In juni vierde Trump als een moderne Nero zijn tachtigste verjaardag met kooigevechten in de tuin van het Witte Huis. Tegelijkertijd gingen tegenstanders weer de straat op om onder het motto No Kings te protesteren. Ze zijn het draconische migratiebeleid, de bokkensprongen in de internationale politiek, de schaamteloze machtswellust en zelfverrijking meer dan beu. Ook maken ze zich zorgen over de fysieke en mentale gezondheid van de man die zichzelf beschouwt als de meest briljante leider aller tijden.
In het laatste kwart van de twaalfde eeuw kende Spanje eenzelfde probleem: koning Alfonso X van Castilië (1252-1284) takelde zo snel af dat hij volgens veel mensen niet meer capabel was om te regeren.
Dit artikel is exclusief voor abonnees
Buitensporige vrijgevigheid
Alfonso had een veelbelovende start gemaakt. Een tijdgenoot, de franciscaner minderbroeder Juan Gil de Zamora, schrijft in zijn Over illustere mannen dat hij een intelligente, ijverige en welbespraakte jongeman was geweest. Krijgshaftig was hij ook: nog tijdens de regering van zijn vader Fernando III had hij het Moorse vorstendom Murcia voor de christenen veroverd. Juan Gil wees echter ook op een mindere eigenschap van de kroonprins: zijn buitensporige vrijgevigheid. Dat was een deugd die vorsten moesten tentoonspreiden om vazallen aan zich te binden en nieuwe politieke bondgenoten en talenten aan te trekken. Maar volgens de minderbroeder ging het bij Alfonso wel erg ver. Hij was zo gul dat het meer weghad van spilzucht. Waartoe dat kon leiden beschreef Juan Gil in een ander werk, Lofrede op Spanje, een soort handboek voor heersers. Vorsten die te veel uitgaven, legden ter compensatie zware, onrechtmatige belastingen op en verzonnen allerlei wetten om de zakken van hun onderdanen te legen. Zoiets moest wel tot rampen leiden.

Daarmee zinspeelde Juan Gil op het beleid dat Alfonso, inmiddels koning, voerde. Alfonso kondigde wetten af die het gewoonterecht overruleden dat van oudsher werd toegepast in lokale rechtbanken. Om de schatkist te spekken voerde hij nieuwe belastingen in en liet hij munten met een lager edelmetaalgehalte slaan. Deze en andere maatregelen wekten bij de onderdanen hevige weerstand op.
Tik op de neus
Op zich was dat allemaal niet zo bijzonder. In andere Europese koninkrijken vonden soortgelijke ontwikkelingen plaats. Ook daar stuitte het centralisatiebeleid van de kroon op het verzet van edelen, geestelijken en stadsbesturen die meenden dat hun privileges werden geschonden. Toch had Alfonso vanaf het begin van zijn regeerperiode te maken met opstanden, die hij met de grootste moeite de kop in wist te drukken.
De koning had zo veel geld nodig omdat hij een royale mecenas was. Hij liet geleerde Arabische traktaten in het Castiliaans vertalen, gaf opdracht tot het schrijven van lijvige geschiedenisboeken, en onderhield aan zijn hof talloze muzikanten, kunstenaars en dichters. Niet zomaar staat hij nog altijd bekend als Alfonso de Wijze. Ook de oorlogen tegen Granada, het enige overgebleven islamitische vorstendom op het Iberisch Schiereiland, en bondgenoot van de Noord-Afrikaanse Meriniden vormden een belangrijke kostenpost. Geldverslindend waren tot slot zijn pogingen zich te laten kronen tot keizer van het Heilige Roomse Rijk.
Via zijn moeder was hij verwant aan de Hohenstaufen, die dat rijk tussen 1138 en 1254 bijna onafgebroken hadden geregeerd. Na de dood van tegenkoning graaf Willem II van Holland in 1256 maakte Alfonso daarom aanspraak op de keizerlijke titel. Om zijn claim te ondersteunen begon hij een diplomatiek offensief, dat steekpenningen aan keurvorsten en uitbetalingen aan bondgenoten in Duitsland en Italië nodig maakte. Uiteindelijk leverde het allemaal niets op. In 1275 reisde Alfonso met een imposant gevolg af naar het Zuid-Franse Beaucaire voor een ontmoeting met de paus, die volgens traditie de keizerlijke kroning verrichtte. Hij ontving geen kroon, maar een tik op de neus. De paus maakte hem duidelijk dat hij het uit zijn hoofd moest laten nog langer de keizerlijke titel te voeren, zoals Alfonso alvast was gaan doen.
