Roger Casement liep kalm het binnenplein van de Londense Pentonville gevangenis op. Het was een mooie dag. De zon scheen. Een priester diende hem de laatste sacramenten toe, waarna de 51-jarige Ier de houten trap naar de galg beklom. ‘Ik sterf voor mijn land,’ waren zijn laatste woorden. Zo kwam er op 3 augustus 1916 een einde aan het leven van deze mensenrechtenactivist. Schrijver en avonturier Lawrence van Arabië noemde hem de ‘gebroken aartsengel’.
Casement werd op 1 september 1864 geboren in Dún Laoghaire nabij Dublin. Zijn moeder was katholiek, zijn vader protestant. Beiden overleden jong. Al op 12-jarige leeftijd stond Roger er alleen voor. Op 15-jarige leeftijd ging hij van school om bij familie in Liverpool te gaan wonen. Hij zou er niet lang blijven, want hij wilde de wereld zien en ging op de grote vaart. Vooral Afrika trok hem aan. In 1984, vlak voor de Berlijn Conferentie vond hij werk in Congo, waar hij tien jaar later als diplomaat in dienst trad van het Britse Rijk.
Conferentie van Berlijn
In 1879 werd de Internationale Congovereniging opgericht. Grootaandeelhouder was de Belgische koning Leopold II, die de Amerikaans-Britse ontdekkingsreiziger Henry Morton Stanley opdracht gaf in Congo land te kopen van lokale stamhoofden. Leopold zocht erkenning voor zijn Afrikaans bezit op de Conferentie van Berlijn, die in 1885 de koloniale verdeling van het ‘donkere continent’ formaliseerde.
Leopold wist de Europese grootmachten tegen elkaar uit te spelen. Die gunden het gebied liever aan het kleine België dan aan een directe concurrent. Aldus werd de Congo Vrijstaat geboren, die in 1908 plaats moest maken voor Belgisch Congo. In 1960 werd het land onafhankelijk.

Gedurende zijn bijna 20-jarig verblijf in Congo zag Casement met lede ogen aan hoe de onderdrukking van de lokale bevolking steeds wreder werd. De Congolezen moesten rubber tappen, ivoor inzamelen en voedsel produceren, vaak in ruil voor slechts wat zout en katoen. Het was een systeem van dwangarbeid dat werd bijeengehouden door marteling en kwelling. Als de producten die werden binnengebracht niet aan de vastgestelde quota voldeden, dan volgde de zweep, verminking of de dood. Soldaten van de Force Publique hadden opdracht een hand af te hakken van elke persoon die ze doodden en aan hun leidinggevende te geven. Die telde vervolgens ingebrachte handen en vergeven kogels om verspilling van munitie tegen te gaan.
Dit artikel is exclusief voor abonnees
In 1890 deelde Casement wekenlang een kamer met Joseph Conrad in de oostelijke stad Kindu. Conrad vertaalde zijn ervaringen naar de roman Hart der Duisternis, waarin kolonel Kurtz naar donker Afrika afreist om de inwoners de beginselen van de Verlichting bij te brengen, maar volledig corrumpeert. Zijn beroemde laatste woorden zijn niet voor niets: ‘De horror. De horror.’
15 miljoen doden in Congo
In 1904 vertaalde Casement zijn ervaringen naar een officieel rapport voor de Britse regering. Hij reisde door het land, sprak met ooggetuigen en slachtoffers, en zag hoe vrouwen en kinderen werden mishandeld. Zijn conclusie loog er niet om: ‘Er is geen vrijhandel in Congo. Er is sprake van meedogenloze uitbuiting door barbaarse soldaten voor de belangen en winst van de vorst.’
Omdat de Congolezen steeds dieper het oerwoud in moesten om voldoende rubber te vinden, verwaarloosden ze hun akkers en velden. Honger en ziekte heersten alom. Geschat wordt dat onder het bewind van Leopold II tot 15 miljoen Congolezen om het leven kwamen. Casements rapport had niet de invloed waarop hij had gehoopt. De Britse kranten toonden weinig interesse en een groot deel van het Britse establishment wilde vooral de goede vrede bewaren. Leopold II was immers een volle neef van koningin Victoria.

De Britse ambassadeur in Brussel zei niet te kunnen geloven dat de gecultiveerde Belgen, ‘zelfs onder een tropische hemel’, zulke wreedheden konden begaan. Leopold II zette een tegenoffensief in om de conclusies van het rapport in twijfel te trekken. Hij kreeg daarbij hulp van enkele Belgische kranten die stelden dat de mutilaties het gevolg waren van stammenoorlogen.
‘Casement raakte gedesillusioneerd over de regering, de diplomatie, en Engeland,’ schrijft Roland Philipps in zijn biografie Broken Archangel. ‘Hij was blut, ziekelijk, veertig jaar oud, een man met sterke emoties, nog nooit vervuld door een romantische relatie.’

