Home Jonge Spartanen deden meer dan vechten

Jonge Spartanen deden meer dan vechten

  • Gepubliceerd op: 14 december 2021
  • Laatste update 02 jan 2023
  • Auteur:
    Geertje Dekkers
  • 10 minuten leestijd
Jonge Spartanen deden meer dan vechten

Van jongs af aan waren Spartanen maar met één ding bezig: vechten en oorlog voeren. Zo luidt het geijkte verhaal. Maar dat klopt niet. De Spartaanse opvoeding was veel meer dan het eenzijdige drilkamp dat er later vaak van is gemaakt.

Blijmoedig en trots lieten Spartaanse jongens zich één keer per jaar geselen. Voor het altaar van godin Artemis Orthia incasseerden ze zweepslag na zweepslag. De jongen die de meeste slagen kon verduren en de pijniging het langst volhield won. Vervolgens stond hij in groot aanzien.

Dat zag historicus Plutarchus, geboren rond 46 n.Chr., toen hij Sparta bezocht. Volgens hem was de traditie zo gruwelijk dat er tijdens de geseling regelmatig jongens het leven lieten.

Dat verhaal sluit prima aan bij een populair beeld van de oude Spartanen: dat van nietsontziende vechtjassen die van jongs af aan werden klaargemaakt voor de strijd. Zo zou Sparta rond de vijfde eeuw voor Christus een supermacht zijn geworden, die tegenstanders in de Griekse wereld en ver daarbuiten angst inboezemde. Tegen de tijd dat Plutarchus de stad bezocht, een half millennium later, was van die macht weinig over. Maar de herinneringen aan de bloeitijd leefden, net als de rituelen.

Alleen blijkt bij nadere inspectie het een en ander te rammelen aan dit verhaal. In de eerste plaats was het geselritueel zoals Plutarchus het zag betrekkelijk nieuw. In Sparta’s bloeitijd werden jongens niet op die manier afgeranseld – tenminste niet volgens onze bronnen. Het gebruik lijkt pas eeuwen later verzonnen, of geëxtrapoleerd uit een minder extreme gewoonte. En ook verder was de Spartaanse opvoeding in de klassieke tijd niet het eenzijdige drilkamp dat er vaak van is gemaakt.

Baby's van de Spartanen worden onderzocht.
Pasgeboren baby’s worden onderzocht. Gehandicapte en ongezonde kinderen worden gedood.

Dat betekent bepaald niet dat de Spartanen uit de vijfde eeuw voor Christus soft waren. Als we Plutarchus op dit punt mogen geloven, bemoeiden volwassenen zich al direct na de geboorte hardhandig met kinderlevens. Volgens hem werden alle baby’s ter inspectie voorgelegd aan een groepje ouderen, die keken of ze sterk genoeg waren. Zwakke of misvormde pasgeborenen moesten dood en alleen geschikt bevonden exemplaren mochten blijven leven.

Nu valt te betwijfelen of Plutarchus op dit punt gelijk had, omdat hij op het verkeerde spoor zat toen hij over de afranseling van de jongens schreef. Maar er zijn meer aanwijzingen die in eenzelfde richting wijzen. Die gaan niet over Sparta, maar over de rest van de antieke wereld. Daar lijken ongezonde en gehandicapte baby’s serieus risico te hebben gelopen om te worden gedood. Net als kinderen voor wie de ouders niet konden of wilden zorgen. Filosoof Plato, die in de nadagen van Sparta’s bloeitijd in Athene werkte, vond zelfs dat het zo hoorde: in zijn ideale staat dienden ouders hun zwakke of mismaakte kinderen te laten verdwijnen. Het kan dus dat Spartanen baby’s doodden die niet aan hun verwachtingen voldeden, maar daarin stonden ze hoogstwaarschijnlijk niet alleen.

