Toen het kabinet een avondklok overwoog om het aantal coronabesmettingen in te dammen, werden er in het parlement en de media parallellen getrokken met het nachtelijk uitgangsverbod voor burgers tijdens de Duitse bezetting.
Geschiedenis van de avondklok
In de negentiende eeuw had de ‘avondklok’ nog een heel andere betekenis. Het was een oproep tot het geloof door ’s avonds de kerkklokken te luiden, weet NIOD-onderzoeker Johannes Houwink ten Cate. ‘Pas later werd het een term uit het arsenaal van de ordebeheersing door de overheid. De maatregel paste bij een beperkte staat van beleg, bijvoorbeeld als er onlusten dreigden.’ Volgens Houwink ten Cate gebruikten de Britten de avondklok regelmatig in hun koloniën en lichtten Nederlandse kranten het begrip daarom vaak toe met het Engelse woord ‘curfew’.
In de Tweede Wereldoorlog voerde de Duitse bezetter de spertijd in Nederland in om verzetsactiviteiten te dwarsbomen of te bestraffen. Tussen middernacht en vier uur ’s ochtends moesten burgers binnenblijven. Naarmate de oorlog vorderde, ging het straatverbod steeds vaker gepaard met verduistering om geallieerde vliegtuigen het bombarderen onmogelijk te maken. ‘Na de oorlog werd de associatie van de spertijd met de gehate bezetting steeds sterker’, vertelt Houwink ten Cate. ‘De term ‘spertijd’ werd vervangen door ‘avondklok’ door het Militair Gezag. Voormalige illegale bladen als Het Parool en De Waarheid reageerden daar zeer tevreden op.’
Associaties met de bezetting
Toen de regering tijdens de coronacrisis een avondklok invoerde, werden er allerlei associaties gemaakt met de bezetting. Maar de doeleinden en omstandigheden waren totaal verschillend, stelt historicus Robin te Slaa. ‘Tijdens de oorlog was het een maatregel tegen de wil en het belang van het volk. Het openlijk protesteren tegen de spertijd of het overtreden daarvan werd vaak op draconische wijze bestraft. Een avondklok om coronabesmettingen te voorkomen, is een maatregel die wordt genomen door de regering van een democratische rechtstaat. In tegenstelling tot de spertijd gebeurt het in het belang van de bevolking en volksgezondheid.’
Bovendien nam de regering de wensen en gevoelens van burgers in acht bij het instellen van een avondklok. ‘Elke burger en volksvertegenwoordiger mag publiekelijk kanttekeningen plaatsen bij het nut van de maatregel, zonder dat daar sancties van de overheid tegenover staan.’ Bij deze historische vergelijking vallen dus vooral de fundamentele verschillen op. ‘Het maken van vergelijkingen is voor historici vaak nuttig en kan – uiteraard met erkenning van wezenlijke verschillen – verhelderend werken. Het gelijk willen stellen van de avondklok met de spertijd tijdens de bezetting vertroebelt echter meer dan het verklaart.’ De discussie rondom de avondklok toont volgens Te Slaa ook aan hoe selectief het collectieve geheugen vaak werkt: ‘ De kinderbijslag werd door de Duitsers in 1941 ingevoerd, maar niemand heeft deze associatie nog.’
