Home Was Maerten Daey een verkrachter?

Was Maerten Daey een verkrachter?

  • Gepubliceerd op: 24 augustus 2021
  • Laatste update 13 okt 2022
  • Auteur:
    Machiel Bosman
  • 11 minuten leestijd
Was Maerten Daey een verkrachter?

Het was hét nieuws van de slavernijtentoonstelling in het Rijksmuseum: Maerten Daey, de tweede man van Oopjen, heeft in Brazilië een slavin verkracht. Maar klopt dat eigenlijk wel? Wat staat er in de enige bron over deze zaak?

Daar hangen ze, ten voeten uit, op een tentoonstelling over slavernij: Marten Soolmans en Oopjen Coppit. Nu eens niet gepresenteerd als symbool van Hollands trots, maar als uitbuiters en profiteurs. Ze zullen het zich anders hebben voorgesteld toen ze zich in 1634 door Rembrandt lieten portretteren.

Marten was de zoon van een koopman en suikerbakker die zijn grondstoffen uit Brazilië betrok, waar slaven lange dagen maakten op de plantages. Oopjen hertrouwde na zijn dood met Maerten Daey, een voormalig WIC-kapitein die zelf jaren in Brazilië had doorgebracht. Over hem schrijven de tentoonstellingsmakers: ‘Tijdens zijn verblijf in Brazilië sloeg en verkrachtte Maerten Daey de tot slaaf gemaakte Francisca en sloot haar op in zijn huis. Francisca werd zwanger en wist Daey te ontvluchten.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Marten Soolmans, de eerste man van Oopjen Coppit. Lang werd gedacht dat dit schilderij Maerten Daey verbeeldde. Schilderij door Rembrandt uit 1634.

Ernaast prijkt de bron waaruit dit is geput, tevens het enige bewijsstuk dat er is: de notulen van de kerkenraad van Paraiba. En wat nu zo wonderlijk is: daarin staat niet dat Francisca is geslagen. Er staat niet dat ze is verkracht. Er staat niet dat ze is gevlucht. En er staat niet dat ze een slavin was. Wat staat er dan wel?

Notulen van de kerkenraad

Op 10 november 1635 – de kerkenraad is voor het eerst bijeen – verschijnen burgemeester Jacques van der Neusen van Frederikstadt en legerpredikant Johannes Osterdach ter vergadering. Ze brengen het volgende ‘clagende’ te berde – en ik blijf in mijn parafrase zo dicht mogelijk bij de bron, ook waar die onduidelijk is, in een poging de interpretatieruimte intact te laten.

Francisca, een ‘negerin’, was van het eiland Fernando overgekomen. Ze had eerder – in 1630 of 1631, kort nadat de Hollanders de kolonie op de Portugezen hadden veroverd, zo blijkt uit het vervolg – een maand of vier bij kapitein Daey gewoond in Olinda. Ze was daar gevangengenomen, was ongesteld geworden, en had van toen af aan in zijn huis opgesloten gezeten. Er had geen andere man met haar geslapen dan Maerten. Ze was direct bevrucht, en had ook nog een maand op dezelfde manier in Recife gewoond.

De notulen van de kerkenraad van Paraiba zijn het enige bewijsstuk in de zaak tegen Maerten Daey.

Toen Maerten zag dat haar buik opzwol, had hij haar gezegd dat ze moest verhuizen, want hij wilde niet dat ze bij hem thuis zou bevallen ‘ende hem het kindt te deel viele’. Vervolgens was Francisca ‘tegen danck ende wille’ aan boord van een schip gebracht. Ze had, om bij haar bekenden te mogen blijven, zich verborgen, maar toen ze weer door Maerten was aangesproken, zei ze dat ze naar het eiland Fernando wilde gaan, waarop Maerten antwoordde: loop naar de duivel, en zeg ook niet dat ik de vader van het kind ben.

