Het begon met een blinde wereldkaart, een geestig experiment waarin onderzoekers Amerikanen vroegen Iran aan te wijzen door een stip te zetten. Het resultaat was geen geografie, maar een sterrenhemel van vergissingen: duizenden spikkels die verdwaalden over continenten en eilanden. Iran dobberde volgens sommigen zelfs in de Indische Oceaan, een prestatie die niet alleen aardrijkskundige onwetendheid verraadt, maar een fundamenteel misverstand wat een landkaart überhaupt is.
En toch mogen deze zelfde mensen stemmen over oorlog en vrede, over bombardementen die beginnen en eindigen met de grilligheid van een dementiepatiënt. Wijs je Amerikanen op hun geografische bijziendheid en de ironie dat ze een land dat ze niet kunnen plaatsen wel hebben aangevallen, dan volgt steevast de schouderophalende repliek: het doet er niet toe. De rest van de wereld is decor, geen bestemming. Alleen de Verenigde Staten zijn echt, zelfs al kan een derde van de Amerikanen de eigen natie ook niet aanwijzen op een wereldkaart.
Dit is geen gebrek aan kennis, maar een vorm van religie. American exceptionalism heet die. Het is de hardnekkige negentiende-eeuwse notie dat deze natie, opgebouwd uit dezelfde menselijke tekortkomingen als alle andere, zich op de een of andere manier aan de wetten van de geschiedenis heeft weten te onttrekken. Alsof optimisme in de VS een natuurfenomeen is en succes een geboorterecht. Het is een mix van kinderlijk vertrouwen en dito naïviteit, maar dan gewapend met vliegdekschepen en het gevoel dat ze anderen moeten vertellen hoe geweldig ze zijn.
Rond die aanbidding van de eigen navel is een hele liturgie gebouwd. De geloofsbelijdenis heet manifest destiny: de Amerikaanse lotsbestemming die zo evident magnifiek is, dat je niets hoeft te bewijzen. Als pelgrimage ga je naar de frontier, de ultieme stip op de horizon, te bereiken over een pad van gedode indianen. Om uiteindelijk de shining city on a hill te bouwen, een kathedraal met alle eigenschappen van een fata morgana. Dan is de American dream compleet, die wonderlijke alchemie waarbij ambitie wordt omgesmolten tot openbaring.
Het irritante aan al deze zelfpijperij zit niet in het absurde nationalisme, daarop hebben Amerikanen geen alleenrecht, maar het gebrek aan twijfel. Macht wordt verkocht als morele legitimiteit, expansie als voorzienigheid. Het is imperialisme met een glimlach, hebzucht in zondagse kledij. Zodat je niet hoeft uit te leggen waarom je Iran aanvalt. Of Venezuela. Of Cuba. Of Groenland. Want als Amerika het doet, dan is het rechtvaardig. Donald Trump is in dat systeem niet minder dan de heiland, de belichaming van al die lotsvervulling zonder lastige voorwaarden – dat is iets voor gekke Europeanen. Maar of hij Iran op een wereldkaart zou kunnen aanwijzen? Hij plaatste Parijs ooit in Duitsland en noemde België een stad, dus ik zou er niet op rekenen.