Uiteindelijk leidde zijn rapport er toch toe dat Leopold II zijn privébezit in 1908 moest overdragen aan de Belgische staat. ‘Ik zal hun mijn Kongo geven, maar ze hebben niet het recht te weten wat ik heb gedaan,’ zei de koning tot een medewerker, waarna hij opdracht gaf zijn archieven te verbranden.
Wantoestanden in Peru
Gek genoeg bracht Congo Casement ook dichter bij huis. Hij was regelmatig terug in Ierland op (ziekte)verlof en raakte meer en meer begaan met het lot van zijn geboorteland. Zelf zei hij: ‘Toen ik in die eenzame Congo bossen was waar ik Leopold vond, vond ik ook mezelf, de onverbeterlijke Ier.’
Maar voordat hij definitief koers huiswaarts zette, was er eerst nog Zuid- Amerika. In 1906 werd zijn diplomatieke standplaats de snel groeiende Braziliaanse havenstad Santos, daarna gevolgd door Rio de Janeiro. Daar hoorde hij geruchten over de Peruvian Amazon Company (PAC) en de uitbuiting van inheemse volken in het Peruaanse regenwoud.
De geruchten groeiden uit tot een waar schandaal toen de Amerikaanse ingenieur Walter Hardenburg per abuis in het afgelegen departement Putamayo belandde, in het gevang werd gegooid, maar wist te ontsnappen. Hij vertelde een Britse krant over dwangarbeid en marteling in de Peruaanse rubberwinning. Het artikel kreeg de titel: The Devil’s Paradise: A British-Owned Congo (‘Een duivels paradijs. Een Brits Congo’).

PAC was de grootste rubberleverancier van het Britse Rijk. Het bedrijf stond genoteerd aan de beurs van Londen, had Britse directeuren en werkte nauw samen met een Brits transportbedrijf. Aangezien er indertijd weinig meer beschamend was dan Congo, moest er een onderzoek komen. PAC stelde zelf een commissie samen. Vanzelfsprekend zaten daarin slechts lieden die het bedrijf welgevallig waren. Onder druk van de publieke opinie eiste de Britse regering dat ook Casement deel werd van de onderzoekscommissie.
En die liet zich niet paaien. Zo weigerde hij plaats te nemen in een door PAC verschafte boot en reisde in 1910 alleen naar Peru. Daar sprak hij de rubbertoezichthouders en luisterde hij naar de verhalen van de inheemse mensen die allen tekenen van zweepslagen vertoonden. Ze waren ook gebrandmerkt met een ‘marca de Arana’, een teken dat ze toebehoorden aan de Peruaanse ondernemers Julio en Lizardo Arana.
Een jaar later presenteerde Casement zijn 120 pagina’s tellende rapport. Volgens hem was Putamayo ‘een grotere misdaad dan Congo’. Tussen 1904 en 1910 werd rubber ter waarde van een miljoen pond naar Engeland verscheept ten koste van zo’n 30.000 mensen, gedood door ‘moord, vuur, onthoofding of geseling’.
Dit keer kreeg zijn rapport wel volop aandacht. Alle Britse kranten schreven erover. De paus wijdde zelfs een encycliek aan de wantoestanden in Peru. PAC moest haar deuren sluiten, maar de daders werden nooit gestraft. Velen vluchtten naar Brazilië. Julio Ariana schopte het zelfs tot senator in Peru. Honderd jaar later maakte Peru officiële excuses en erkende dat er een ‘etnocide’ was gepleegd.
Ierse opstand tegen de Britse bezetter
In 1911 werd Casement door de Britse koning George V geridderd voor zijn humanitaire werk. Hij voelde zich zeer vereerd. Het bracht hem wereldwijde faam. Maar dat weerhield hem er niet van om in 1913 ontslag te nemen als Brits diplomaat.
Dat jaar werd Connemara, een arm achtergesteld gebied in het westen van Ierland, wederom getroffen door een dodelijke tyfusuitbraak. Het bracht Casement tot de conclusie dat het lot van de Peruaanse indianen en de Ierse boeren niet zo heel anders was. Volgens hem was Connemara een ‘Iers Putamayo’. De ellende aldaar kwam niet uit de lucht vallen. Midden negentiende eeuw waren in Ierland als gevolg van een falende aardappeloogst een miljoen mensen gestorven en 1,5 miljoen naar de Verenigde Staten geëmigreerd. Sindsdien was de bevolking van de oudste Britse kolonie alleen maar verder afgenomen. Casement berekende dat de Ierse export een waarde had van 63 miljoen pond, maar dat 53 miljoen daarvan naar de Britse schatkist ging. De ‘onverbeterlijke Ier’ was volledig ontwaakt. Zo kon het niet verder. Onafhankelijkheid was de enige weg voorwaarts.
Vanaf 1914 raakte zijn leven in een stroomversnelling. Hij ging naar de Verenigde Staten, waar hij president Theodore Roosevelt ontmoette en politieke en financiële steun probeerde te vinden onder de Iers-Amerikaanse bevolking. Via Noorwegen reisde hij daarna onder een alias naar Duitsland, dat de geweren en munitie moest leveren voor een gewapende opstand tegen de Britse bezetter. Inmiddels was de Eerste Wereldoorlog in volle gang.

