de Israëlische erkenning van de genocide van 1915. Minister-president Nikol Pashinian benadrukte tijdens een persconferentie dat de Armeense genocide niet tot een politiek instrument mag worden gemaakt. Voor veel Armeniërs voelt erkenning door een staat die zelf beschuldigd wordt van genocide als een morele contradictie. Serj Tankian, de Armeens-Amerikaanse ex-leadzanger van de wereldberoemde rockband System of a Down, heeft zich nog negatiever uitgelaten. ‘Het feit dat een genocide plegende staat, tegen de Palestijnen en Libanezen, de genocide op mijn voorouders erkent, is het slechtste wat Armeniërs kan overkomen,’ schrijft hij op Instagram. ‘Dat onze geschiedenis en onze pijn worden gebruikt voor politiek gewin, is waardeloze politiek.’