Spartanen werken op een lege maag

De kleine Spartanen die overleefden, brachten hun eerste jaren bij hun families door en hadden daar hoogstwaarschijnlijk een gewoon, huiselijk kinderleven. Zoals veel Griekse kinderen zagen ze de vrouwen uit hun familie vaker dan de mannen, want die laatsten hadden meer verplichtingen buitenshuis.

Voor de jongetjes veranderde het leven rond hun zevende verjaardag. Dan sloten ze zich aan bij een groep leeftijdgenootjes die samen hun lichamen trainden, en die onder toezicht stonden van een beambte uit de hogere Spartaanse kringen. Volgens auteur Xenophon, die rond 400 v.Chr. schreef, gingen de jongensgroepen blootsvoets door het leven. En het hele jaar door droegen ze hetzelfde kledingstuk, of het nu warm was of koud. Zo werden ze gehard. Bovendien kregen de kinderen matig te eten, zodat ze leerden door te werken op een lege maag. Ook leerden ze gehoorzaam te zijn, want als ze regels overtraden, diende hun leider hen streng te laten straffen. Desnoods met de zweep.

Als minderheid waren de Spartanen altijd voorbereid op een opstand

Tot zover past het verhaal in het bekende beeld van Spartanen die leefden om te vechten. Helemaal onterecht is dat beeld niet, want hun omstandigheden waren bijzonder. In hun streek Laconië, in het zuiden van het schiereiland Peloponnesos, vormden de ‘echte’ Spartanen of ‘Spartiaten’ een bevoorrechte minderheid. Zij maakten de dienst uit en beschikten over volledige burgerrechten. Een stapje lager op de ladder stonden de ‘omwonenden’ of perioiken, gevolgd door heloten, die leefden als horigen. Altijd was er de kans dat de perioiken en heloten in opstand kwamen, en daar bereidden de Spartiaten zich op voor. Vandaar dat militaire zaken een groter deel van hun leven innamen dan bij andere Grieken.

Bewonderaar van Sparta

Xenophon had het geluk dat hij rond 430 v.Chr. in een welgestelde familie werd geboren in de omgeving van Athene. Daardoor kreeg hij de kans kennis te maken met boeiende denkers die daar rondliepen. Met filosoof Socrates raakte hij bevriend.

Toch stond Xenophon kritisch tegenover Athene en bracht hij veel tijd door bij vijanden van de stad. Eerst in Perzië en daarna in Sparta, dat hij bewonderde. Hij schreef over de geschiedenis van de Grieken en liet onder meer De Constitutie van Lakedaimoniërs na, over het bestuur van en het leven in Sparta.

Daarbovenop was er vaak kans op een gewone oorlog, tegen andere Grieken, of tegen externe vijanden. Ook dat vroeg militaire focus, maar dat gold voor alle stadstaten. Dat alles bij elkaar was reden om jongeren hun lijven te laten trainen – de jongens, maar ook de meisjes. Voor de laatsten lijken de Spartanen minder centraal te hebben geregeld, maar volgens Xenophon deden meisjes wel mee aan sportwedstrijden. Zo kwamen ze in vorm om gezond nageslacht te kunnen baren. Want het idee was dat eigenschappen zoals fitheid van ouders overgingen op hun kind.

Goddelijke koren

Maar het leven van jonge Spartanen bestond uit heel wat meer dan sport. Uit zang en dans bijvoorbeeld, want die waren een belangrijk onderdeel van de Spartaanse cultuur. Dat wist ook toneeldichter Aristophanes, die in 411 v.Chr. de komedie Lysistrata liet opvoeren. Daarin maakten Atheense en Spartaanse vrouwen een einde aan een oorlog tussen hun mannen door een seksstaking in te lassen. Zolang de mannen doorruziën, weigeren de vrouwen hen te bevredigen. Het is bepaald geen realistisch verhaal, maar tussen de regels door geeft Aristophanes wel doorkijkjes naar het echte leven. Als aan het einde alles goed komt en iedereen dol is van vreugde, declameren de Spartanen dat ze willen zingen en dansen. Want Sparta ‘houdt van de goddelijke koren en het geluid van dansende voeten als onze meisjes licht als veulens langs de rivier de Eurotas dansen’. We mogen die woorden serieus nemen, want ook andere oude auteurs verhalen over de Spartaanse liefde voor zang en dans.

