Archeoloog Marijke Gnade, die al bijna een halve eeuw de bodem vlakbij Rome doorzoekt, vertelt over een bijzondere vondst. ‘Vroeger stonden we met een meetlint in het land, nu werken we met drones.’
Wat was uw bijzonderste vondst?
‘Als archeoloog leid ik al jaren de opgraving van het antieke Satricum in Latium, een uurtje rijden van Rome. Ik kwam er als studente voor het eerst in 1980. Het bijzondere van de afgelopen jaren is de ontdekking dat er onder de vroege stedelijke bebouwing rondom de akropolis hutten liggen die teruggaan tot de negende eeuw voor Christus. Voorheen dachten wij dat Satricum zich vanuit een huttennederzetting op de akropolis in de zesde eeuw voor Christus tot een stad ontwikkelde en zich vandaar uitbreidde. Maar dat blijkt anders: er lagen her en der huttennederzettingen die langzaamaan zijn samengeklonterd tot een grote stad, met tempels, een wegenstelsel en huizen. Dat is een nieuw inzicht.’
Hoe ontwikkelde de stad zich verder?
‘Satricum werd in de vijfde en vierde eeuw voor Christus bewoond door de Volsken, een herdersvolk uit de Apennijnen, dat is mijn specialisme in de pre-Romeinse periode. Daarna lijfden de Romeinen Satricum in. We hebben een grote Romeinse villa gevonden uit de eerste eeuw na Christus, een mega boerenbedrijf van 4000 m2. Daarin lagen ook tachtig middeleeuwse skeletten, want de villa is later hergebruikt als grafveld. Ieder skelet is zorgvuldig schoongemaakt, onderzocht en in kisten geborgen. Een idee van het inwonertal van het antieke Satricum hebben we niet, want in de 48 jaar dat we hier graven, hebben we 40 procent van de totale stad blootgelegd.’
Dit artikel is exclusief voor abonnees
Waarom niet de hele stad?
‘Niet iedere landeigenaar is enthousiast over onze aanwezigheid. Met een van hen heb ik een samenwerkingsverband, dottore Santarelli, onze mecenas, hij betaalt ook lokale jongens om het zware werk te doen. Wij graven in zijn wijngaarden op het terrein van Casale del Giglio. Hij heeft drie stukken grond niet beplant, omdat ik er op basis van luchtfoto’s archeologische sporen detecteerde. En inderdaad: daar troffen we een deel van de Via Sacra, de grote toegangsweg naar de tempels van Mater Matuta. Er is een negentiende-eeuwse plattegrond, die archeologen hebben getekend toen ze Satricum ontdekten. Je ziet dat het gebied toen nog vrij heuvelachtig was. Het is door landbouw helemaal geëgaliseerd. De historische bovenlaag is weg.’
Dat moet een archeoloog pijn doen.
‘Inderdaad. Dat de Nederlandse opgraving in Satricum is gestart, hangt samen met de grootschalige landbouwactiviteiten in de jaren zeventig. Veel archeologisch erfgoed dreigde verloren te gaan, de Italianen vroegen in 1977 het Nederlands Instituut te Rome om hulp. Ik heb de opgraving in 1990 overgenomen toen ik een aanstelling kreeg aan de UvA. Jaarlijks organiseer ik een campagne. Sommige vrijwilligers, veel oud-studenten, gaan al 25 jaar mee. Het is technisch allemaal wel makkelijker geworden. Vroeger stonden we met een meetlint in het land, nu werken we met drones.’
Loont het archeologische spitwerk nog steeds?
‘Jazeker. Vorige zomer wilde ik weten hoe diep de fundering van de zuilengalerij reikt van de grote Romeinse villa. Met een graafmachine hebben we eerst de bovengrond tussen de zuilen verwijderd. Handmatig zijn we verder gegaan. En toen vonden we in de tufstenen bodem een fantastische ovalen plattegrond van paalgaten, die waren van een hut met waarschijnlijk een cultus-functie. We konden hem dateren in de zevende eeuw voor Christus dankzij de vondst van aardewerk, een schitterende scarabee, miniatuurpotjes en bronzen objecten. Ik was blij, maar ook moe, het was 45 graden, bloedheet. De vondsten bewaren we in een van de magazijnen die de eigenaar heeft laten bouwen. Aan het eind van een maandenlange campagne bedek ik de opgraving met worteldoek. Het is fysiek zwaar werk, maar het is mijn passie. Als ik daar ben, woon ik op het terrein, tevens een studiecentrum waar studenten onderzoek doen.’
U bent sinds drie jaar met pensioen.
‘Tja, de afgelopen jaren heb ik zelf de financiering georganiseerd via het Amsterdamse Universiteitsfonds en de stichting Nederlands Studiecentrum voor Latium, omdat de UvA de opgraving in 2019 heeft afgestoten. Ik heb geen opvolger. Zolang ik kan, ga ik door. Voor de publiciteit heb ik in februari met Santarelli in Florence voor een groot publiek een lezing gegeven over de samenwerking tussen grootgrondbezitters en archeologen. Wie weet wat daaruit voortkomt.’
Marijke Gnade
(1956) is emeritus bijzonder hoogleraar archeologie van pre-Romeinse culturen in centraal Italië aan de Universiteit van Amsterdam. Sinds 1990 is ze directeur van het Satricum-onderzoeksproject waarover ze veelvuldig publiceerde. Sinds 2019 valt het project weer onder het Koninklijk Nederlands Instituut in Rome, vanwaaruit het in 1977 van start ging.
