Feith was tevens bekend als wielrenner en voetballer, en hij nam als verslaggever deel aan de eerste Elfstedentocht in 1909. Hij reed het laatste stuk zelfs mee met de winnaar. In 1900 schreef hij het eerste sportboek in de Nederlandse taal. Als journalist ging hij undercover om verborgen misstanden aan het licht te brengen, zoals de duistere wereld van misdadigers, maar ook de armoede onder Joden en verwaarloosde kinderen die in de misdaad belandden. Hij schreef er boeken over in een stijl die dicht tegen literatuur aankroop en niet zelden maakte hij er ook tekeningen bij. Net zo gemakkelijk schreef hij over de monarchie, maakte hij rapportages aan de fronten van de Eerste Wereldoorlog en verbleef hij langdurig in de tropische koloniën. Hij vulde vele jaren achtereen rubrieken met amusante stukjes en raadsels voor zijn dagblad en voor tijdschriften.
En toch kent vrijwel niemand hem meer. Dat is het lot van vele journalisten. Door hun vak maken ze de meest enerverende dingen mee en rapporteren ze als eersten over de meest opzienbarende wereldgebeurtenissen. Hun werk wordt direct na publicatie gretig verslonden, maar verzinkt daarna snel in de grote vergeetput van de geschiedenis. Daarom is het te prijzen dat historicus Daniël Rewijk Jan Feith onder het stof vandaan heeft gehaald.
Dit artikel is exclusief voor abonnees
In deze bijzonder fraai geïllustreerde biografie schetst Rewijk een zeer gedetailleerd en levendig beeld van de alles kunnende en alles durvende jonkheer, bon vivant en taalstilist. Feith was wellicht een vreemde eend in de bijt van zijn voorname familie vol juristen en bestuurders, maar vooral tussen 1900 en 1918 beleefde hij hoogtijdagen bij het Algemeen Handelsblad, een van de voorgangers van de huidige NRC. Feith was de grote sterverslaggever die overal op afging, schitterende stukken schreef en in zijn eentje hele rubrieken vulde. Overal was hij een graag geziene gast die smeuïg kon vertellen over zijn belevenissen, boeken en artikelen.
Daarom is het jammer dat de uitgever het boek als ondertitel Influencer in het Interbellum meegegeven heeft. Over zo’n hedendaagse, licht denigrerende term als ‘influencer’ kan je al bedenkingen hebben, maar in het Interbellum was Feith al op zijn retour en teerde hij op zijn vooroorlogse roem als ceremoniemeester bij onder andere een missverkiezing. Rewijk noemt zijn schrijverij in deze periode zelfs ‘sleets’ en typeert zijn werk als ‘broodschrijverij’ of commerciële ‘gelegenheids- of reislectuur’. Het zou treurig zijn als dergelijke typeringen bleven hangen, want Feith was werkelijk een groot pionier op vele terreinen. Rewijks boek getuigt daar in ruime mate van.
Jan Feith (1874-1944). Influencer in het Interbellum
Daniël Rewijk
524 p. Noordboek € 34,90

