In het zuidwesten van Moskou opent in februari 1960 de Universiteit van de Vriendschap der Volkeren haar deuren. Met deze volkeren worden vooral de ontwikkelingslanden in Afrika, Azië en Latijns-Amerika bedoeld. De Sovjets zien studenten uit deze landen als de toekomstige elites, die studerend in Moskou kunnen ervaren hoe het is om te leven in de socialistische heilstaat.
De oprichting van de universiteit volgt op de toespraak van Nikita Chroesjtsjov op het Twintigste Partijcongres in 1956. Hierin rekent hij af met de persoonlijkheidscultus van de in 1953 overleden Jozef Stalin. Naast het neerhalen van Stalins standbeelden, betekent de destalinisatie ook een relatieve opening van de zeer gesloten Sovjet-Unie. Deze zogenoemde ‘dooi’ luidt ook een nieuwe koers in richting de Derde Wereld, waar steeds meer volkeren de strijd aangaan met hun Europese kolonisatoren.
Dit artikel is exclusief voor abonnees
In het eerste jaar melden zich ruim 500 buitenlandse studenten, die een programma volgen met vier uur Russische les per dag, zes dagen per week. Vanaf 1961 beginnen de echte studies, variërend van techniek en landbouw tot geneeskunde, economie en geschiedenis. Ook een handvol Sovjetstudenten gaat aan de universiteit studeren om de buitenlandse studenten te helpen hun draai te vinden. In werkelijkheid zijn zij er vooral om te voorkomen dat de indruk ontstaat dat de universiteit de studenten uit de Derde Wereld apart zou zetten.
Executie door vuurpeloton
Nog geen jaar na de opening wordt de universiteit al vernoemd naar de Congolese vrijheidsstrijder Patrice Lumumba. Na de verkiezingen van mei 1960 wordt hij de eerste premier van het onafhankelijke Congo, dat een bloedige strijd had uitgevochten tegen het Belgische koloniale bestuur.
Dat zijn naam nu de gevel van een Moskouse universiteit siert, is voor de Sovjets een strategische keuze. Onder Lumumba houdt de onrust in Congo aan en blijft voormalig kolonisator België zich bemoeien met het onafhankelijke land. Op zoek naar bondgenoten accepteert Lumumba daarom een strategische handreiking van Moskou. Brussel blijft gewelddadig ingrijpen, wat Chroesjtsjov bestempelt als neokoloniale agressie.

De Sovjetsteun leidt echter tot scheuringen onder de Congolese leiding. In de machtsstrijd die volgt, zetten Lumumba’s tegenstanders de premier af en nemen ze hem gevangen. De afloop is voor hem catastrofaal: op 17 januari 1961 wordt hij, in aanwezigheid van Belgische officieren, door een vuurpeloton geëxecuteerd.
Derde Wereld-strategie
Het jaar 1960 gaat de boeken in als het Jaar van Afrika; naast Congo winnen dat jaar nog zestien landen hun onafhankelijkheid. De opkomst van Afrikaanse onafhankelijkheidsbewegingen gaat gelijk op met de dooi in de Sovjet-Unie. Het Kremlin ziet kansen en weet in 1957 het Wereldjongerenfestival naar Moskou te halen. Het brengt een golf van onbekende muziek, kleding en mensen met zich mee. Twee weken lang bevolken jongeren uit verschillende Afrikaanse landen de straten van de Sovjethoofdstad.
Terwijl de in geslotenheid opgroeiende Sovjetjeugd kennismaakt met het onbekende Afrika, ziet het Kremlin het festival vooral als middel om banden aan te halen met het ontwakende continent. Na eeuwen van westers kolonialisme en imperialisme kan Moskou een socialistisch alternatief bieden als onderdeel van zijn nieuwe buitenlandstrategie.