Francisca was, een maand of zes zwanger, naar het eiland gekomen, en na drie maanden was er een jong dochtertje geboren, dat daar door Duijrck Janssen, ziekentrooster, anno 1632 was gedoopt en Elunam was genoemd. Het kind was toen ze ten heiligen doop werd gepresenteerd al zo groot dat ze kon lopen. De getuigen waren Hyronimus Bayva en de koopman Van Reni.

Andere zeden

Tot zover het verhaal van Maerten en Francisca. Kunnen we hier nu uit concluderen dat Maerten Daey een slavin heeft verkracht? Dat hangt van twee vragen af: was Francisca een slavin, en is hier sprake van verkrachting?

Om met die eerste kwestie te beginnen: we weten het niet. Het was oorlog in Olinda. De Portugezen waren massaal gevlucht. Duizenden slaven wierpen hun ketenen af en trokken naar de binnenlanden. De Hollanders worstelden nog met het fenomeen slavernij: ze hadden er weinig ervaring mee, al zou dat spoedig veranderen. Daarnaast kwam het in zeldzame gevallen voor dat slaven werden vrijgelaten, en die kregen ook weer kinderen. Het is dus niet zo dat iedere zwarte in Nederlands-Brazilië per definitie een slaaf was. Hoewel het goed zou kunnen dat Francisca door een Portugees op de vlucht in Olinda is achtergelaten, lijkt het erop dat ze als vrije vrouw het huis van Daey heeft verlaten.

En dan de tweede vraag: was er sprake van verkrachting? Die kwestie is nog ingewikkelder. Om te beginnen moeten we vaststellen dat we maar één kant hebben van het verhaal, en er is weinig twijfel wie de bron daarvan is: Francisca. Wie anders zou kunnen getuigen van het feit dat ze ongesteld was geweest, en dat ze door geen andere man was beslapen dan Maerten? Tegelijkertijd maakt haar relaas duidelijk dat er ook een andere kant was. We kunnen er althans vergif op innemen dat Maerten desgevraagd zijn betrokkenheid bij haar zwangerschap zou hebben ontkend.

Los daarvan geldt dat de zeden destijds anders waren. De pil was nog niet uitgevonden, abortus was gevaarlijk en verboden, maar ongewenste kinderen waren juist ongewenster dan nu. De samenleving zat er niet op te wachten, en de armenkas evenmin. Was de vader onbekend, dan was de moeder eerloos, en het kind onwettig.

Het was belangrijk mannen aan hun nageslacht te binden. Vandaar het gewicht dat aan het huwelijk werd gehecht. Vandaar ook dat seks buiten het huwelijk strafbaar was. Maar dat maakte de marges voor verkrachting smal, want wie een aanklacht indiende, wees ook met de vinger naar zichzelf: die had buitenechtelijke seks gehad. En verkrachting was in de regel moeilijk te bewijzen. Waar wij zedendelicten tegenwoordig vooral met mannen associëren, was dat vroeger anders. Door het verbod op overspel en prostitutie verschenen vrouwen destijds veel vaker voor de rechter dan nu.

Tussen 1680 en 1811 werden door de Amsterdamse schepenen niet meer dan acht verkrachtingszaken behandeld. Uit Delft en Rotterdam zijn nog zes zeventiende-eeuwse vonnissen bekend. Jonge vrouwen, zo blijkt, kregen vaak het voordeel van de twijfel, maar een seksueel ervaren vrouw trof in de regel blaam. In 1670 werd een getrouwde vrouw uit Delft, nadat ze een man van verkrachting had beticht, voor vijftig jaar verbannen wegens overspel.

