Home Dossiers Tweede Wereldoorlog ‘Opgravingen in Sobibor geven slachtoffers een gezicht’

‘Opgravingen in Sobibor geven slachtoffers een gezicht’

  • Gepubliceerd op: 29 maart 2024
  • Laatste update 24 mei 2024
  • Auteur:
    Teun Willemse
  • 4 minuten leestijd
Sobibor witte velden
Hitler in de Tweede Wereldoorlog
Dossier Tweede Wereldoorlog Bekijk dossier

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Historischnieuwsblad.nl? U bent al lid vanaf €1,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

Archeologen zochten bijna twintig jaar naar sporen van het nazi-vernietigingskamp Sobibor. Ze vonden onder meer persoonlijke bezittingen van slachtoffers, vertelt NIOD-onderzoeker Erik Somers. ‘Het aangrijpendst vind ik de sleutelbossen. Mensen hebben de deur achter zich dichtgetrokken in de veronderstelling dat ze weer thuis zouden komen.’

In 1943 probeerden de nazi’s ieder spoor van het vernietigingskamp Sobibor uit te wissen. Ze sloopten de gaskamers en plantten er bomen overheen. De afgelopen twintig jaar hebben archeologen gewerkt om de structuur van het kamp in kaart te brengen. Het NIOD publiceerde onlangs een publieksboek en wetenschappelijke bundel over het onderzoek.

Meer interviews lezen? Schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.

Ontvang historische artikelen, nieuws, boekrecensies en aanbiedingen wekelijks gratis in uw inbox.

Volgens Somers helpen de opgravingen de herinnering aan het kamp levend te houden, nadat het lang een vergeten plek is geweest. ‘Er zijn verschillende redenen voor die vergetelheid: de Duitsers plaatsten het kamp met opzet in een uithoek van Europa, de restanten waren verdwenen, en er waren maar weinig overlevenden. Pas in 1965 kwam er een eerste monument voor de slachtoffers.’

Waarom was er archeologisch onderzoek nodig bij Sobibor?
‘Het was al bekend dat Sobibor een van de dodelijkste vernietigingskampen was, maar niemand wist waar de resten van de slachtoffers lagen. Mensen liepen onbewust over de asvelden heen, dus het was belangrijk om die plekken in kaart te brengen en een respectvolle rustplaats voor de slachtoffers te creëren. In 2008 groeide dat uit tot een groter project om van Sobibor een waardige herinneringsplek te maken. Omdat de nazi’s elk spoor van dit kamp wilden uitwissen, was er een grote drang om te laten zien wat er precies is gebeurd. Tijdens het onderzoek lag er dan ook veel focus op het terugvinden van de gaskamers.’

Die gaskamers zijn teruggevonden, en er zijn 60.000 artefacten opgegraven.
‘Dat laatste had niemand verwacht. Bij aankomst in Sobibor werden mensen vrijwel direct naar de gaskamers geleid, maar er zijn toch veel persoonlijke spullen teruggevonden. Dat waren anonieme alledaagse voorwerpen zoals kammen en tandenborstels, maar er lagen ook naambordjes in de bodem. Dat maakt indruk: het geeft de slachtoffers een gezicht. Wat ik een aangrijpende vondst vind zijn de vele sleutelbossen. Mensen hebben de deur achter zich dichtgetrokken in de veronderstelling dat ze weer thuis zouden komen.

‘Wie het tot zich door laat dringen, ziet de omvang van het drama dat zich hier heeft afgespeeld’

In het nieuwe museum in Sobibor vormen de opgegraven objecten de rode draad. De gedenkplaats is abstract vormgegeven. Je ziet de route die de slachtoffers moesten afleggen naar de gaskamers. De contouren van de gaskamers zijn aangegeven en een deel van de fundamenten is zichtbaar gemaakt.. De velden waar de resten van de slachtoffers liggen zijn toegedekt met witte stenen. Wie het tot zich door laat dringen, ziet de omvang van het drama dat zich hier heeft afgespeeld.’

De onderzoekers hadden soms onenigheid met de Poolse regering. Waar ging dat over?
‘Archeologen willen de plekken waar zijn hun opgravingen doen veiligstellen. De beleidsbepalers staan er anders in. Zij zien het archeologisch werk niet als doel maar als middel om de herdenkingsplek in te richten.  Zo bevinden het museumgebouw en het parkeerterrein zich op het voormalig kampterrein waar nog onderzoek gedaan had kunnen worden.

De regering wilde dat de gedenkplaats heel duidelijk zou maken dat het om een Duits vernietigingskamp ging. Daarnaast worden er van Poolse zijde andere accenten gelegd. De Polen hebben  een ander geschiedbeeld van Sobibor dan wij. Na de oorlog ging in het toenmalige Communistische Polen het verhaal vooral over de opstand in Sobibor in oktober 1943, toen 300 gevangenen het kamp ontvluchtten. De focus lag op het heroïsche karakter van die strijd tegen het fascisme, in plaats van op de vernietiging van de Joden die in Sobibor had plaatsgevonden.

De route naar de gaskamer

Archeologen vonden in Sobibor ook de route terug die gevangenen naar de gaskamers moesten lopen. ‘Door de Duitsers werd die eufemistisch de Himmelfahrtstrasse genoemd,’ vertelt Somers. Na aankomst op het perron werden slachtoffers via deze nauwe doorgang richting de gaskamers geleid. ‘Vlak daarvoor stond een barak waar de haren van de slachtoffers werden afgeknipt – met name van vrouwen. Op die plek zijn scharen teruggevonden.’

Na de oorlog was onder de bevolking aanvankelijk weinig besef wat zich hier had afgespeeld. Gelukszoekers  zijn zelfs op het voormalige kampterrein gaan graven op zoek naar kostbaarheden. Dat is een pijnlijke geschiedenis waar de huidige bewoners niet graag aan herinnerd worden. Maar bij hun onderzoek hebben de archeologen veel samengewerkt met mensen uit de omgeving, en dat heeft voor bewustwording gezorgd over dit verleden.’

Zouden we dit soort archeologisch onderzoek op meer Holocaust-sites moeten doen?
‘Dat denk ik wel, want het heeft ontzettend veel resultaat opgeleverd. Het laat zien dat verschillende disciplines – de geschiedwetenschap, de archeologie en erfgoedstudies – elkaar kunnen aanvullen. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan Westerbork. Daar zijn al eens opgravingen gedaan, maar het kamp biedt mogelijkheden voor meer archeologisch onderzoek. Er zijn in Westerbork nog veel objecten te vinden.’

Openingsafbeelding: De velden waar de resten van slachtoffers liggen zijn bedekt met witte stenen. Bron: Shutterstock/Fotema.