Van deze Derde Wereld-strategie wordt de Patrice Lumumba Universiteit het vlaggenschip, al zijn studenten tot oktober 1968 vrijgesteld van marxistisch‑leninistische lessen. Toch klagen studenten dat de Sovjetideologie vrijwel overal terugkomt. Zelfs bij vakken zonder uitgesproken ideologische insteek moeten zij lovende teksten over het communisme schrijven, deelnemen aan politieke bijeenkomsten en demonstraties, of uren luisteren naar toespraken over de Sovjetideologie.
‘Apartheid Universiteit’
Niet alleen het opdringen van het communisme leidt tot onvrede. Overvolle kamers, gebrekkige sanitaire voorzieningen en slecht eten zijn eerder regel dan uitzondering. Sommige kamers hebben zelfs geen warm water of verwarming, en studenten brengen de nacht soms in hun jas door. Ook dringen medewerkers aan op kamercontroles. Studenten weigeren die vaak om privacyredenen, maar vooral uit angst voor een meekijkende KGB.
Daarbij komt dat sommige Sovjetmedewerkers van de wooncomplexen zichzelf nog wel eens als ‘opvoeders’ zien. Volgens hen komen de Afrikanen vooral om het Sovjetsysteem te leren kennen, wat bij studenten gevoelens van ongelijkwaardigheid oproept. Studenten die met heel andere ambities naar Moskou komen, ontdekken dat de Sovjets maar weinig kunnen betekenen voor hun ideaal van een onafhankelijk en trots Afrika.
Naast slechte huisvesting en propaganda is ook alledaags racisme een groot probleem. Als in 1963 de Ghanese Edmund Assare-Addo, medicijnenstudent in de provinciestad Kalinin (het huidige Tver), onder mysterieuze omstandigheden overlijdt, leidt dat tot een ongekend protest van ruim 500 Afrikaanse studenten op het Rode Plein. Racisme, ongelijkwaardigheid en de gescheiden huisvesting van studenten leveren de universiteit al snel de bijnaam ‘Apartheid Universiteit’ op.
Falend beleid
Toch levert de Lumumba Universiteit wel degelijk nieuwe Afrikaanse elites af, maar niet per se pleitbezorgers van het marxisme-leninisme. Ook blijken de socialistische ideeën rondom klassenbewustzijn en industrialisatie weinig betekenis te hebben in economieën die gedomineerd worden door landbouw en waar etnische verhoudingen, religies en tradities sterker zijn dan klassentegenstellingen. De Derde Wereld-strategie van Chroesjtsjov is dan ook weinig succesvol.
Wanneer in de jaren zeventig de Portugese koloniën Angola en Mozambique hun onafhankelijkheid winnen, kiest de nieuwe Sovjetleider Leonid Brezjnev voor een andere koers: hij wijkt af van het socialistische pad en steunt de Afrikaanse landen vooral militair. Geïnspireerd door Lenins Nieuwe Economische Politiek (NEP) erkent Brezjnev ook dat deze landen een kapitalistische tussenfase nodig hebben om hun postkoloniale economieën te kunnen ontwikkelen.

Internationaal komt de Lumumba Universiteit steeds meer bekend te staan als broeinest van revolutionairen en terroristen. Een bekende student die dit imago versterkt is Rohana Wijeweera, leider van het Volksbevrijdingsfront in Sri Lanka, dat in 1971 een opstand leidt. En Ilich Ramírez Sánchez, een Venezolaanse terrorist, beter bekend als Carlos the Jackal. Ook de Colombiaan Timoleón Jiménez, de latere leider van de FARC, neemt plaats in de collegebanken van de Lumumba Universiteit.
Andere namen die opduiken zijn die van de president van de Palestijnse Autoriteit Mahmoud Abbas, de vierde president van Guinee Alpha Condé en voormalig president van de Centraal-Afrikaanse Republiek Michel Djotodia.En, als relatieve outsider, Aleksej Navalny, die er in de jaren negentig studeert en als oppositieleider tegen Vladimir Poetin in 2024 wordt vermoord.
Anti-apartheidsimago
Hoewel echte socialistische successen uitblijven voor de Sovjet-Unie, blijft het Kremlin het verzet tegen witte minderheidsregimes in Zuid-Afrika en Rhodesië steunen. Deze anti-apartheidslijn levert de Sovjets vooral moreel gezag op. Ook landen die de Sovjetleer afwijzen waarderen deze principiële houding.
Na de val van de Sovjet-Unie in 1991 lijkt Ruslands eerste president Boris Jeltsin aan dit anti-apartheidsimago vast te houden. In 1992 ontvangt hij in Moskou zijn Zuid-Afrikaanse ambtsgenoot De Klerk. ‘Het communisme is dood,’ zegt De Klerk tegen een journalist, terwijl de Russen het naderende einde van de apartheid toejuichen.
Het is voorlopig de laatste toenadering tot Afrika. Het Rusland van de jaren negentig is vooral met zijn nieuwe buurlanden bezig en sluit in Afrika tientallen ambassades, consulaten en culturele instellingen. Ook Afrikaanse landen trekken personeel terug uit Rusland. In Moskou heet de Lumumba Universiteit vanaf 1992 weer de Universiteit van de Vriendschap der Volkeren.
Antikoloniale claims
Afrika lijkt zo voor Moskou uit zicht te verdwijnen. Maar na het aantreden van Poetin verandert dit. Zijn beleid beweegt Rusland steeds verder af van het Westen, met als dieptepunten de oorlogen tegen Georgië (2008) en Oekraïne (2014). Om internationale isolatie te voorkomen, zoekt Poetin naar partners in Afrika en stoft hij daarvoor het oude antikoloniale imago af. Dat ook de Universiteit van de Vriendschap der Volkeren daarbij weer een belangrijke rol speelt, blijkt als deze in 2023 weer de naam van Patrice Lumumba krijgt.
‘Het herstellen van de historische naam van de universiteit is opnieuw een teken dat Rusland Afrika een bijzondere plaats toekent in zijn buitenlands beleid. Het moet bovendien laten zien dat Moskou vastbesloten is bij te dragen aan het ontstaan van een nieuw en rechtvaardig internationaal systeem, vrij van kolonialisme en neokolonialisme’, zegt het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken er zelf over.

Poetin lijkt zo zijn Afrikaanse collega’s duidelijk te willen maken wat zijn Sovjetvoorgangers ook al probeerden: Rusland is – anders dan het Westen – een antikoloniale bondgenoot, met de Lumumba Universiteit als antikoloniale dekmantel. Dat het Kremlin dit imago selectief inzet om het eigen kolonialisme naar de achtergrond te drukken, blijkt wel als de rector van de Lumumba Universiteit in april 2022 een zijn steun betuigt aan Ruslands koloniale oorlog tegen Oekraïne.