Militaire successen gevierd

Vijf zomerdagen per jaar stond Sparta in het teken van blote, zingende en dansende jongens en mannen. Dan vierden Spartanen de Gymnopaidiai, een festival ter ere van Apollo. Jong en oud zong over zijn kracht en danste in herinnering aan vroegere militaire successen. Daarmee lieten de Spartanen zien dat er voor hen geen scheiding bestond tussen de militaire kanten van hun leven en de rest van hun cultuur.

Op het gebied van de literatuur zijn de Spartanen juist als ongecultiveerd afgeschilderd. Door de Atheense redenaar Isocrates (435-338 v.Chr.) bijvoorbeeld, die beweerde dat de Spartanen niet eens de moeite namen om hun kinderen te leren lezen en schrijven. En inderdaad hebben de klassieke Spartanen opvallend weinig teksten nagelaten. Wat inscripties en dichtregels, maar niet de historische verhandelingen, filosofische traktaten, toneelstukken en zo meer die hun Atheense tijdgenoten produceerden.

Maar dat maakt Sparta nog niet tot de woordenwoestijn die Isocrates schetste. Want voor het complexe bestuur van hun grote invloedssfeer gebruikten de Spartanen schrift. Dus moesten jongens dat in de vingers krijgen, want als volwassene liepen ze een grote kans in dat bestuur mee te moeten draaien. En het lijkt erop dat ook een deel van de meisjes leerde lezen en schrijven.

Spartanen slaan de Heloten neer.
Het Spartaanse leger moet soms verzet van perioiken en heloten neerslaan. Tekening
door Andrew Howat.

Daarnaast was er het gesproken woord, dat voor Spartanen veel belangrijker was dan het geschrevene. De liederen en gedichten die ze voordroegen waren daar een voorbeeld van. Bovendien oefenden jongeren op welsprekendheid, die in Sparta vooral draaide om puntig en bondig formuleren. ‘Als je met een eenvoudige Spartaan praat,’ schreef Plato daarover in zijn Protagoras, ‘zul je eerst denken dat hij er weinig van bakt. Maar als de conversatie even bezig is, scoort hij al snel met een snedige, korte opmerking, waarna de ander te kijk staat als een hulpeloos kind.’ Die beknopte, rake stijl van praten werd ‘laconiek’ genoemd, naar de landstreek waar de Spartanen woonden.

Kaasdieven

Behalve lezen, schrijven en spreken leerden de jongens volgens Xenophon ook een vreemdere vaardigheid: jatten. Omdat ze op een mager rantsoen stonden waren ze soms zo hongerig dat ze aan het stelen sloegen. Dat hoorde erbij, wisten de volwassenen, maar als zo’n jongen werd betrapt, kreeg hij straf. Want een goede Spartaan kon stiekem opereren, zonder te worden opgemerkt. Plutarchus geeft ons een extreem verhaal over deze praktijk. Daarin stal een jongen een vos, die hij onder een mantel verstopte om hem te verbergen voor volwassen ogen. Daar was het beest niet van gediend en het zette zijn tanden en klauwen in de buik van het kind, en haalde de ingewanden naar buiten. De jongen was zo bang voor straf dat hij geen kik gaf, ook niet toen hij aan zijn buikwond stierf.

