In Sparta liet een kleine bovenlaag zich bedienen door een grote groep ondergeschikten. Volgens Andrew Bayliss was dat systeem op den duur onhoudbaar.
Sparta spreekt tot de verbeelding. Op Netflix behoort 300, de film over de heldhaftige strijd van de Spartaanse koning Leonidas en zijn manschappen tegen de Perzen in de slag bij Thermopylae, tot de populairste historische drama’s van de streamingdienst. Volgens de Britse auteur William Golding zouden we zonder de opofferingsgezindheid van de Spartanen de filosofie van Plato en de tragedies van Sophocles niet hebben gekend, om van onze hedendaagse vrijheid en democratie nog maar te zwijgen. Nee, we zouden meer ‘Perzisch’ zijn, wat dat ook moge betekenen. In ieder geval ontbeerden we zegswijzen als ‘Spartaanse opvoeding’ of ‘laconiek’, want die zijn aan de geschiedenis van de Peloponnesische stadsstaat ontleend, die drie eeuwen lang een hegemoniale macht vertegenwoordigde op het Griekse schiereiland.
De Brits-Australische classicus Andrew Bayliss nuanceert het heroïsche beeld dat van Sparta in de populaire cultuur overheerst. Toegegeven, in Sparta hadden vrouwen meer macht dan in andere Griekse stadsstaten, maar daar stond tegenover dat ze door hun echtgenoten als fokvee mochten worden uitgeleend, terwijl zwakke of gehandicapte baby’s bij wijze van genetische selectie pardoes van de kliffen werden geworpen. Bayliss schetst een beeld van Sparta waarin pubers het zwaar te verduren hadden. Geen schoenen in de winter, want dat maakt je sterk en snel. Eén kledingstuk per jaar, want daardoor werd je nederig en spaarzaam. Voorwaar een Spartaanse opvoeding.
De Spartiaten, de burgers die het vanwege hun rijkdom voor het zeggen hadden, vormden een select gezelschap, dat zich door tienduizenden slaven, de heloten, liet bedienen. Bayliss toont overtuigend aan dat de geringe omvang van zijn burgerbevolking uiteindelijk tot de neergang van Sparta heeft geleid. In tegenstelling tot de Romeinen, die hun overwonnen volkeren binnen hun immense rijk wel de kans boden op de sociale ladder te stijgen, hield de Spartaanse elite haar gelederen angstvallig gesloten.
Tijdens de Slag bij Leuktra in 371 v.Chr., waarin Sparta zijn meerdere moest erkennen in Thebe, bestond die bovenlaag nog slechts uit 6000 à 9000 loyale mannen. Daarmee houd je een hegemonie niet in stand. Bayliss verzandt hier en daar iets te zeer in details, zeker wat de krijgsverrichtingen betreft, wat de leesbaarheid niet ten goede komt, maar informatief is zijn relaas wel.
Sparta. Opkomst en ondergang van een antieke grootmacht
Andrew Bayliss
400 p. Omniboek, € 34,99