Met enige regelmaat was Casement in de Duitse kampen voor Britse krijgsgevangenen te vinden in een poging de Ierse soldaten onder hen over te halen een Iers bataljon te vormen. Dat lukte niet. De meesten hadden weliswaar een grondige hekel aan de Engelsen, maar haatten de Duitsers nog meer. Zelfs beter eten, betere bedden, en wat zakgeld kon ze niet vermurwen.
Het project kroop maar moeizaam voorwaarts. Berlijn had wel meer zorgen dan de Ierse zaak. Maar uiteindelijk zette in april 1916 een als Noors vermomd Duits koopvaardijschip, met aan boord zo’n 20.000 geweren en een miljoen kogels, koers richting Ierland. Casement volgde aan boord van een Duitse onderzeeër. De Duitse levering moest samenvallen met een opstand tijdens Pasen, toen honderden Ieren tegen het Britse leger vochten.
Republiek Ierland
Hoewel het Casement-complot en de Paasopstand in 1916 faalden, werd het vuur van de Ierse onafhankelijkheidsstrijd dat jaar definitief ontstoken. In de parlementaire verkiezingen van 1918 won de separatistische partij Sinn Féin 73 van de 105 zetels. Op 21 januari 1919 riep de partij een onafhankelijke staat uit. Dat leidde tot een bijna twee jaar durende guerrillastrijd onder leiding van Michael Collins.
Op 6 december 1921 maakte het Anglo-Iers verdrag een einde aan de oorlog en werd de Ierse Vrijstaat geboren. In 1949 werd dat de huidige Republiek Ierland. Het protestantse noorden van het land maakt nog altijd deel uit van het Verenigd Koninkrijk.

Maar het schip met wapens en munitie werd al voor de Ierse kust onderschept. Op 21 april 1916 zette Casement wel voet aan wal. Maar hij was ziek en werd enkele dagen later gearresteerd. Hij werd overgebracht naar de Toren van Londen, waar eerder de Schotse vrijheidsstrijder William Wallace, de Britse spion Walter Raleigh en de Britse samenzweerder Guy Fawkes achter de tralies zaten.
Homoseksualiteit was strafbaar
Het Britse Rijk vervolgde Casement wegens hoogverraad. In een publieke strafzaak eiste het de doodstraf. Hoewel de Paasopstand al snel was neergeslagen, wilde Londen een voorbeeld te stellen. Casement had weinig kans de dans te ontspringen. Het bewijs was overweldigend. En hij ontkende niets.
Maar naarmate de zaak vorderde kwam een internationale campagne ten faveure van hem op gang. Beroemdheden, onder wie de schrijver Conan Doyle en de dichter William Yeats, pleitten voor gratie. Tijdens een levendig parlementair debat in Washington stelde een senator dat de strijd voor Ierse onafhankelijkheid niet zo heel anders was dan de Amerikaanse.

De publieke steun zwol aan, totdat de Engelse admiraal William ‘Blinker’ Hall journalisten en redacteuren van zes landelijke kranten uitnodigde en hun fragmenten toonde uit Casements dagboeken.
Zijn ‘witte’ dagboeken gingen vooral over de wantoestanden in Congo, Peru en Ierland. Maar de ‘zwarte’ beschreven zijn persoonlijke perikelen, waaronder passages over de herenliefde die hij her en der bedreef. Die zijn heel summier, geenszins pornografisch, maar laten weinig twijfel bestaan over zijn seksuele geaardheid. Daar was hij nooit open over, zelfs niet tegenover zijn beste vrienden. Niet zo vreemd wellicht. In het puriteinse Britse Rijk was homoseksualiteit niet alleen een zonde, maar ook een strafbaar feit.
Tot op de dag van vandaag woedt er een debat over wie de zwarte dagboeken schreef. Casement zelf? Of de Britse geheime dienst in een poging hem in diskrediet te brengen? Feit is dat de dagboeken pas in 1959 openbaar werden gemaakt. Nep of niet, ze deden hun werk.

Casement verloor publieke steun en dat plaveide de weg richting de Britse galg. Op 29 juni 1916 werd hem zijn ridderschap ontnomen. Op 3 augustus brak het touw zijn nek. Zijn levenloze lichaam bleef een uur hangen voordat het werd begraven in een anoniem graf binnen de gevangenismuren.
Pas in 1965 werden zijn stoffelijke resten opgegraven en naar Dublin gevlogen, waar hij alsnog een staatsbegrafenis kreeg. Zo’n 165.ooo mensen gingen de straat op voor een laatste eerbetuiging. Casement is wellicht te jong gestorven. Maar vandaag de dag maakt hij onlosmakelijk deel uit van het pantheon van Ierse vrijheidsstrijders en prijkt zijn naam trots op Ierse straten, pleinen en parken.
Meer weten
- Broken Archangel (2024) door Roland Philipps is een biografie.
- De geest van koning Leopold II en de plundering van de Congo (2011) door Adam Hochschild.
- Modern Ireland: 1600-1972 (1990) door R.F. Foster over de geschiedenis van het land.