Wat betekent dit alles nu voor onze beoordeling van de zaak? De wetten in de Braziliaanse kolonie waren geënt op die in Holland. Hoewel er op grond van Francisca’s relaas alle reden is om seksueel misbruik te vermoeden, is het evident dat de kwestie daar niet om draait. Nergens staat dat Maerten zich aan Francisca heeft vergrepen of dat haar eer geschonden was, en zelfs de seks wordt niet expliciet gemaakt. Sterker: ze zou ‘tegen danck ende wille’ zijn huis hebben verlaten. Maar als deze kwestie niet om een verkrachting gaat, waar dan wel om?

Tussen 1630 en 1654 bezetten Nederlanders een groot deel van Brazilië. Kartografen brachten het gebied in kaart; Joan Blaeu maakte in 1622 deze atlaskaart op basis van hun werk.

Vaderschapsactie

Wat Maerten wél wordt verweten, is dat hij niets te maken wil hebben met zijn kind. Daar wordt in het korte kerkenraadsverslag tot tweemaal toe op gewezen. Dat kan duiden op een vaderschapsactie – een gerechtelijke procedure om een vader te dwingen tot erkenning van zijn kind. Zo’n zaak draaide niet alleen om eer, maar ook om alimentatie.

Het bewijs was niet altijd even eenvoudig. In Holland gold dat een vroedvrouw, wanneer de vader onbekend was, een vrouw in barensnood pas mocht helpen als die eerst diens naam had ‘opgezworen’. Die informatie werd doorgespeeld aan het gerecht, dat zo’n uitspraak uiterst serieus nam. Daarnaast speelden getuigenverklaringen een rol, en ook kon de vrouw aanbieden een eed te zweren. In Leiden werden tussen 1671 en 1795 honderd vaderschapsacties behandeld; ruim de helft viel in het voordeel van de vrouw uit. Niet iedereen kon een vaderschapsactie beginnen. In sommige gewesten was die mogelijkheid aan bijvoorbeeld dienstboden ontzegd, uit vrees dat ze anders de heer of zoon des huizes zouden verleiden om er een slaatje uit te slaan.

Hoe verhoudt dit zich nu tot Francisca’s zaak? Stel dat ze Maertens vaderschap wilde bewijzen, dan vallen alle elementen in elkaar. Ze zat opgesloten, ze was nog ongesteld geweest, en ze was door geen andere man beslapen – dat maakt wel duidelijk wie de vader moet zijn geweest. Ze was tegen wil en dank bij hem weggegaan; ze was dus liever gebleven, ze wilde kennelijk een gezin stichten, maar daar wilde Maerten niets van weten, die herhaaldelijk te kennen had gegeven niets met het kind te maken te willen hebben.

En toch ziet het er niet naar uit dat het hier om een vaderschapsactie ging. Daarvoor is het om te beginnen rijkelijk laat – zo’n vier of vijf jaar na dato. Daarnaast vond zo’n actie voor de rechtbank plaats, en hoewel de kerk zich zulke zaken zeker ook aantrok, is er geen sprake van disciplinerende maatregelen of van nader onderzoek – terwijl bekend is dat Maerten lidmaat was. Het lijkt er eerder op dat de kwestie voor kennisgeving is aangenomen, wat niet wegneemt dat aan het relaas wel degelijk een verklaring ten grondslag zou kunnen liggen die eerder door Francisca is opgesteld met het oog op een eventuele vaderschapsactie.

Ontbrekend doopbewijs?

Maar waarvan werd dan kennis gegeven? Daarvoor moeten we terug naar de bron, die daar tamelijk helder over is: in 1632 is op het eiland Fernando een Afrikaans meisje in aanwezigheid van twee getuigen door een ziekentrooster gedoopt met de naam Elunam.

Dit is interessant. Het zou goed kunnen dat hier de sleutel tot de kwestie ligt, al blijft ook dan de vraag waar die precies op past. Francisca, die zelf waarschijnlijk katholiek was, en die voor zover we weten maanden opgesloten heeft gezeten bij een Nederlandse kapitein, van wie ze zwanger is geworden en door wie ze daarna het huis uit is gezet, laat haar kind vervolgens dopen in de religie van die man. Waarom? Zou ze werkelijk hebben gedacht dat de gereformeerde leer de ware was? Zou ze hebben gehoopt Maerten zo alsnog bij zijn dochter te kunnen betrekken? Of zou er simpelweg geen priester in de buurt zijn geweest?