Jongeren oefenden in puntig formuleren: ze leerden laconiek praten

Dit soort verhalen voedt het idee dat Spartaanse jongens altijd met rammelende magen rondliepen, en alleen maar bezig waren om een goede Spartaanse soldaat te worden. Maar, zeggen moderne historici, het verhaal van Plutarchus kan goed verzonnen zijn. Daarnaast is het aannemelijk dat jongens in de klassieke tijd, zeker de eerste jaren van hun opleiding, veel tijd in hun gezin doorbrachten, zonder de knagende honger die Xenophon schetste. Stelen vanwege de honger gebeurde dan niet continu, maar binnen afgebakende periodes. Tijdens een jaarlijks ritueel bijvoorbeeld, waarbij jongens zo veel mogelijk kaas moesten wegsnaaien van het altaar van Artemis Orthia. Daarvoor moesten ze bewakers omzeilen die klaarstonden om slome of onhandige jongens met de zweep te geven. Mogelijk verwerd dit ritueel in latere tijden tot de geseling waarmee dit artikel begon. Dat zou betekenen dat de klassieke versie een stuk minder extreem was, al zal ook die veel moderne lezers doen fronsen.

Spartanen hadden seks op rantsoen

Ook in het volwassen bestaan lijkt er ruimte te zijn geweest voor een ‘gewoon’ leven, buiten de militaire zaken om. Mannen aten weliswaar buitenshuis, maar hun eetclubs leken meer op vriendenkringen en minder op publieke kantines dan vaak is voorgesteld. Nieuwe aanwas kwam via persoonlijke connecties binnen, en de leden lijken op vertrouwde voet te hebben gestaan.

Daarnaast hielden de mannen zich bezig met het beheer van hun land en de slaven die daarbij hoorden. Anders dan lang werd gedacht was grondbezit in Sparta namelijk privébezit en geen gemeenschappelijke aangelegenheid.

Nauwe banden

‘Ik denk dat ik ook nog iets moet zeggen over intimiteit met jongens, want dat onderwerp heeft ook iets te maken met hun opleiding,’ schreef Xenophon (circa 430-355 v.Chr.) in zijn verhandeling over Sparta. Het was gebruikelijk dat net-volwassen mannen zich aangetrokken voelden tot tienerjongens en een nauwe band met hen aangingen. Van seks was daarbij geen sprake, bezwoer Xenophon, ook al zouden veel van zijn tijdgenoten dat niet geloven. In andere Griekse samenlevingen bestonden namelijk soortgelijke verhoudingen, maar die waren vaak wel seksueel. Vandaar dat ook moderne historici de mogelijkheid openhouden dat het ging om fysieke relaties, en dat zulke verhoudingen ook onder meisjes en vrouwen bestonden.

Voor kinderen betekende het dat hun vaders behoorlijk leken op vaders uit andere streken en tijden. Ze waren wat minder aanwezig dan de moeders, maar dat was historisch gezien weinig opzienbarend.

De manier waarop jonge mensen hun gezin begonnen was wel verrassend, stelde Xenophon. Direct na hun huwelijk werden man en vrouw volgens hem uit elkaar gehouden, om te voorkomen dat ze te veel seks hadden. Om bij zijn echtgenote te zijn, moest een jonge man onopgemerkt haar kamer weten binnen te komen. Dankzij die drempel bleef het verlangen op peil, schreef Xenophon, en dat zou sterkere nakomelingen opleveren.

Waren man en vrouw eenmaal gesetteld, dan kon zich volgens Xenophon nog een bijzonderheid voordoen. Een andere man kon toestemming vragen om met de echtgenote sterke en gezonde kinderen te maken, waarbij het oorspronkelijke huwelijk gewoon intact bleef. In Griekse steden als Athene was zoiets ondenkbaar, maar voor Sparta nemen historici dit verhaal serieus. Want het leven daar was weliswaar minder eenzijdig militaristisch dan veel schrijvers het hebben voorgesteld, maar helemaal doorsnee was Sparta ook weer niet.

Meer weten:

  • A Companion to Sparta (2017) door Anton Powell (red.) behandelt de geschiedenis van deze stadstaat.
  • Property and Wealth in Classical Sparta (2009) door Stephen Hodkinson ontzenuwt de mythen.
  • Spartan Education (2006) door Jean Ducat gaat over jongeren in de klassieke periode.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €3,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 1 - 2022