De term ‘marginalia’ verwijst naar alles wat we terugvinden in de kantlijn van een tekst. In middeleeuwse manuscripten staan dikwijls persoonlijke toevoegingen van de kopiist of de lezer. Denk bijvoorbeeld aan manicula (letterlijk: ‘handjes’) die een belangrijke passage aanwijzen. Andere marginalia zijn meer complexe voorstellinkjes, die vaak geen verband lijken te hebben met de tekst. De persoon die de tekeningen maakte was doorgaans niet degene die de tekst kopieerde – deze taken werden verdeeld.
Niet zelden stellen de kanttekeningen monsterlijke of hybride figuren voor, zoals eenvoetigen, rompen met het gezicht op de borst, of mensenlichamen met dierenkoppen – of andersom. Ook als een tekst een religieuze inhoud heeft, vinden we in de kantlijn vaak monniken die zich misdragen en grappen over poep of seks.



Boekwetenschappers zijn het er totaal niet over eens wat zulke marginalia te betekenen hebben. Hoewel weinig onderzoekers geloven dat het de enige functie is, denkt vrijwel iedereen dat deze middeleeuwse memes zorgden voor comic relief. Wanneer ze een duidelijk humoristische effect hebben, worden ze ‘drôlerieën’ genoemd.


Erotische boom
De Roman de la Rose uit circa 1235 is een van de beroemdste teksten uit de Middeleeuwen. Het gedicht gaat over een jongen die verliefd wordt op een roos en is een allegorie over de liefde. In een van de overgeleverde manuscripten is onderaan een aantal pagina’s een erotisch beeldverhaal over een non en een monnik getekend. Op een van de plaatjes plukt de non van een wel heel bijzondere boom.



Een gemeenschappelijk kenmerk van veel marginalia is dat ze de wereld op zijn kop laten zien. Natuurlijke en sociale verhoudingen zijn omgekeerd, het onmogelijke is mogelijk. Apen voeren medische onderzoeken uit, armen worden rijk, en hazen jagen op mensen. Misschien schuilt in zulke voorstellingen politiek of theologisch getint commentaar, of zijn ze juist een uiting van angst voor maatschappelijke instabiliteit.
Enorme slak
Gevechten tussen ridders en slakken vormen een terugkerend motief in marginalia. De slak is vaak enorm en de ridder delft meestal het onderspit. Is zo’n tekening een grap over lafheid, een metafoor voor de strijd van arm tegen rijk, of een seksuele toespeling? Of stellen de slakken de Longobarden voor, een Germaans volk dat in de vroege Middeleeuwen een koninkrijk stichtte in Noord-Italië? De theorieën lopen nogal uiteen.