Daarnaast werpt de doop van Francisca’s dochter nieuw licht op de betrokkenheid van de burgemeester en de predikant, want waarom trekken die zich het lot van deze zwarte vrouw eigenlijk aan? Zou het kunnen dat het hun daarbij niet zozeer om Francisca ging, maar om haar dochter Elunam – voor zover bekend het eerste kind van deels Afrikaanse afkomst dat in Brazilië door de gereformeerden is gedoopt?

Braziliaanse vrouw, oorspronkelijk afkomstig uit Congo of Angola. Schilderij door Albert Eckhout uit 1641.

En zou het kunnen dat Elunams doopbewijs ontbrak? Er komt een Afrikaanse vrouw van het eiland Fernando naar het vasteland, wier vierjarige dochter protestants zou zijn gedoopt, maar het lijkt er niet op dat daar registratie van is. Het gaat om een onwettig kind van een zwarte moeder, zonder man in de buurt om haar te onderrichten in de leer, zoals de kerk vereiste. Zouden er twijfels zijn geweest aan de geldigheid van de doop? Er was rond 1635 discussie in de Braziliaanse tak van de kerk over de vraag hoe en onder welke omstandigheden die aan Afrikaanse kinderen kon worden bediend.

Is het mogelijk dat deze hele kwestie niet om Francisca draait, en ook niet om Maerten, maar om Elunam? Dat Van der Neusen en Osterdach haar doop en de omstandigheden waaronder die is voltrokken hebben willen vastleggen, om eventuele kwesties te voorkomen?

We weten het niet, en we kunnen het ook niet weten. We hebben simpelweg de bronnen niet – ik niet en het Rijksmuseum niet. Als deze episode één ding laat zien, is het hoe ingewikkeld het is om de geschiedenis te duiden op basis van één bron.

Machiel Bosman is historicus en schrijver.

Portret van Marten of Maerten?

De schilderijen van Marten en Oopjen zijn lange tijd voor portretten van Maerten Daey en zijn eerste vrouw Machteld van Doorn versleten. Tot de Amsterdamse archivaris en meesterspeurder Isabella van Eeghen er in 1956 achter kwam dat dat niet kon kloppen. Maerten was niet alleen in 1634 al te oud voor het jeugdige portret dat Rembrandt had geschilderd, maar verbleef toen bovendien in Brazilië. Van Eeghen toonde overtuigend aan dat de geportretteerden in werkelijkheid Marten en Oopjen moeten zijn.

Suikerplantages in Nieuw-Holland

 n 1630 veroverden de Nederlanders de Braziliaanse kuststeden Olinda en Recife op de Portugezen. Ze stichtten er de kolonie Nieuw-Holland, die in 1654 weer verloren ging. De kolonie was onder meer interessant vanwege de suikerplantages, die draaiden op slavenarbeid. De Republiek had zich tot dan toe grotendeels afzijdig gehouden van de handel in Afrikanen, maar ging zich er nu zelf op toeleggen. In 1637 werd vanuit Brazilië het fort Elmina aan de Ghanese kust veroverd, dat bijna twee eeuwen lang de spil zou zijn in de Nederlandse slavenhandel.

Meer weten

Oopjen Coppit (2016) door Frans Klok, in St. Maerten. Tijdschrift van de historische vereniging Maartensdijk 50.

Emulating a Portugese Model. The Slave Policy of the West India Company and the Dutch Reformed Church (2014) door Jeroen Dewulf in Journal of Early American History 4-1.

Huwelijk en gezin in Holland in de 17de en 18de eeuw (1982) door Donald Haks.

 

 

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 9 - 2021