Filmmakers Arnold-Jan Scheer en Roy Dames volgen al jaren het reilen en zeilen op de Wallen. Niet door gesprekken met beleidsmakers, maar met leden van de penoze. Met als beginpunt 1984 blikken mannen met bijnamen als Haring Arie, Mooie Manus, Zwarte Joop en Frits van de Wereld terug op het vroegere criminele milieu. Ook sekswerkers als Utrechtse Gonnie en Parijse Leen komen aan het woord.
De bijnamen suggereren gemoedelijkheid. Dat is ook het beeld dat de oude criminele garde zelf schetst van de Wallen tot begin jaren zeventig. Je steunde en hielp elkaar, zegt Henk de Vries, oprichter van The Bulldog, de eerste Amsterdamse coffeeshop. Alles veranderde door de komst van heroïne. Die leidde tot criminele verharding en een meedogenloze afrekencultuur. Het eerste dieptepunt was de aangestoken brand in seksclub Casa Rosso in 1983, waarbij dertien mensen omkwamen. In 1991 werd drugsbaron Klaas Bruinsma vermoord. Er zouden nog vele moorden volgen. De geïnterviewden schilderen zichzelf af als schelmen met harten van goud, maar ze hebben ongetwijfeld een punt: vroeger was het minder meedogenloos.