Keizerlijke ambities
Verbitterd keerde Alfonso terug naar zijn koninkrijk, waar zich intussen schokkende ontwikkelingen hadden voltrokken. De Meriniden waren de Straat van Gibraltar overgestoken om samen met troepen uit Granada Castiliaans Andalusië binnen te vallen. De Castilianen hadden een paar verpletterende nederlagen geleden, waarbij de aartsbisschop van Toledo en de militaire bestuurder van Andalusië waren gesneuveld. Tot overmaat van ramp was Fernando de la Cerda, Alfonso’s oudste zoon en tijdelijke plaatsvervanger, plotseling aan een ziekte bezweken. Alfonso’s jongere zoon, de zeventienjarige Sancho, had met zijn doortastende optreden het gevaar ternauwernood kunnen bezweren.
Aan signalen voor de op handen zijnde invasie was geen gebrek, maar Alfonso had ze hooghartig weggewuifd. Hij gaf de indruk de werkelijkheid uit het oog te zijn verloren. Daarbij gevoegd kwam zijn talent om mensen tegen zich in het harnas te jagen. Zijn keizerlijke ambities hadden geleid tot spanningen met Aragón, na Castilië het grootste van de middeleeuwse Iberische koninkrijken. Het Rooms keizerschap leek immers de opmaat naar een claim op hegemonie over het schiereiland. Dat Alfonso zonder enige vorm van proces zijn broer Fadrique liet wurgen – om welke reden is nooit duidelijk geworden – verhoogde de wrok van de hoge edelen, die toch al weinig ophadden met hun koning. Volgens Juan Gil de Zamora hadden ze al eens een aanslag op hem gepleegd.

Daar bovenop kwam de weifelende aanpak van de opvolgingskwestie. Na zijn eigen debacle in Beaucaire, de dood van kroonprins Fernando de la Cerda en Sancho’s kordate optreden tijdens de militaire crisis van 1275 kon Alfonso niet anders dan de laatste aanwijzen als troonopvolger. Hij ging daarbij wel voorbij aan de rechten van Fernando’s nog zeer jonge zonen. Alfonso’s echtgenote Violante vluchtte met hen naar het hof van haar broer, Pedro III van Aragón. Een andere oom van de jongens, de Franse koning Filips III, dreigde met oorlog als de rechten van zijn neefjes niet werden gerespecteerd. Geïntimideerd zegde Alfonso toe dat hij de kwestie zou heroverwegen. Vanzelfsprekend was dat weer tegen het zere been van Sancho. Om zijn positie te versterken beloofde Sancho edelen, bisschoppen en steden hun oude rechten te zullen herstellen. Zijn vader maakte hij uit voor gek en leproos.
Tragische laatste levensjaren
Hoewel het onduidelijk is wat de inmiddels op leeftijd gekomen Alfonso precies mankeerde, zijn er aanwijzingen dat hij inderdaad leed aan een kwaal die zijn verstandelijke vermogens aantastte. Volgens bronnen uit die tijd werd zijn gezicht ontsierd door een groot gezwel en had hij een opgezwollen, etterend been. In de lente van 1282 zette Sancho de volgende stap. Hij riep te Valladolid de Cortes bijeen, de middeleeuwse Spaanse standenvergadering van edelen, prelaten en vertegenwoordigers van steden. Alfonso werd het bestuur over zijn koninkrijk ontnomen. Sancho zag voorlopig af van de koninklijke titel en bleef zichzelf ‘oudste zoon en erfgenaam van de koning’ noemen. Toch oefende hij feitelijk de macht uit. Ongetwijfeld volgden de Castilianen het voorbeeld van buurland Portugal, waar in 1245 koning Sancho II vanwege zijn vermeende incompetentie met instemming van paus Innocentius IV een curator was opgedrongen.
Alfonso’s laatste levensjaren waren tragisch. Hij vervloekte en onterfde Sancho op plechtige wijze, maar het was een gebaar van machteloosheid. Door zijn autoritaire optreden en wankelmoedige beleid had hij zijn eigen familie, de edelen, bisschoppen en het volk van zich vervreemd. Tijdens de burgeroorlog die na Sancho’s machtsovername uitbrak zag de nominale koning zijn aanhang alras slinken. Uiteindelijk beperkte het gezag van de aftakelende Alfonso zich tot enkele steden in Andalusië, waar hij op 4 april 1284 te Sevilla overleed. Nu besteeg Sancho officieel de troon, maar het zou driekwart eeuw duren eer hij en de koningen na hem erin waren geslaagd zijn vaders puinhopen op te ruimen. Trumps opvolger staat een zware taak te wachten.
